Universiteit leert communiceren


Van vage coronamails tot vage bedreigingen jegens UGent-jobs. Ondanks al die middelen voor communicatiecampagnes lijkt echte transparantie en doordachte communicatie keer op keer een struikelblok voor UGent.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/05/2023 – 15:52 door Pieter Beirens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

We keren even terug in de tijd naar maart 2020, de eerste golf. Een peri­ode die met veel moeite nog uit het col­lec­tieve geheugen te klop­pen valt. Om Covid-19 tegen te houden, moesten alle over­he­den, en ook UGent, maa­trege­len nemen. Stu­den­ten en medew­erk­ers leef­den in een zee van onzek­er­heid. Er was een vuur­toren van hoop nodig om duidelijkheid te bren­gen. En wat kre­gen we? De mails van de rec­tor. Ellen­lange, ver­war­rende en bijster vage tek­sten waar­door men soms nog onzek­erder achterbleef.

Drie jaar lat­er mocht­en de medew­erk­ers van onze alma mater zich opnieuw aan een mailt­je verwacht­en. Deze keer geen “goede moed en veel suc­ces”, maar een duis­tere voor­bode. In de mail werd de ontwerp-kern­taken­no­ta 2.0 aangekondigd: de inmid­dels breed bespro­ken bespar­ingsno­ta van UGent. Alhoewel de inhoud van die nota inmid­dels via een lek bek­end is gemaakt, moesten de ont­vangers van die mail het met veel min­der info doen. Ze moesten genoe­gen nemen met een ram­ing van hoeveel er bespaard zal moeten wor­den, en de weinig gerust­stel­lende bood­schap dat het (ondanks een hele alin­ea over hoe onzek­er de sit­u­atie is) duidelijk is dat “de UGent het in de toekomst met min­der mensen zal moeten doen.” De onzek­er­heid loerde weer, en duidelijke com­mu­ni­catie over wat er beslist zou wor­den en wie er voor hun job moest vrezen bleef uit.

De vri­je debat­cul­tu­ur die je van een acad­emis­che instelling zou verwacht­en lijkt ver zoek

Een gelijkaardi­ge kri­tiek komt bij­na semes­trieel terug: de uni­ver­siteit, en boeg­beeld, voortrekker of zon­de­bok rec­tor Rik Van de Walle, mak­en de meest impactvolle beslissin­gen met zo weinig mogelijk inspraak. De eerste kern­taken­no­ta, de herzien­ing van de maalti­jd­pri­jzen en de herzien­ing van het bestu­urscol­lege: een paar voor­beelden van dossiers die tij­dens exa­m­en­pe­ri­odes wer­den beslist en waar zo weinig mogelijk over werd gecom­mu­niceerd. De vri­je debat­cul­tu­ur die je van een acad­emis­che instelling zou verwacht­en lijkt ver zoek. Toen Scham­per vorig acad­e­mie­jaar stu­den­ten vroeg naar wat ze van onze rec­tor von­den, was com­mu­ni­catie dan ook de pri­maire oorza­ak voor enige negatieve affec­ties.

Ook als redac­teur van dit stu­den­ten­blad moet ik vast­stellen dat com­mu­ni­catie een blokkade vormt. Waar wij drie jaar gele­den al dan niet suc­cesvol bij de lieve mensen van de UGent-admin­is­tratie terechtkon­den met vra­gen, gebeurt alles tegen­wo­ordig via de pers­di­enst. Een uni­ver­siteit heeft uit­er­aard recht op een medi­a­com­mu­ni­catieplan, maar wan­neer zelfs som­mige stu­vers enkel nog kun­nen doorver­wi­jzen naar de pers­di­enst, lijkt er meer sprake van een uni­ver­siteits­brede omer­ta.

Het is op zijn minst noe­menswaardig dat een uni­ver­siteit die haar beperk­te bud­get gebruikt om ieder half­jaar een nieuwe mas­sale poster­cam­pagne op te zetten, zo faalt op vlak van com­mu­ni­catie en transparantie. De uni­ver­siteit biedt nochtans ver­schil­lende oplei­din­gen in de com­mu­ni­catieweten­schap­pen en ‑prak­tijk aan. Miss­chien kan ze eens lessen begin­nen te trekken uit haar eigen cur­ric­u­la.