U mag langzaam beginnen panikeren


Het gaat allemaal te snel in de 21e eeuw, of dat is alleszins wat alle intellectuelen vandaag de dag lijken te zeggen. “Daardoor loopt de vooruitgang soms voor op de ethiek”, zegt moraalfilosofe en internetspecialiste Katleen Gabriels.  

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/12/2017 – 8:34 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Kath­leen Gabriels

Het is beangsti­gend als je erbij stil­staat dat het inter­net pas sinds 1989 echt com­mer­cieel gebruikt wordt, aangezien het tegen­wo­ordig het fun­da­ment vormt van ons alledaagse lev­en. De tijd waarin het een keuze was om een deel te vor­men van het World Wide Web is immers al lang voor­bij. We wor­den geboren op het inter­net en zullen er waarschi­jn­lijk ook op ster­ven.

Toch is het belan­grijk om te besef­fen dat het inter­net nog steeds relatief jong is en er zek­er op ethisch vlak nog een hele hoop onopgeloste prob­le­men zijn waar we van­daag mee wor­den gecon­fron­teerd. Rus­land zou Face­book gebruikt hebben in de Amerikaanse verkiezin­gen, Chi­na is begonnen aan een online soci­aal kredi­et­sys­teem en de pres­i­dent van de VS com­mu­niceert voor­namelijk via Twit­ter. We kri­j­gen zo langza­mer­hand het gevoel in een aflev­er­ing van ‘Black Mir­ror’ te zit­ten.

“We wor­den geboren op het inter­net en zullen er waarschi­jn­lijk ook op ster­ven”

Iemand die deze morele dilemma’s onder­zoekt, is Katleen Gabriels, moraal­filosofe aan de TU Eind­hoven. Zij ontkracht enkele mythes die vaak geas­so­cieerd wor­den met ethiek en tech­nolo­gie:

1. “Technologie is neutraal”

De sociale media hebben het niet makke­lijk sinds de verkiezin­gen van 2016. Face­book wordt ervan beschuldigd ‘fake news’ te ver­sprei­den, sociale bubbels te creëren en Rus­sis­che pro­pa­gan­da te ver­sprei­den. Mark Zucker­berg lijkt hier echter koelt­jes mee om te gaan. Uit zijn com­men­taar op de beschuldigin­gen blijkt dat de jonge CEO gelooft dat Face­book geen blaam tre­ft. “Face­book is slechts soft­ware, waar je die soft­ware voor gebruikt, kiest de gebruik­er zelf.”

Vol­gens Gabriels is dit geen uit­zon­der­lijke opvat­ting. “Nog steeds gaan erg veel mensen ervan uit dat tech­nolo­gie iets neu­traals is. Deze stelling is echter fout; iedere vorm van tech­nolo­gie, zelfs zoi­ets banaals als een bril, draagt een waardeo­ordeel in zich mee. Als mensen de behoefte hebben om iets uit te vin­den, wil dat waarschi­jn­lijk zeggen dat ze niet tevre­den zijn met hun huidi­ge manier van lev­en of gedreven wor­den door een drang naar vooruit­gang. In bei­de gevallen hebben we te mak­en met een waardeo­ordeel over onze wereld. En zelfs de vorm van een prod­uct wordt beïn­vloed door de nor­men en waar­den van onze maatschap­pij. Is het zo bijvoor­beeld niet gek dat veel veg­e­tarisch eten de vorm van vlees nabootst of het meeste speel­go­ed ‘voor meis­jes’ nog alti­jd roze is?”

Dezelfde opvat­ting geldt voor sites en apps. “Het is bijvoor­beeld echt ver­bi­jsterend hoeveel mensen er op dit ogen­blik nog steeds van uit­gaan dat de rangschikking van de zoekre­sul­tat­en bij Google zou gebeuren op basis van rel­e­vantie of betrouw­baarheid. In de prak­tijk werkt Google namelijk met een heel ingewikkeld algo­ritme. Dat algo­ritme zorgt ervoor dat iedere gebruik­er geïn­di­vid­u­aliseerde zoekre­sul­tat­en kri­jgt, gebaseerd op voor ons onbek­ende data. Natu­urlijk is het ook mogelijk om je weg naar de top van de zoekre­sul­tat­en te kopen. Dat is meestal het geval bij de eerste resul­tat­en.”

2. “Mensen gedragen zich anders online”

Door de hoeveel­heid stalk­ers en trolls op het inter­net gaan we er graag van uit dat mensen zich anders gedra­gen op het inter­net dan in ‘het echte lev­en’. Mensen lijken veel narcis­tis­ch­er, gemen­er, sar­castis­ch­er en irra­tionel­er te zijn wan­neer ze achter een scherm zit­ten. Ook dat beeld van een gedragsveran­der­ing is echter niet meer dan een mythe.

“Op zich veran­dert menselijk gedrag niet wan­neer we een virtuele ruimte betre­den. Dat het idee dat we online een andere vorm van moraliteit zouden aan­nemen fout is, werd al enkele jaren gele­den exper­i­menteel aange­toond. Over het alge­meen stellen mensen zich in een sociale sit­u­atie voor zoals ze dat in een gesprek of een brief zouden doen, maar moreel gedrag kan wel sterk beïn­vloed wor­den door de con­text. Onze nor­men en waar­den gaan dus niet veran­deren, maar het inter­net gaat som­mige waar­den uitver­groten en andere inperken.”

“Dat heeft ook te mak­en met het feit dat de meeste sites irra­tion­eel gedrag aans­poren, wat uit­er­aard haaks staat op het nemen van door­dachte ethis­che beslissin­gen. Likes op Face­book activ­eren bijvoor­beeld het belonings­cen­trum in onze herse­nen en op Ama­zon kan je via de dash but­ton een prod­uct bestellen zon­der zelfs je reken­ingnum­mer te moeten geven. Al die knop­jes, gelu­id­jes en noti­fi­ca­tions zor­gen ervoor dat we veel irra­tionel­er gaan han­de­len.”

3. “We hebben nog geen ethische problemen met AI”

Als we aan Arti­fi­ciële Intel­li­gen­tie (AI) denken, denken we aan robots uit Sci-Fi films die ons doen twi­jfe­len over wat het pre­cies betekent om menselijk te zijn. De filosofis­che vraagstukken uit films en series zoals ‘West­world’ en ‘Ex machi­na’ gaan dan ook voor­namelijk over deze grens tussen mens en machine. “Daar zijn we echter nog hele­maal niet”, verk­laart Gabriels.

“Als we het hebben over arti­fi­ciële intel­li­gen­tie, is het heel belan­grijk om te pre­cis­eren wat daarmee pre­cies bedoeld wordt. Cog­ni­tief is AI al lang veel slim­mer dan wij; een reken­ma­chine was dat al. Op vlak van sociale of emo­tionele intel­li­gen­tie staan com­put­ers echter nog ner­gens. Ook een vorm van zelf­be­wustz­i­jn hebben ze nog lang niet.”

“Toch wordt AI al op heel veel domeinen ingezet, bijvoor­beeld voor de automa­tis­che piloot van een vlieg­tu­ig of drones in het leg­er. Die com­put­ers draaien ook op algo­rit­men die beslissin­gen mak­en op basis van verza­melde data, zoals bij Google het geval is. Dat stelt ons echter voor morele dilemma’s wan­neer zo’n drone of vlieg­tu­ig een fout maakt. Nie­mand kan hier immers nog ver­ant­wo­ordelijk voor gesteld wor­den.”

“Nu zit er nog steeds een sol­daat met een knop achter het scherm van de drones, maar vanaf het moment dat drones volledig onafhanke­lijk zullen oper­eren, zal het lastiger wor­den om ver­ant­wo­ordelijken aan te duiden voor eventuele ongelukken met onschuldige slachtof­fers. Dat iets zon­der bewustz­i­jn mensen zou gaan ver­mo­or­den, is een heel eng idee”, vertelt Gabriëls.

4. “Alles komt wel goed”

Vaak hebben we als maatschap­pij het gevoel dat alles wel goed komt: een soort van blind opti­misme in vooruit­gang. In de prak­tijk zien we echter dat dit niet alti­jd het geval is, en zek­er niet bij tech­nolo­gie. Tech­nolo­gie heeft heel veel toepassin­gen en als we geen toezicht houden op hoe tech­nolo­gie gebruikt kan wor­den, kan dat wel eens heel nare gevol­gen hebben.

“Het gebeurt het nog maar zelden dat tech­nolo­gie als pri­mair doel heeft om de men­sheid te helpen”

“Op dit moment gebeurt het nog maar zelden dat tech­nolo­gie zo wordt ont­wor­pen dat het als pri­mair doel heeft om de men­sheid te helpen. De vooruit­gang is nu gericht op winst, en niet op sociale vooruit­gang. Onze autonomie en pri­va­cy zijn al duidelijk slachtof­fers gewor­den van onze blinde drang naar tech­nis­che snuf­jes, en daar prof­iteren enkele monop­o­lies maar al te graag van. Wij moeten als men­sheid zo snel mogelijk een con­ver­sa­tie proberen te hebben over wat kan en niet kan op het inter­net. Anders zullen onze morele prob­le­men nog veel grot­er wor­den.”