Tik Tok


Eén sec­onde, twee sec­on­den. Iemand wist mij ooit te vertellen dat een mens alles tien sec­on­den aankan. Goed, ze had dit nu wel van een tv-serie en ik betwi­jfel het waarhei­ds­ge­halte van die stelling, maar het is me alti­jd bijge­bleven. Zek­er omdat ze vond dat je daar­na gewoon aan een vol­gende tien sec­on­den moest begin­nen.…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/04/2019 – 11:12 door Keanu Col­paert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Eén sec­onde, twee sec­on­den.

Iemand wist mij ooit te vertellen dat een mens alles tien sec­on­den aankan. Goed, ze had dit nu wel van een tv-serie en ik betwi­jfel het waarhei­ds­ge­halte van die stelling, maar het is me alti­jd bijge­bleven. Zek­er omdat ze vond dat je daar­na gewoon aan een vol­gende tien sec­on­den moest begin­nen.

Drie sec­on­den, vier sec­on­den.

Nu kan je als lez­er wel denken: “Wat een absolu­ut schi­j­tad­vies”, en dat neem ik u niet kwal­ijk. Nie­mand kan eeuwig tien sec­on­den bli­jven toevoe­gen. Je kan je adem wel tien sec­on­den inhouden, miss­chien kan je dat zelfs drie reek­sjes vol­houden, waar­door je aan der­tig sec­on­den zit. Natu­urlijk weten we alle­maal dat je dit real­is­tisch gezien niet eeuwig kan vol­houden, want uitein­delijk moet je wel weer naar adem hap­pen. Anders bega je toch wel een zeer unieke manier van zelf­mo­ord.

Vijf sec­on­den, zes sec­on­den.

Toch vind ik het wel een leuke manier van denken en zie ik er wel het nut van in. Ik haal een soort rust uit deze ’tien sec­on­den-leg­ende’. Wan­neer ik meen dat ik iets niet aankan – neem bijvoor­beeld een absolu­ut geestdo­dende blokpe­ri­ode – denk ik: “Ik kan zek­er tien sec­on­den lang alles aan.” Zo begin ik dan. Uitein­delijk is het ook wel een zeer troos­t­ende gedachte dat ik zek­er tien sec­on­den lang tot boven­menselijke presta­ties in staat ben. Tien sec­on­den lang ben ik Super­man. Als ik de wil zou hebben, zou ik tien sec­on­den lang de wereld kun­nen verov­eren. Alhoewel, miss­chien moet ik over dat laat­ste toch nog eens tien sec­on­den nadenken.

Tien sec­on­den lang ben ik Super­man

Zeven sec­on­den, acht sec­on­den.

Kijk, ik kamp ook met het vre­selijke en eeuwige prob­leem dat ik alles zo snel mogelijk wil doen. Ik hou mezelf zodanig druk dat ik niet anders kan dan mijn activiteit­en erdoor jagen en con­stant stressen over het vol­gende stuk werk dat ik moet afron­den. Het houdt mijn hoofd weg van de eeuwig storende stem­men die zeggen dat mijn waarde ongeveer rond het absolute vriespunt van het uni­ver­sum te schat­ten valt en ik zeer waarschi­jn­lijk ga falen in al mijn onderne­min­gen. Dan is het toch fijn­er om te stressen over de vol­gende taak, want daar komt ten­min­ste wél een einde aan. Jam­mer genoeg wil dat ook zeggen dat ik meestal geen tien sec­on­den de tijd neem om mijn werk op een deftige manier te doen, maar eerder een vijf­tal sec­on­den neem om snel-snel iets in elka­ar te flansen. Cue (ja, ik smi­jt graag met the­atert­er­men) de mot­tige stem in mijn achter­hoofd die mij erop wijst dat ik toch wel trotser zou zijn op mijn werk als ik er de tijd voor nam. Het is een soort ‘vicieuze 5 sec­on­den-cirkel’.

Negen sec­on­den, tien sec­on­den.

Deze col­umn is eigen­lijk wat war­rig, dat besef ik ook. De vrees dat ik er te weinig tijd voor heb genomen zal mij waarschi­jn­lijk nog wel een paar weken bespo­ken. Dit lyrische plei­dooi voor de tien sec­on­den toont hopelijk wel het belang van tijd, hoe kort de duur ook moge zijn. Neem dus even tien sec­on­den voor jezelf, zij het om verve­lende stem­men van weer­wo­ord te bieden, of om even­t­jes op adem te komen van al het blokken. Ik kan het alvast gebruiken. 

Eén sec­onde, twee sec­on­den.