Vlaamse overheid faalt voor eindexamen


Het Vlaams Parlement keurde een voorstel af om de kolonisatie in de eindtermen op te nemen. Twee studenten Conflict en Development leggen in deze lezersbrief uit waarom dat een slechte zaak is.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/06/2020 – 16:55 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In mei dien­den enkele politi­ci van Groen een voors­tel van res­o­lu­tie in in het Vlaamse Par­lement over het opne­men van (de)kolonisatie in de eindter­men van het mid­del­baar onder­wi­js. sp.a vol­gde in juni met een voors­tel rond his­torisch bewustz­i­jn. Bei­de voorstellen waren klaar en duidelijk: het is hoog tijd om de eindter­men te herzien en de kolo­niale geschiede­nis en zijn heden­daagse erfe­nis een belan­grijkere rol te lat­en spe­len in de klaslokalen. Niet in 2023, niet vol­gende week, maar lief­st gis­teren al. Helaas wer­den bei­de res­o­lu­ties op 25 juni ver­wor­pen door de Com­missie voor Onder­wi­js. De Vlaamse meerder­heid (N‑VA, CD&V en Open VLD) ver­wierp de voorstellen omdat die doel­stellin­gen al zouden bestaan. Mocht dit een prak­tijk­test zijn, dan was de Vlaamse over­heid gebuisd. 

Om de wereld van­daag, haar struc­turen en prob­lematieken te begri­jpen, moet je terug­gri­jpen naar de geschiede­nis

Ter­wi­jl het in de nasleep van de Black Lives Mat­ter-protesten ein­delijk leek alsof het pub­lieke debat werd opengetrokken, blijkt de ver­hoopte vooruit­gang eerder een pro­cessie van Echter­nach te wor­den. Om de wereld van­daag, haar struc­turen en prob­lematieken te begri­jpen, moet je terug­gri­jpen naar de geschiede­nis. De huidi­ge ongelijke Noord-Zuid relaties en het struc­tureel racisme zijn geen geï­soleerde fenome­nen. Ze hebben een verleden in de struc­turele onder­drukking en exploitatie van de kolonies. Het huidi­ge debat rond struc­tureel racisme kan dus niet wor­den los­gekop­peld van de Bel­gis­che kolo­niale geschiede­nis. 

Maar helaas, ondanks deze ver­stren­geling, bli­jft het debat beperkt in onze scholen. Dat één op de vier pas afges­tudeerde stu­den­ten van de mid­del­bare school niet weet dat Con­go een voor­ma­lige Bel­gis­che kolonie is, maakt pijn­lijk duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is. En neen, de ongerus­theid bij deze sta­tistieken wer­den niet gepub­liceerd door één of andere linkse denk­tank, maar door de Work­ing Group of Experts on Peo­ple of African Descent, een onafhanke­lijke werk­groep van de Verenigde Naties.

Lessen over Con­go wor­den nog steeds bekeken door een bij­na uit­slui­tend Bel­gis­che bril

Een een­ma­lige of korte besprek­ing over Con­go staat toe om het eindter­men­li­jst­je af te vinken: kolonisatie – check! Maar het afvinken van vage, brede eindter­men zoals impe­ri­al­isme, kolonisatie en vooral dekolonisatie zegt niets over de kwaliteit van het gesprek dat zich bin­nen schoolver­band kan afspe­len. 

Tot op heden wordt de diep­gang van het onder­w­erp gro­ten­deels bepaald door de inter­esse en moti­vatie van indi­vidu­ele leerkracht­en. Leerkracht­en kun­nen momenteel kiezen of ze over Con­go of over dekolonisatie les­geven. Een eerder artikel in De Mor­gen ver­meldde al waarom dit prob­lema­tisch is: “Leerkracht­en die Con­go of dekolonisatie willen ver­mi­j­den in de les, zijn dus vrij om dat ook te doen”. Boven­di­en wor­den lessen over Con­go nog steeds bekeken door een bij­na uit­slui­tend Bel­gis­che bril, die de Con­golezen tot passieve sub­jecten bin­nen hun eigen geschiede­nis degradeert. Veel te vaak zijn deze lessen door­drenkt met kolo­niale pro­pa­gan­da zoals wan­neer de kolo­niale peri­ode voorgesteld wordt als een economisch voordeel voor Con­go. Dat ver­haal toont echter veel gelijkenis­sen met de his­torische ver­ant­wo­ord­ing dat kolonisatie ‘beschav­ing’ zou bren­gen.

Het gaat niet enkel over óf er over kolonisatie wordt onder­wezen, maar ook over wát en hóe er onder­wezen wordt

Het prob­leem gaat echter veel verder dan eindter­men: het gaat niet enkel over óf er over kolonisatie wordt onder­wezen, maar ook over wát en hóe er onder­wezen wordt. De rol die de leerkracht hierin speelt valt niet te onder­schat­ten. Daarom is het essen­tieel dat leerkracht­en de geschik­te tools voorhan­den hebben om op cre­atieve en diverse manieren het onder­w­erp bespreek­baar te mak­en. Eerder wees Karel Van Nieuwen­huyse er al op dat veel leerkracht­en zich bewust zijn van een te euro­cen­trische blik in het geschiedenison­der­wi­js maar even­wel grote moeil­ijkhe­den ervaren in dezen te over­sti­j­gen. Leerkracht­en getu­igen dat vol­doende ken­nis en inzicht in niet-West­erse per­spec­tieven hen vaak vreemd bli­jft, wat een didac­tis­che aan­pak om dat sys­tem­a­tisch en zin­vol aan te kaarten bemoeil­ijkt. 

Onze eis aan de Vlaamse over­heid is sim­pel: zwaai niet met de eindter­men als passe-partout, maar laat die aan­passin­gen geflan­keerd wor­den door een beleid dat de leerkracht­en van van­daag en mor­gen de tools geeft om wat op papi­er staat ook werke­lijkheid te lat­en wor­den. Laat dat een eerste stap zijn richt­ing een beleid dat doelt op meer inclusie en min­der racisme. Niet mor­gen, niet van­daag, maar gis­teren al.