“Voor engagement kies je”


Ann Brusseel, volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement, schreef een antwoord op de open brief van Roxanne Figueroa Arriagada naar minister Crevits.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/06/2017 – 17:32 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Beste Rox­anne,

Deze week schreef je een lez­ers­brief voor Scham­per naar aan­lei­d­ing van de dis­cussie die de Com­missie Onder­wi­js van het Vlaams Par­lement voerde over het Vlor-advies met betrekking tot het stim­uleren van stu­den­ten­par­tic­i­patie in hoger onder­wi­js.

Je gaf aan dat stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers steeds vak­er wor­den betrokken bij het beleid van hun hogeschool of uni­ver­siteit, eve­nals op het Vlaamse niveau. Dat klopt en dat is wat mij betre­ft een goede ontwik­kel­ing. Je haalde aan dat je een zeer zwaar tak­en­pakket moest opne­men: tal van werk­groepen, een man­daat in de Onder­wi­js­raad, een zit­je in de Vlor, advies geven in het klankbor­dover­leg met NVAO, … Dit zou ik echter willen nuanceren. Je moest dit niet. Je deed dit vanu­it een gevoel voor engage­ment. Dat is een nobele zaak. Echter, om het in jouw woor­den te zeggen: “Laat me je eraan herin­neren dat je in de eerste plaats nog wel full­time stu­dent bent.” Voor engage­ment kies je. Je koos ervoor om je vri­je tijd in te vullen met neve­n­ac­tiviteit­en die veel tijd in beslag namen. Ver­vol­gens ben je van mening dat de over­heid ervoor moet zor­gen dat er een decreet komt om je studiepar­cours aan te passen.

“Laat me je eraan herin­neren dat je in de eerste plaats full­time stu­dent bent”

Daarover ben ik het niet met je eens. Dat decreet bestaat immers al. Onder­wi­jsin­stellin­gen wor­den nu al ver­plicht om faciliteit­en aan te bieden aan stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers. Daarmee kre­gen zij recht op ingrepen die de uitvo­er­ing van hun man­daat beter com­bi­neer­baar mak­en met hun stud­ies. Dat is een goede zaak. De opvol­ging kan wellicht beter, daar pleitte ik in diezelfde tussenkomst in de Com­missie Onder­wi­js dan ook voor. Het Vlor-advies pleitte echter voor een reeks maa­trege­len vanu­it de over­heid waar niet alle stu­den­tenor­gan­isaties zich in terugvin­den. Vooraf­gaand aan mijn tussenkomst had ik immers ook over­leg met stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers uit andere ste­den. Daar­naast ver­wi­js ik je graag naar het kri­tis­che Veto-artikel van 15 mei 2017 waarin Leu­vense stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers het Vlor-advies niet bepaald feestelijk ontvin­gen. Inte­gen­deel, er was duidelijke prin­cip­iële tegen­stand, de onafhanke­lijkheid van stu­den­ten­verte­gen­wo­ordig­ing kon wor­den aange­tast en de maa­trege­len getu­ig­den van een dirigis­tis­che opvat­ting.

“Niet alle stu­den­tenor­gan­isaties vin­den zich terug in het Vlor-advies”

Ik ben in dit dossier geen fan van one-size-fits-all-benaderin­gen. Even­min wil ik dat de over­heid jongvol­wasse­nen in een richt­ing duwt waar ze duidelijk niet voor kiezen. Jul­lie kiezen best voor een eigen plan van aan­pak in plaats van betut­tel­ing. Stu­den­ten­par­tic­i­patie en vri­jwilliger­swerk op andere plaat­sen in de maatschap­pij zijn immers een kwest­ie van engage­ment. Er zijn blijk­baar te weinig of steeds min­der stu­den­ten die zich willen engageren. Dan stel ik de vraag: doen ze in hun vri­je tijd liev­er iets anders, zoals sporten bijvoor­beeld, dat ze dat dan doen. Stu­den­ten zijn vrij om hun keuzes zelf te mak­en. Ik ga geen engage­ment opleggen, sim­pel­weg omdat dat zo niet werkt. Par­tic­i­patie is jul­lie recht, nie­mand is indi­vidueel ver­plicht te par­ticiperen in het bestu­ur.

“Ik ga geen engage­ment opleggen”

Van­daar dat ik ook niet vind dat we als politi­ci nog meer regels en maa­trege­len moeten bedenken voor de stu­den­ten­par­tic­i­patie. Jul­lie zijn vol­wassen mensen die zelf kun­nen denken over jul­lie werk­wi­jze, over jul­lie eigen noden. Jul­lie kun­nen zelf jul­lie werk­ing her­denken als dat nodig blijkt. Jul­lie kun­nen zelf in dialoog gaan met jul­lie onder­wi­jsin­stellin­gen, ik acht jul­lie daar­toe vol­doende mondig en bek­waam. Verder reg­uleren of het hand­je komen vasthouden, dat zou een teken van weinig respect zijn.

Ik nodig je graag uit om hierover te prat­en. Mijn deur staat alti­jd voor je open.

Ann Brusseel