Tsjernobyl en de kracht van atomen


De laatste tijd was er heel wat te doen rond de kernramp in Tsjernobyl, onder andere door de moeilijk te blussen bosbranden rond de kerncentrale die voor vervuilde rookpluimen zorgden, maar evenzeer door de veelgeprezen HBO-miniserie 'Chernobyl'. Wat gebeurde er daar en kan het ons ook overkomen?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 24/05/2020 – 20:15 door Pieter Beirens­Mar­jan Suffys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een uit de hand gelopen test

Wat gebeurde er nu pre­cies in de heden­daagse spook­stad Prip­jat, dicht­bij de grens tussen Oekraïne en Wit-Rus­land? De explosie van de kern­cen­trale was eigen­lijk het gevolg van een uit de hand gelopen test. Om die test uit te voeren, wer­den enkele vei­lighei­dsmech­a­nis­men uit­geschakeld, waar­door de ramp te wijten was aan een menselijke fout, naast de onvei­ligheid van dergelijke RBMK-reac­toren. In de nacht van 26 april werd de beveilig­ing uit­geschakeld en de stoom­tur­bine afges­loten. De koelpom­pen van de reac­tor vie­len uit, maar, anders dan verwacht, nam het ver­mo­gen van de reac­tor niet af. Het nam fameus toe en de reac­tor werd volledig verni­etigd. Dat de reac­tork­ern in brand stond, wilden weini­gen geloven, omdat dit vol­gens de ken­nis rond de werk­ing van deze kern­cen­trale niet mogelijk was. Dit wordt mooi in beeld gebracht in de serie van HBO. 

De Verenigde Naties spreken van een mogelijk dode­naan­tal van 4000 mensen op wereld­schaal

De impact van deze ramp werd lange tijd door de over­heid ontk­end en gem­i­ni­maliseerd: enerz­i­jds door een gebrek aan ken­nis, anderz­i­jds omdat men de bevolk­ing rustig wilde houden. Grote delen van Oekraïne, Rus­land en Wit-Rus­land wer­den radioac­tief besmet. De weer­som­standighe­den in april ’86 zorgden voor een onvoor­spel­bare ver­sprei­d­ing van de radioac­tiviteit, maar weer­ankers moesten de bevolk­ing voor­liegen dat er geen gevaar was voor de volks­ge­zond­heid. De Verenigde Naties spreken van een mogelijk dode­naan­tal van 4000 mensen op wereld­schaal. Dit omvat zow­el de mensen die aan de stral­ing overleden als mensen die van­daag nog zouden kun­nen over­li­j­den aan de gevol­gen van radioac­tiviteit. Mensen in de buurt van Tsjer­nobyl, tij­dens en na de ramp, overleden in eerste instantie aan de zoge­naamde acute stral­ingsziek­te (ARS). Anderen stier­ven lat­er door mildere stral­ing of aan door stral­ing veroorza­ak­te kankers, zoals schild­klierkanker. Stral­ingsziek­te houdt in dat acute, hoge stral­ing de cel op atom­air niveau beschadigt. Lichamelijke reac­ties bestaan uit ver­min­derde bloed­stolling, gas­tro-intesti­nale klacht­en, bewustz­i­jnsver­lies, blaren en uitein­delijk het los­geven van de huid.

Een gebied van 430 hectare werd rond de kern­cen­trale afge­bak­end als gevaar­lijk en ver­bo­den ter­rein. In de eerste gen­er­atie van geboren dieren en planten in de besmette zone deden mis­vormin­gen zich voor, maar merk­waardig genoeg wer­den er geen erfe­lijkhei­d­sef­fecten vast­gesteld, net als bij de mens. Over het grond­wa­ter onder het gebied moet extra wor­den gewaakt, gezien de besmet­ting. In 2016 werd een immense koe­pel over de ont­plofte cen­trale geplaatst, ter ver­vang­ing van de oude, die de stral­ing verder moet tegen­houden. Wat de gevol­gen van de kern­ramp tot op heden voor ons en het kli­maat beteke­nen, is niet hele­maal duidelijk.

Kernenergie voor dummies

Kern­cen­trales werken door de splits­ing van de atom­en van ele­menten zoals ura­ni­um of plu­to­ni­um. In de reac­tor wordt een neu­tron tegen een atoom afge­vu­urd. Zo’n splits­ing creëert een ket­tin­gre­ac­tie van andere splitsin­gen waar­bij dan weer warmte vrijkomt. Die warmte kan gebruikt wor­den om bijvoor­beeld water in stoom om te zetten en zo elek­triciteit op te wekken met een stoom­tur­bine. Meestal wordt water ook gebruikt om een reac­tor af te koe­len. In de meeste reac­toren wor­den ook ver­schil­lende cir­cuits van water­to­evo­er ont­wor­pen. Hoewel dit principe het­zelfde is voor alle kern­cen­trales, zit­ten er wel ver­schillen in het ontwerp van de reac­toren. 

De reac­tor van Tsjer­nobyl, de RBMK-1000, werd in de Sov­jet-Unie in de jaren 1960 ont­wor­pen en kwam enkel voor op Sov­jet grondge­bied. RBMK’s gebruiken als enige soort reac­tor ter wereld een com­bi­natie van grafi­et en waterkoel­ing. Grafi­et diende als mod­er­a­tor, of om de kern­splitsin­gen te ver­tra­gen voor een effi­ciën­ter gebruik van ura­ni­um. Daar­naast is het ook mogelijk voor RBMK’s om een pos­i­tive void coef­fi­cient of posi­tieve damp­bel­coëf­fi­ciënt te bekomen waar­bij een hogere pro­duc­tie van stoom ook lei­dt tot een actie­vere kern­splits­ing. In de abnor­male omstandighe­den van de ramp zelf, was die coëf­fi­ciënt zo hoog dat het alle sys­te­men die het zouden tegen­houden over­weldigde. Een andere eige­naardigheid in de RBMK zorgde voor een sti­jging van energie wan­neer de regel­staven, die gebruikt wor­den om de ket­tin­gre­ac­tie van kern­splitsin­gen te rege­len door neu­tro­nen te absorberen, in de machine inge­bracht wer­den.

The Nuclear Home

Vele jaren lat­er, na deze vre­selijke kern­ramp én die in Fukushi­ma, vraagt men zich af hoe het zit met de kern­cen­trales in Bel­gië. We hebben namelijk ook twee nucle­aire parken, in Doel en Tihange, samen goed voor zeven kern­re­ac­toren. In de media was er eerder al van alles om te doen: rond de lev­ens­du­urver­leng­ing en de scheurt­jes in de stal­en wan­den van de reac­tor­vat­en die de stral­ing bin­nen­houden. Ook toen werd beweerd dat er geen gevaar was. Klinkt zoals na de ramp van Tsjer­nobyl? In Bel­gië ziet het FANC (Fed­er­aal Agentschap voor Nucle­aire Con­t­role) toe op de vei­ligheid van onze twee kern­cen­trales, die door ENGIE Elec­tra­bel wor­den uit­ge­baat. In onze Bel­gis­che kern­cen­trales wor­den ten eerste voort­durend vei­lighei­d­scon­troles uit­gevo­erd en ver­schil­lende pro­ce­dures her­haaldelijk geë­val­ueerd. Er zijn heel strenge inter­na­tionale nor­men waaraan moet wor­den voldaan. Ten tweede werken Europese kern­cen­trales niet met een BWR-reac­tor, zoals de RBMK, maar met PWR-reac­toren. Die zijn veel veiliger. Na de ramp in Fukushi­ma zijn er zware investerin­gen gedaan in Doel en Tihange om de cen­trales te bescher­men tegen zware aard­bevin­gen of hoge water­standen. Er is ook een nood­plan voorhan­den, dat elk jaar wordt ingeoe­fend samen met brandweer en poli­tie. Zow­el op mogelijke interne inci­den­ten, die zeer gede­tailleerd staan beschreven, als op externe gebeurtenis­sen is men voor­bereid. Ook wat ter­ror­isme betre­ft zijn er na zow­el de aansla­gen op Char­lie Heb­do als deze op de Bat­a­clan en in Zaven­tem extra vei­lighei­ds­maa­trege­len getrof­fen.

Zow­el op mogelijke interne inci­den­ten, die zeer gede­tailleerd staan beschreven, als op externe gebeurtenis­sen is men voor­bereid

Wat met het afval?

Al stoten onze kern­cen­trales relatief weinig CO2 uit, ze creëren wel een hoop radioac­tief afval. Dat afval wordt samengeperst, inges­loten in stal­en vat­en en geï­soleerd van mens en milieu. NIRAS, de Nationale Instelling voor Radioac­tief Afval in ver­rijk­te Spli­jt­stof­fen, organ­iseert het trans­port van dat afval, dat aan strenge regels onder­wor­pen is. Waar het uitein­delijk wordt opges­la­gen, hangt af van de radioac­tiviteit van het mate­ri­aal. Bij radioac­tiviteit wordt gespro­ken over halfwaarde­ti­jd: de tijd waar­na de oor­spronke­lijke hoeveel­heid stof met de helft is ver­min­derd. Afhanke­lijk daar­van wordt de duur van de opslag van het mate­ri­aal bepaald, wat heel vaak over hon­der­den jaren gaat. Meestal wordt radioac­tief ker­naf­val onder­gronds opges­la­gen in bunkers bij Bel­go­process in Des­sel, in afwacht­ing van defin­i­tieve berg­ing, bijvoor­beeld in diepe geol­o­gis­che lagen.