Van multicultuur naar superdiversiteit


VOEM (Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims) vierde vorig jaar haar dertigste verjaardag. Voor deze gelegenheid brachten ze een boek uit waarin ze terugblikken op de Belgische migratiegeschiedenis van de afgelopen decennia.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/11/2020 – 10:08 door Eli­na Volod­chenkoMick Menu

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

“Vorig jaar wer­den de archieven van VOEM overge­dra­gen aan het Amsab (Insti­tu­ut voor Sociale Geschiede­nis) en het leek ons inter­es­sant om te kijken hoe de organ­isatie de afgelopen der­tig jaar veran­derd is”, zegt Amani El Had­dad, soci­aal-cul­tureel werk­ster bij VOEM. “Het ver­haal is niet enkel belan­grijk voor VOEM zelf, maar voor heel Vlaan­deren, omdat het een beeld schetst van de peri­ode waarin de maatschap­pij een over­gang van een mul­ti­cul­turele naar een super­di­verse samen­lev­ing maakt”, aldus migratiehis­tor­i­ca en schri­jf­ster van het boek Tina De Gendt.

Emancipatie boven integratie

In welke his­torische con­text moeten we het ontstaan van VOEM kaderen? “De eerste gen­er­atie arbei­dsmi­granten kwam in de jaren 60 naar Vlaan­deren met het idee om snel weer te vertrekken”, vertelt De Gendt. “In de jaren 80 ver­wierp een tweede gen­er­atie de terug­keergedachte van hun oud­ers. Ze wilden niet meer afhanke­lijk zijn van het buiten­land om hier recht­en te hebben. De Bel­gis­che over­heid besteed­de immers alles wat met religie te mak­en had uit aan Saoe­di-Ara­bië. Vlaamse moslims wilden in een land met gods­di­en­stvri­jheid hun religie op een nor­male manier kun­nen beleven. Er ontston­den een hele reeks zelfor­gan­isaties die voor de eman­ci­patie en volk­son­twik­kel­ing van de Vlaamse moslims en andere min­der­he­den opkomen. De economie kende tevens een steile neer­gang; er ontstond gigan­tis­che werk­loosheid en men­tale, sociale en maatschap­pelijke prob­le­men. Veel mensen zijn zich in die peri­ode gaan engageren en het is eigen­lijk op dat kruis­punt dat VOEM in 1989 is ontstaan.”

“De missie van VOEM is doorheen de jaren niet gewi­jzigd”, vin­dt De Gendt. “Als het gaat over eman­ci­patie, was VOEM haar tijd ver vooruit. In plaats van inte­gratie en aan­pass­ing ijver­den ze voor eman­ci­patie, verbind­ing en ontwik­kel­ing. De maatschap­pelijke visie op eman­ci­patie is gaan­deweg wel sterk veran­derd. Daar­door is VOEM ook op een andere manier gaan werken. In het begin was de recht­streekse belei­ds­beïn­vloed­ing erg aan­wezig. Zo heeft VOEM zich geën­gageerd opdat moslims in Bel­gië begraven zouden kun­nen wor­den. Nu werken ze meer van onderuit en onder­s­te­unen ze etnisch-cul­turele verenigin­gen, artistieke krin­gen en kun­ste­naars om die stri­jd zelf op de nemen. In die zin is de eman­ci­patie die ze der­tig jaar gele­den voor ogen had­den, gelukt.”

De mozaïeksamenleving

De focus van VOEM ligt nu vooral op ont­moet­ing en verbind­ing met de brede samen­lev­ing door mid­del van cul­tu­ur door bijvoor­beeld kalligrafie- of dabke­cur­sussen te organ­is­eren. El Had­dad benadrukt het belang van die socio­cul­turele insteek: “We hebben ervoor gekozen om kwal­i­tatief en pro­ject­matig te werken en op die manier mensen samen te bren­gen rond inter­ess­es en tal­en­ten en niet op basis van afkomst, etniciteit of lev­ens­beschouwing. Vroeger ste­un­den we gro­ten­deels moslims, maar van­daag bestaat onze achter­ban uit sikhs, quak­ers, katholieken, protes­tanten en niet-gelovi­gen. We spe­len in op de gelaagde en fluïde iden­titeit van mensen: er bestaat niet zoi­ets als dé Vlam­ing of dé moslim. We zien onszelf als bruggen­bouw­ers, maar respecteren tegelijk ook de eigen­heid van mensen en de iden­titeit die ze zichzelf aan­meten.”

“In de jaren 90 was er nog sprake van een mul­ti­cul­turele samen­lev­ing, maar onder­tussen is de samen­lev­ing com­pleet veran­derd en bestaan er geen homo­gene gemeen­schap­pen meer”, benadrukt De Gendt. “Van­daag is VOEM vooral de verte­gen­wo­ordi­ger van die moza­ïek­samen­lev­ing.”

VOEM benadert de samen­lev­ing vanu­it een kruis­punt­denken om zo een plu­ral­is­tis­che en gen­u­anceerde dialoog rond ver­schil­lende onder­w­er­pen te stim­uleren. Een voor­beeld van zo’n soci­aal-cul­tureel ini­ti­atief is ‘Veg­gie = halal’, een project dat VOEM een paar jaar gele­den is ges­tart in samen­werk­ing met de vzw EVA.

“Er bestaat niet zoi­ets als dé Vlam­ing of dé moslim” − Amani El Had­dad

“Het is onze bedoel­ing om moslims die plan­taardig eten, in con­tact te bren­gen met andere organ­isaties die daarmee bezig zijn. Deze organ­isaties trekken echter heel vaak een wit pub­liek aan. We proberen con­nec­ties te leggen en diverse stem­men te lat­en horen, zodat het debat omtrent plan­taardig eten ver­rijkt wordt. We organ­is­eren inter­levens­beschouwelijke pan­elge­sprekken om over moti­vaties voor veg­e­tarisme te prat­en. Daar­naast hebben we een kaart gemaakt om te tonen waar je in Gent plan­taardig kan gaan eten. ‘Halal’ wordt heel vaak negatief voorgesteld in de media, maar op deze manier lat­en we zien dat de term zo veel meer belichaamt dan alleen het onver­doofd slacht­en. Veg­e­tarische maalti­j­den zijn ook gewoon halal.”

Het Gentse verhaal

Vroeger bevond het cen­trum van de werk­ing van VOEM zich in Antwer­pen, maar over de jaren heen is dit ver­schoven naar Gent. De Gendt ziet hier­voor enkele goede rede­nen. “Gent heeft, in tegen­stelling tot Antwer­pen, heel lang slechts één grote migrantenge­meen­schap gek­end: de Turkse tex­tielar­bei­ders. De andere nation­aliteit­en vor­m­den kleine min­der­he­den. VOEM heeft van in het begin op die diver­siteit inge­speeld en heeft voor een plat­form gezorgd. Ten tweede is Gent een pro­gressieve stu­den­ten­stad die bruist van de cre­ativiteit. Ten derde zorgt de klein­scha­ligheid van Gent dat het moeil­ijk is om elka­ars leefw­ereld te ont­lopen. Mensen moeten dus met elka­ar samen­werken en dat zorgt voor een zekere eigen­heid.”

“Ten slotte heeft het Gentse mid­den­veld al decen­nia lang een goede relatie met het stads­bestu­ur. In de jaren 90 kwam de paarse coal­i­tie aan de macht en die hechtte veel belang aan het mid­den­veld. Het huidi­ge stads­bestu­ur zet nog duidelijk­er in op die ver­sterk­ing van het mid­den­veld. Er is veel vertrouwen en dat geeft veel ruimte voor socio­cul­turele exper­i­menten. In Antwer­pen staat het stads­bestu­ur al sinds de jaren 90 weig­er­achtig tegen­over zelfor­gan­isaties van min­der­he­den. Dat zorgt tot op heden voor een moeil­ijkere sit­u­atie.”

El Had­dad werk­te vroeger in Antwer­pen voor VOEM en beaamt het unieke karak­ter van Gent. “Ik merk hoe het stads­bestu­ur hier hele­maal anders omgaat met zelfor­gan­isaties en hoeveel vertrouwen wij kri­j­gen. Ze nemen ons au serieux en schep­e­nen komen naar onze even­e­menten, ter­wi­jl Antwer­pen een grotere stad is met veel meer struc­turele bar­rières.”

Toekomstige uitdagingen

Sinds vorig jaar is de visie op zelfor­gan­isaties onder druk komen te staan. Het huidi­ge regeer­akko­ord stelt dat organ­isaties die seg­re­gatie in de hand werken of op etnis­che afkomst terug­plooien, niet langer gesub­si­dieerd zullen wor­den. El Had­dad duidt dat VOEM een posi­tieve beo­ordel­ing gekre­gen heeft zon­der aan­dacht­spun­ten: “We hecht­en veel belang aan het over­sti­j­gen van de eigen achter­grond om zo meer in con­tact te tre­den met anderen. Die con­nec­tie met de Vlaamse samen­lev­ing is heel belan­grijk. We mak­en deel uit van deze maatschap­pij, zon­der de eigen cul­turele bagage te ver­looch­enen.”

Hoe houdt VOEM zich als ‘verbindende’ organ­isatie staande in een tijd die wordt geken­merkt door toen­e­mende polaris­er­ing? “Soms komen er mensen met bepaalde vooro­orde­len die in het begin wat kri­tiek hebben,” merkt El Had­dad op, “maar door de dialoog aan te gaan en naar verbind­ing te zoeken lukt dat soms wel om elka­ar te begri­jpen. We zetten tegen­wo­ordig heel erg in op onze online werk­ing, zek­er aangezien par­ti­jen zoals Vlaams Belang enorm hebben geïn­vesteerd in online cam­pagnes. We willen de mensen over­stelpen met posi­tieve bood­schap­pen, omdat we ook echt tegengewicht willen bieden aan die polaris­er­ing.”

Mensen zullen zich alti­jd vra­gen bli­jven stellen en het is dus belan­grijk om die te bli­jven beant­wo­or­den − Tina De Gendt

De Gendt stelt dat er een grote groep is die nog niet vastz­it in een extreme ide­olo­gie, maar die nog alti­jd een soort van open­heid bewaart. “VOEM is een paar jaar voor Zwarte Zondag ontstaan en is sterk gegroeid door­dat mensen zich in de nasleep van die verkiezin­gen enorm veel vra­gen begonnen stellen over wat de islam eigen­lijk is. Er was heel veel onwe­tend­heid: het onder­wi­js leerde niks over diver­siteit, migratie of islam en mensen geloof­den sim­pel­weg wat op tv kwam. VOEM is toen in het hele land uit­leg gaan geven en dat heeft toch wel een invloed gehad. Ons onder­wi­js en de beeld­vorm­ing in de media veran­deren echter niet zo snel en der­tig jaar lat­er zit­ten we met een nieuwe groep mensen die met dezelfde vra­gen als der­tig jaar gele­den zit­ten. Zolang die vra­gen gesteld wor­den, is er hoop. Het is belan­grijk om die te bli­jven beant­wo­or­den en dat is wat VOEM doet.”