Verplicht het vaccineren


Steeds vak­er en luider wordt in inter­views, dis­cussiepro­gram­ma’s en de privés­feer geop­perd dat het coro­n­avac­cin ver­plicht moet wor­den. Als dit niet expli­ci­et kan omdat men elke vorm van vri­je keuze weigert op te geven, dan maar impli­ci­et en met typ­isch bureau­cratis­che onder­toon door de invo­er­ing van een coro­n­a­pas. Een dergelijke listige gijzel­ing van de keuzevri­jheid is immers effec­tief…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 10/09/2021 – 14:23 door Nathan Laroy

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Steeds vak­er en luider wordt in inter­views, dis­cussiepro­gram­ma’s en de privés­feer geop­perd dat het coro­n­avac­cin ver­plicht moet wor­den. Als dit niet expli­ci­et kan omdat men elke vorm van vri­je keuze weigert op te geven, dan maar impli­ci­et en met typ­isch bureau­cratis­che onder­toon door de invo­er­ing van een coro­n­a­pas. Een dergelijke listige gijzel­ing van de keuzevri­jheid is immers effec­tief gebleken in Frankrijk, waar de vac­ci­natieci­jfers fors geste­gen zijn na de invo­er­ing van een coro­nac­er­ti­fi­caat. Meer bepaald door de opties voor vri­jeti­jds­beste­d­ing van de obsti­nate groep vac­cin­twi­jfe­laars en anti-vac­ci­natiedo­or­douw­ers in te perken. Dat cer­ti­fi­caat fungeert daar als pas­munt die indi­viduen toe­gang geeft tot hun fel­begeerde etab­lisse­menten van spi­js, drank en verti­er.

Vee­lal zijn mensen te zwakzin­nig om hun eigen onwe­tend­heid te erken­nen

Zij die zich vra­gen stellen bij de doel­tr­e­f­fend­heid van die pas­munt onder­schat­ten de plooibaarheid van de waar­den die vac­cin­twi­jfe­laars ophouden. De scep­sis die dergelijke twi­jfe­laars met enige heethoofdigheid aan de dag dur­ven bren­gen, brokkelt al snel af wan­neer diezelfde twi­jfe­laars hun café ontzegd wordt en zij Hoover­phon­ic niet langer kun­nen toe­juichen in het Sport­paleis. Ook wor­den de bepleit­ers van een coro­n­a­pas vaak afgeremd door goedbe­doe­lende lieden die uit voorzichtigheid en een onver­moeibaar toekom­stop­ti­misme onophoudelijk rond­bazuinen dat sen­si­bilis­er­ing en gedi­en­stige benader­ing van twi­jfe­laars de oplossin­gen zijn. Wat mij vooral verbluft, is de mate waarin men in praatprogramma’s onbe­houwen bli­jft reke­nen op de idee dat het gepe­u­pel in staat is zelf rationele – of ten­min­ste welover­wogen – keuzes te mak­en.

Keuzevrijheid: een geërodeerd begrip

De meeste mensen zijn oppor­tunis­ten, of kun­nen ten­min­ste reke­nen op een gezonde por­tie altruïsme jegens het eigen voortbestaan. Elke gemaak­te keuze is dus reeds voorin­genomen; het is a pri­ori beperkt door de lim­i­eten van het indi­vidu­ele – egoïstis­che – per­spec­tief. Boven­di­en is een aanzien­lijk aan­tal mensen kortzichtig en dwaas, en ze beschuldigen de ander ervan niet meer dan een even bekrompen kud­dedi­er te zijn. Mensen zijn even­zeer vee­lal te zwakzin­nig om hun eigen onwe­tend­heid inza­ke vri­jwel alles te erken­nen – laat staan wat betre­ft chemis­che, bio-fys­i­ol­o­gis­che en vac­cin-tech­nis­che spec­i­fi­caties. Elke gemaak­te keuze is daarom ook deels de vrucht van kleingeestigheid en arro­gantie. Toch luidt in praatprogramma’s de boutade van de keuzevri­jheid. Een dergelijk principe gaat echter uit van de mens als rationele actor. Wie een half oog op een tekst over gedragsec­onomie werpt, een geschiedenis­doc­u­men­taire slaperig bek­ijkt of sim­pel­weg zichzelf eens kri­tisch onder de loep neemt, beseft echter goed dat de meeste mensen licht­gelovig en irra­tion­eel zijn.

Keuzes zijn zelden of nooit geï­soleerd – laat staan ration­eel

Keuzevri­jheid is een prachtig con­cept voor het indi­vidu en een plaag voor een groep, een maatschap­pij. Dic­ta­tors besef­fen dit maar al te goed, maar waar dergelijke fig­uren een giftige ide­olo­gie nas­treven, betre­ft het hier het fysieke welz­i­jn van de gehele bevolk­ing – een onder­w­erp dat in dezen bezwaar­lijk ide­ol­o­gisch gestoeld kan zijn. Boven­di­en bestaat er een dis­crepantie tussen het begrip ‘keuzevri­jheid’ zoals het gebezigd wordt in hevige debat­ten en de manier waarop het in de feit­en gehanteerd lijkt te wor­den. Ide­ale keuzevri­jheid beschouwt de mens als soev­ere­in wezen dat zichzelf en zijn naaste het beste zal gun­nen, maar ruimte laat voor indi­vidu­ele smaakver­schillen. Uitein­delijk zal een democ­ra­tisch pro­ces zogezegd alti­jd uit­draaien op een meeder­hei­dskeuze die bere­de­neer­baar en accept­abel is, en de ander­s­gestem­den zullen ver­vol­gens getrouw in de voet­stap­pen van de meerder­heid vol­gen. Ide­ale keuzevri­jheid vooron­der­stelt dat er reeds een meerder­heid gelijkgezin­den bestaat, anders desin­te­greert het democ­ra­tisch bestel en stru­ikelt de samen­lev­ing op die manier over de eigen, gewaardeerde diver­siteit aan menin­gen. Een dergelijke con­cep­tu­alis­er­ing van keuzevri­jheid ste­unt dus op een schoonschi­j­nende assump­tie die stil­gezwe­gen wordt, in de hoop dat men nooit gecon­fron­teerd zal wor­den met de con­se­quen­ties van dit zelf­bedrog. Werke­lijke keuzevri­jheid lei­dt tot frag­men­tatie en ontwricht de een­dracht die een maatschap­pij samen­houdt. Deze ver­wordt bijgevolg tot een netwerk van een­lin­gen en ver­w­erpt Hobbes’ ‘Leviathan’, de goden, de stamhoof­den – in feite elke een­duidi­ge opleg­ging van principes, nor­men en waar­den die de groep in stand moet houden. Keuzevri­jheid is geen heilig object en haar in vraag stellen is geen heiligschen­nis. Ik bepleit dus niet de ont­ne­m­ing van elke mogelijke keuzevri­jheid in elke mogelijke omstandigheid. Ik tra­cht slechts de gren­zen van absolute, onbe­twist­bare keuzevri­jheid te benoe­men.

Ik ben een in-di-vi-du

Keuzevri­jheid kent echter nog een dimen­sie die vaak ver­geten wordt. Het over­leven van een maatschap­pij in een gezond­hei­d­scri­sis wordt op het spel gezet omwille van de wens dat elk indi­vidu een geï­soleerde keuze kan mak­en, omdat deze zogezegd geen con­se­quen­ties heeft voor de ander. De groep moet hier echter tegen bescher­md wor­den. De mens is immers geen indi­vidu, of kan er in ieder geval niet tot her­leid wor­den. Wat een mens doet of laat, stoot onver­mi­jdelijk op de lim­i­eten van de eigen bewee­gruimte, namelijk waar die van anderen begin­nen. Keuzes zijn zelden of nooit geï­soleerd – laat staan ration­eel. Menselijk gedrag even­min.

De mens is geen indi­vidu, of kan er alleszins niet tot her­leid wor­den

Onder het mom van ‘de soev­ere­ine mens’ de vri­je keuze lat­en aan indi­viduen die door hun han­de­len een werke­lijke bedreig­ing vor­men voor de groep, getu­igt van een vri­jwillige blind­heid en onwil om een gevaar bij naam te noe­men. Als men wenst deze helse peri­ode een halt toe te roepen, zal de over­heid daad­krachtig de ver­plicht­ing moeten opleggen als een strenge oud­er. De peri­ode van sen­si­bilis­eren en benaderen mag immers niet oneindig zijn.