Vijftig tinten dekolonisatie


Onlangs werd het stand­beeld van Leopold II wegge­haald uit het Gentse Zuid­park in de aan­wezigheid van de burge­meester. Het is iro­nisch dat Math­ias De Cler­cq deel uit­maakt van een poli­tieke par­tij waar­van de twee machtig­ste fam­i­lies nog steeds betrokken zijn in de Con­golese mijn­bouwin­dus­trie. De ‘Leopold­en’ van van­daag ont­gin­nen tot nog toe Con­golese grond­stof­fen zon­der al te veel bij te…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/10/2020 – 15:06 door Tris­tan De Belser

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onlangs werd het stand­beeld van Leopold II wegge­haald uit het Gentse Zuid­park in de aan­wezigheid van de burge­meester. Het is iro­nisch dat Math­ias De Cler­cq deel uit­maakt van een poli­tieke par­tij waar­van de twee machtig­ste fam­i­lies nog steeds betrokken zijn in de Con­golese mijn­bouwin­dus­trie. De ‘Leopold­en’ van van­daag ont­gin­nen tot nog toe Con­golese grond­stof­fen zon­der al te veel bij te dra­gen aan de Con­golese maatschap­pij. Het is dan ook vreemd dat het groot­ste deel van de Bel­gis­che dekolonisatiebe­weg­ing bli­jft focussen op een kon­ing­shuis dat nu niet veel macht meer heeft. Natu­urlijk is dit deels een strate­gis­che keuze. Eén stand­beeld min­der valt beter te verkopen dan een kri­tis­che ommezwaai in de gehele maatschap­pij en dus ook in de priv­i­leges die Euro­pea­nen hebben, ongeacht hun ‘kleur’. Je kan jezelf de vraag stellen waarom diezelfde lui zich niet richt­en op neokolo­niale bedri­jven zoals Shell en Umi­core.

Het weghalen van beelden van kolo­niale heersers kan zin­vol zijn als men de beeld­vorm­ing rond kolo­nial­isme wenst te veran­deren. Maar het veran­dert niets aan de economis­che machtsver­houdin­gen tussen en bin­nen het Glob­ale Noor­den en Zuiden. Het (neo)kolonialisme is een onmis­bare schakel in de ontwik­kel­ing van onze heden­daagse wel­vaart. Is men bereid het west­erse lux­eleven­t­je te lat­en varen voor een vage ‘dekolonisatie’?

De blinde vlek in het pop­u­laire woke-dis­cours is dat het niet de belan­gen van alle mensen van kleur verdedigt. Zo is een van de ken­merken van het woke-isme de rep­re­sen­tatie in de hoog­ste regio­nen van de maatschap­pij tot fetisj mak­en als oploss­ing voor het heden­daags racisme. De woke-isten doen ook aan essen­tialis­er­ing, aangezien zij ervan uit­gaan dat alle mensen van kleur op dezelfde manier racisme ervaren. In werke­lijkheid bevo­ordeelt dit dis­cours vooral mensen die een ‘glazen pla­fond’ ervaren. Het bli­jft daar­ente­gen stil omtrent de over­rep­re­sen­tatie van mensen met een migratieachter­grond in ‘essen­tiële’ sec­toren zoals de zorg‑, schoon­maak- en dis­trib­u­tiesec­tor. Het woke-istisch dekolonisatiedis­cours stelt maatschap­pelijke struc­turen niet in vraag, maar kijkt eerder naar wie de top van deze struc­turen bevolkt.

De soci­aal-economis­che breuk­li­jn verdeelt de dekolonisatiebe­weg­ing

De vraag is of deze invulling van dekolonisatie iedere niet-witte per­soon effec­tief aan­be­langt. Een mijn­werk­er die in een Con­golese kobalt­mi­jn werkt, zal waarschi­jn­lijk een veel ingri­jpen­der idee van dekolonisatie aan­hangen dan de woke-isten. Hij zal eerder het feit dat Con­go nog steeds als goed­kope grond­stof­fen­lever­anci­er fungeert als prob­lema­tisch beschouwen, ongeacht of hij zich herkent in de aan­deel­houd­ers. De par­al­lel kan getrokken wor­den naar werk­end Bel­gië dat ook niet de groot­ste affiniteit voor de economis­che top koestert. De soci­aal-economis­che breuk­li­jn verdeelt onver­bid­delijk de dekolonisatiebe­weg­ing.

Wat men onder ‘dekolonisatie’ ver­staat, is sterk ver­w­even met de eigen ide­ol­o­gis­che voorkeuren. Men moet zich dus goed bewust zijn van de poli­tieke agen­da van fig­uren die zich opw­er­pen als voor­standers van ‘dekolonisatie’. Die agen­da kan gaan van het veran­deren van straat­na­men tot een alle­som­vat­tende rev­o­lu­tie. Wat wenselijk is, laat ik in het mid­den.