UGent-brouwerij: eigen biertje en speciale opleiding


De UGent zit vol verrassingen, dat weten we al. Maar wist je dat de universiteit ook haar eigen brouwerij heeft? Jawel, tussen de wetenschappelijke experimenten door wordt hier ook gebrouwen!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 10/03/2025 – 8:35 door Leone MattheusJulie Moens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Pro­fes­sor Jes­si­ka De Clip­peleer nam ons mee achter de scher­men en liet zien dat er veel meer schuilt achter dit unieke project dan enkel het brouwen van bier.

Hoe­lang bestaat de brouw­er­ij al?

“De brouw­er­ij op cam­pus Schoon­meersen heeft een ver­rassend lange geschiede­nis. Oor­spronke­lijk opgericht in 1886, was het de oud­ste brouw­er­i­jschool van Gent, lange tijd voor­dat het de piloot­brouw­er­ij werd. In 1995 kwam de brouw­er­ij onder de vleugels van de HOGENT, en pas in 2013, toen de oplei­d­ing indus­trieel inge­nieur werd geïn­te­greerd in de Uni­ver­siteit Gent, werd de brouw­er­ij offi­cieel onderdeel van de UGent. Het is een stuk­je geschiede­nis dat veel mensen niet ken­nen, maar dat zek­er de moeite waard is om te ont­dekken.”

“De samen­werk­ing tussen de UGent en HOGENT veran­derde de manier waarop we aan onder­wi­js en dien­stver­len­ing doen. De gedeelde brouw­er­ij facili­teert onder­zoek en indus­triële pro­jecten, met directe toepas­baarheid voor de indus­trie. De link met de oud-stu­den­ten­v­erenig­ing Fer­men­ta­tio ver­sterkt dit. Door de samen­werk­ing tussen de ver­schil­lende instellin­gen wordt boven­di­en ver­snip­per­ing voorkomen.”

Werken de stu­den­ten van de UGent en de HOGENT volledig apart, of probeert u ze juist zoveel mogelijk samen te bren­gen? Hoe ziet hun rol er pre­cies uit?

“Alle UGent- en HOGENT-stu­den­ten leren de kneep­jes van het vak in het­zelfde labo, al ver­schillen de oplei­din­gen duidelijk: aan de ene kant hebben we de pro­fes­sionele bach­e­lorstu­den­ten, die meer hands-on leren, onder lei­d­ing van mijn col­le­ga Dana Van­der­put­ten. Aan de andere kant hebben we de indus­trieel inge­nieurs, die een meer the­o­retis­che benader­ing kri­j­gen. Er zijn meer con­tac­turen bij de bach­e­lor, ter­wi­jl die voor de inge­nieurs zijn ver­min­derd door de her­vormin­gen. Voor wie echt de prak­tijk wil induiken, bieden we de mogelijkheid om dit te doen via een mas­ter­proef bin­nen onze groep. De UGent- en HOGENT-stu­den­ten leren van elka­ar en plukken de vrucht­en van de invester­ing in de nieuwe appa­ratu­ur.”

“De nieuwe brouw­er­ij heeft een capaciteit van 500 liter”

Hoeveel stu­den­ten vol­gen jaar­lijks deze oplei­din­gen?

“Bij de pro­fes­sionele bach­e­lors hebben we iets min­der stu­den­ten, omdat de oplei­d­ing heel gespe­cialiseerd is. In de oplei­d­ing indus­trieel inge­nieur is de groep grot­er: gemid­deld zo’n tachtig stu­den­ten vol­gen het vak Mouter­ij- en Brouw­er­i­jtech­nolo­gie, inclusief bio-inge­nieurs die het als keuze­vak kiezen. We kun­nen een aan­tal stu­den­ten in ons labo onder­bren­gen, afhanke­lijk van de the­sison­der­w­er­pen en de onder­zoek­ers die beschik­baar zijn om hen te begelei­den.”

Wat gebeurt er eigen­lijk met het bier dat hier wordt gebrouwen? Is het bedoeld voor verkoop of vooral voor onder­zoeks­doelein­den?

“Bijloke Bier, het huis­bier van de UGent en de HOGENT, wordt geserveerd bij acad­emis­che gele­gen­heden zoals recep­ties en procla­maties. Externe verkoop gebeurt niet, maar interne aan­vra­gen voor bijvoor­beeld relatiegeschenken zijn mogelijk. Naast het onder­wi­js en lopend onder­zoek, werkt de brouw­er­ij vooral in opdracht van de indus­trie, met focus op pro­duc­ton­twik­kel­ing, van lokale hoptesten tot nieuwe bier­vari­anten.”

Hoeveel liters gaan er per jaar door de machines?

“De nieuwe brouw­er­ij heeft een capaciteit van 500 liter, maar de fer­men­tatie is de groot­ste bot­tle­neck. Afhanke­lijk van de batch­g­rootte kan gefer­menteerd wor­den op 100 liter, 200 liter of 300 liter, tot zelfs 1000 liter. Als alle tanks echter vol zit­ten, is wacht­en de enige optie. De instal­latie draait sinds het najaar van 2024, dus een duidelijk antwo­ord ont­breekt nog. Het brouwen dient meerdere doe­len, afgestemd op de vraag.”

Wor­den de bijpro­ducten van het brouwen nog gebruikt in andere indus­trieën?

“Goede vraag! Bij het brouw­pro­ces ontstaan rest­stromen, zoals draf, die een val­orisatiepo­ten­tieel hebben. We werken momenteel in ons onder­zoek niet direct aan de val­orisatie van deze bijpro­ducten, maar wel in samen­werk­ing met andere groepen die zich daarop richt­en. We gebruiken ook andere gra­nen dan ger­ste­mout, wat waarde­volle com­po­nen­ten oplev­ert in de draf. Daar­naast is er de mogelijkheid om gist te recu­per­eren, wat veel brouw­ers al doen. Op het gebied van cir­cu­lar­iteit biedt de brouw­er­ij zek­er kansen, en dat is een belan­grijk aan­dacht­spunt in de sec­tor.”

Werken jul­lie ook aan de pro­duc­tie van alco­holvrij bier?

“In 2019 start­ten we met ons Alter­Brew-project om de impact van tien ver­schil­lende gra­nen op smaak­di­ver­si­fi­catie te testen. De opkomst van spe­ci­aal­bieren wakkerde de vraag aan naar nieuwe smak­en, geuren en aro­ma’s. Ger­ste­mout deels ver­van­gen bleek niet alleen de smaak te ver­rijken, maar ook de houd­baarheid te ver­beteren en tegelijk­er­ti­jd brouw­ers voor te berei­den op veran­derende grond­stof­fen door de kli­maatveran­der­ing.”

“Op het gebied van cir­cu­lar­iteit biedt de brouw­er­ij zek­er kansen”

“Zelfs met 40% alter­natieve gra­nen ontstaan uit­ge­spro­ken smak­en. Toen de vraag naar niet-alco­holis­che bieren (NAB) groei­de, werd die ken­nis ingezet voor de NAB-markt. Een tech­niek werd ontwikkeld waarmee kleine brouw­er­i­jen, zon­der dure de-alco­holisatie, een vol en min­der waterig bier kon­den brouwen. Alter­natieve gis­ten, die geen alco­hol pro­duc­eren, en een aangepaste wort, beperk­ten rest­suik­ers en ver­sterk­ten de body.”

“De com­bi­natie van spe­ciale gis­ten met andere grond­stof­fen bood nieuwe mogelijkhe­den. Het beperk­te aan­bod com­mer­ciële gis­ten bli­jft een uitdag­ing, maar vari­atie in ingrediën­ten helpt brouw­ers zich te onder­schei­den en de smaakim­pact van alco­holver­lies op te van­gen. Niet-alco­holisch bier heeft al een lange weg afgelegd, en we zijn vast­ber­aden om die evo­lu­tie verder te ver­snellen.”