Trust at first sight


Wanneer iemand ons voor de eerste keer ontmoet, zijn het niet onze fijne kwaliteiten, maar onze prachtige looks die eerst opvallen. En dat leidt tot de vraag: welke kenmerken zorgen ervoor dat wij er betrouwbaar uitzien?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/12/2018 – 15:01 door Daan Van Cauwen­berge­Bil­lie ThiessenKa­trien Van­den­broeck

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is erg het te moeten zeggen, maar miss­chien was Dis­ney fout: looks may mat­ter. Al had iedereen die twee sec­on­den keek naar het profiel van de gemid­delde Dis­neyprins­es waarschi­jn­lijk wel al kun­nen con­clud­eren dat zij zelf ook niet hele­maal van hun bood­schap over­tu­igd zijn. Hoe mooi je inner­lijk dan ook mag zijn, je kleren en gezicht kri­j­gen mensen alti­jd eerst te zien.

Gek genoeg linken de meeste mensen die uiter­lijke ken­merken vaak aan bepaalde karak­tertrekken. Mensen met een bril zouden zogezegd slim zijn, mensen met dreads zijn chille vogels en als je in de herf­st nog een korte broek draagt, ben je waarschi­jn­lijk een sociopaat. Het omge­keerde bestaat ook. Een hele hoop mensen passen hun uiter­lijk aan om zo hun inner­lijk aan de wereld te kun­nen tonen. Denk maar bijvoor­beeld aan die gast in jouw richt­ing met vijftig fes­ti­val­band­jes aan zijn arm. Je bent alter­natief, I get it.

Het resul­taat: enkele enquêtes met licht var­iërende rest­ing bitch faces

Als vli­jtige weten­schap­pers nemen wij echter geen genoe­gen met deze leuke opmerk­ing over het belang van een goede eerste indruk. Dus besloten we om op een weten­schap­pelijke manier op zoek te gaan naar de uiter­lijke ken­merken die ervoor zor­gen dat we mensen als ‘betrouw­baar’ inschat­ten.

Een beetje anders

“Een goed onder­zoek is een sim­pel onder­zoek”, aldus een luie onder­zoek­er. Om op zoek te gaan naar de meest betrouw­bare ken­merken, besloten we dat we het best met foto’s zouden werken van ver­schil­lende mensen uit onze redac­tie. Al deze foto’s wer­den op dezelfde plaats en ongeveer op het­zelfde moment genomen, zodat de omgev­ing geen impact kon hebben op de betrouw­baarheid van de per­soon op de foto. Oor­spronke­lijk was ons plan ook dat iedereen met een kleine glim­lach op de foto zou staan. Toen bleek echter dat som­mige van onze redac­teurs de vaardigheid van het spon­taan lachen niet bepaald meester waren. Dus hebben we uitein­delijk een erg objec­tieve rest­ing bitch face gehanteerd voor de rest van ons onder­zoek. Zoals dat een weten­schap­per betaamt.

Deze foto’s wer­den in willekeurige vol­go­rde aan ver­schil­lende mensen, die geen een van de mensen op de foto’s kenden, voorgelegd met de opdracht iedere per­soon een score van één tot tien te geven op basis van hoe betrouw­baar ze er pre­cies uitza­gen. Aangezien het echter moeil­ijk is om aan de hand van de score die iemand kri­jgt af te lei­den hoe betrouw­baar spec­i­fieke ken­merken zijn, besloten we nog een extra dimen­sie aan het onder­zoek toe te voe­gen.

Som­mige mensen lieten twee foto’s van zichzelf nemen, iedere keer met een lichte veran­der­ing in hun uiter­lijk. Een foto met los haar en een met het haar in een staart. Een foto met en zon­der baard. Een foto met natu­urlijk en met gek­leurd haar. Een foto met een doo­dse blik en één met een stral­ende lach. Zo had­den we meteen enkele vari­abe­len aan de hand waar­van we het effect van spec­i­fieke ken­merken kon­den nagaan. Het resul­taat: enkele enquêtes met licht var­iërende rest­ing bitch faces.

Trust issues

In totaal gaven iets meer dan hon­derdzes­tig mensen antwo­ord op onze enquêtes. Is dat veel? Wel, dat hangt een beet­je af van je per­spec­tief. Een erg sta­tis­tisch rel­e­vante steekproef kun­nen we het niet noe­men. Zelfs als we enkel ‘de UGentstu­dent’ als pop­u­latie nemen, hebben we nog alti­jd een erg kleine groep. Maar als we de hoeveel­heid reac­ties op een Scham­per­lab beschouwen, hebben we hier duidelijk baan­brek­end onder­zoek ver­richt. Onze vol­strekt pseudoweten­schap­pelijke gen­er­al­isaties in de komende alinea’s wor­den ide­aliter in de con­text van dit beperkt aan­tal antwo­or­den bekeken. Alvast gewaarschuwd.

Allereerst viel het ons op dat de gemid­delde scores van onze ver­schil­lende foto’s erg dicht bij elka­ar lagen. Nie­mand kreeg gemid­deld een score lager dan vier of hoger dan zeven. Dat wil zeggen dat uiter­lijk miss­chien toch maar een stuk­je van de puzzel is, als het aankomt op betrouw­baarheid. Anderz­i­jds is het mogelijk dat een stel gestresseerde jour­nal­ist-stu­den­ten die met doo­dse blik in de cam­eralens staren miss­chien niet de meest betrouw­bare mensen lijken. We zullen het antwo­ord op dit mys­terie waarschi­jn­lijk nooit te weten komen.

Op voor­hand had­den wij ook al enkele ideeën over welke ken­merken betrouw­baar of onbe­trouw­baar zouden zijn. Zo waren we ervan uit­ge­gaan dat de foto’s waarop brillen te zien zijn en onze ene lachende foto het vrij goed gin­gen doen. Dat ter­wi­jl baar­den en gek­leurd haar vol­gens ons de mist in zouden gaan. Dit bleek echter niet het geval te zijn. Brillen leken hele­maal niet rel­e­vant te zijn. Of ze nu een bril droe­gen of niet, onze char­mante jour­nal­is­ten eindig­den telkens weer met een sta­biele vijf kom­ma vijf. Ook het lachen had nauwelijks effect op de gemid­delde score van onze stral­ende redac­teur.

Het is mogelijk dat een stel gestresseerde jour­nal­ist-stu­den­ten die met doo­dse blik in de cam­eralens staren miss­chien niet de meest betrouw­bare mensen lijken.

Zow­el het blonderen als de baar­den gaven inter­es­san­tere resul­tat­en. In lijn met onze verwachtin­gen kreeg ons geblondeerd proe­fkoni­jn een lagere score voor zijn onnatu­urlijke haar. Als we die resul­tat­en echter meer in detail gin­gen bek­ijken, bleek dat hij van de man­nen twee keer vri­jwel iden­tiek dezelfde score had gekre­gen. Zij leken niet in te zit­ten met zijn fel­blonde haar. De vrouwelijke respon­den­ten daar­ente­gen, gaven een opval­lend lagere score aan zijn fel­blonde lokken. Een soort­gelijke trend zagen we ook bij de baar­den. Over het alge­meen kri­j­gen man­nen met baar­den een hogere score van onze man­nelijke respon­den­ten dan van hun vrouwelijke tegen­hang­ers. Bij man­nen zon­der baard zagen we dan weer een omge­keerde ten­dens. Onze vrouwelijke ondervraag­den had­den het duidelijk niet zo op het veran­deren van haar. Ten­z­ij het ging over haar opsteken, want staart­jes deden het duidelijk beter dan losse haren.

Ten slotte ont­dek­ten we ook, eerder onverwacht, dat ges­lacht een zeer belan­grijke fac­tor is. Bij de foto’s van man­nen gaven de twee ges­lacht­en alti­jd ongeveer het­zelfde antwo­ord. Zolang ze hun haar maar mooi op hun hoofd hield­en en ver van verf­bus en gezichts­be­har­ing bleven. Bij foto’s van vrouwen zagen we echter dat zij elke keer een hogere score kre­gen van vrouwen dan van man­nen. Van­daar ook dat de vrouwelijke foto’s de onbe­twiste win­naars bleken van onze enquête. Echt opval­lende ken­merken van betrouw­baarheid hebben we dus niet gevon­den, maar een gouden raad: man­nen, bli­jf van jul­lie haar en vrouwen, geloof in de kracht van girl pow­er.