The Schamper Times


Dies Natalis: vijftig jaar participatie. Zo klinken de woorden waar we jaren naar hebben uitgekeken. We hebben een excuus om deze komkommertijd der feestdagen op te vullen! Waar het allemaal heel schokkend begon, is de studentenparticipatie nu beter gestructureerd. We maken de tijd om het kluwen te ontwarren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/03/2019 – 16:13 door Nathan Laroy­Bil­lie Thiessen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Oriëntatie in de kluwen

De Gentse Stu­den­ten­raad verte­gen­wo­ordigt de belan­gen van de stu­dent bij het uni­ver­siteits­bestu­ur. Zij fungeert als losse entiteit die met haar advies­recht invloed tra­cht uit te oefe­nen op beslissin­gen die genomen wor­den. Lat­en we dit even uit­spit­ten.

Aan de top van de UGent bevin­den zich twee cen­trale bestu­ur­sor­ga­nen: de Raad van Bestu­ur (RvB) en het Bestu­urscol­lege (BC). De eerste rat­i­ficeert de finale beslissin­gen en werkt een strate­gisch plan uit om deze effec­tief uit te voeren. Ook hierin hebben vier stu­den­ten een zit­je. Deze wor­den om de twee jaar via uni­ver­siteits­brede verkiezin­gen verkozen waar­bij elke stu­dent zijn stem kan uit­bren­gen. Het Bestu­urscol­lege aan de andere kant is enkel bevoegd over het­geen haar opge­dra­gen is door de RvB. Deze twee wor­den bijges­taan door tal van advies­raden waarin ook steeds stu­den­ten aan­wezig zijn. De UGent draagt stu­den­ten­par­tic­i­patie hoog in het vaan­del! Hoe kan je je als nieuwe stu­dent inwerken in die schi­jn­baar onoverzichtelijke belei­d­stam­tam?

Ja, ge weet wel … die facultaire dinges daar …

Een vari­ant op een zin­net­je dat je waarschi­jn­lijk wel al eens hebt horen vallen. Het punt is: ze zijn er, en maar goed ook. Elke fac­ul­teit heeft dus ook zijn eigen stu­den­ten­raad die de stu­den­ten van zijn fac­ul­teit verte­gen­wo­ordigt. De ten­takels van deze fac­ul­taire stu­den­ten­raden rijken uit tot in de oplei­d­ingscom­missies, com­missies waar prof­fen met o.a. stu­den­ten, de fac­ul­teit­sraad en de Algemene Ver­gader­ing van de Gentse Stu­den­ten­raad de oplei­d­ing effec­tief vor­mgeven. De ver­gaderin­gen van zow­el elke fac­ul­taire stu­den­ten­raad als van de Gentse Stu­den­ten­raad staan open voor elke stu­dent.

Het is nu wel duidelijk: stu­den­ten­par­tic­i­patie is volop aan­wezig en we mogen heus trots zijn op het­geen we in die vijftig jaar hebben bereikt

Hoe opereert onze stu­den­ten­par­tic­i­patie eigen­lijk? Het is alle­maal goed en wel de struc­tu­ur een beet­je te vat­ten, maar daarmee heb je nog geen par­tic­i­patie, en dat is toch hét sleutel­wo­ord. Alles begint bij een idee – of een gefrus­treerde stu­dent. Via de oplei­d­ingscom­missies, de fac­ul­taire stu­den­ten­raden en de Gentse Stu­den­ten­raad vin­dt de idee of de frus­tratie dan zijn weg naar de juiste oren bin­nen de UGent. In samen­werk­ing met alle betrokken par­ti­jen wordt er dan ver­gaderd over het onder­w­erp. En ja, stu­den­ten hebben echt de kracht bin­nen onze uni­ver­siteit om het beleid zow­el te stim­uleren als aan te vecht­en.

Participerend plebs

Waar komt de dagelijkse stu­dent dan eigen­lijk in beeld? De oplei­d­ingscom­missies zijn de plaat­sen waar stu­den­ten de groot­ste invloed kun­nen uitoe­fe­nen. De werk­ing van de fac­ul­teit wordt dan weer bespro­ken op de ver­gaderin­gen van de fac­ul­taire stu­den­ten­raden. Maar je hoeft lang geen ‘erk­ende’ stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­ger te zijn om jezelf en andere stu­den­ten vooruit te helpen. Vaak wor­den er bijvoor­beeld enquêtes geor­gan­iseerd door de ver­schil­lende stu­den­ten­raden waarmee ze tra­cht­en een visie te kri­j­gen op de algemene con­sen­sus van een prob­lematiek of hoeveel stu­den­ten über­haupt een bepaald prob­leem ondervin­den. Zo lanceerde de Gentse Stu­den­ten­raad onlangs enquêtes omtrent lesop­names en men­taal welz­i­jn, waar­van ze momenteel de resul­tat­en aan het ver­w­erken zijn.

Het is nu wel duidelijk: stu­den­ten­par­tic­i­patie is volop aan­wezig en we mogen heus trots zijn op het­geen we in die vijftig jaar hebben bereikt. We hebben nood aan geën­gageerde indi­viduen die ons dur­ven verte­gen­wo­ordi­gen en ze ver­di­enen toch wel een klein applaus­je.