Technologie kruipt in je kleren


Textiel en sciencefiction. Het is misschien een ietwat ongewone combo, maar het is de dagdagelijkse realiteit voor professor Lieva Van Langenhove. In het centrum textiel- en ingenieurswetenschappen werkt ze aan de ontwikkeling van slim textiel. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/05/2023 – 15:52 door Noah Dol­sHan­nah Boen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ze loopt rond met een tas met sen­soren die begint te flikkeren wan­neer ze wordt gebeld. Het is een toepass­ing van de tech­nolo­gie waar­van zij mee aan de wieg stond: slim tex­tiel. Dat zijn gew­even stof­fen die veran­derin­gen in de omgev­ing kun­nen waarne­men en erop kun­nen rea­geren. 

Fashion, but make it smart 

“Als je op een tapi­jt loopt en je hebt een deurklink vast, kan je een schok­je kri­j­gen. Om dit te ver­mi­j­den wordt er roestvrij staal in ver­w­erkt. Dat wordt dan geen slim, maar func­tion­eel tex­tiel genoemd.  Het wordt slim als we er bijvoor­beeld een sys­teem aan­hangen om gelei­d­baarheid te gebruiken om te ver­war­men. Ook tex­tiel dat de hart­slag en ademhal­ing kan meten, noe­men we slim.”

Toch is de ontwik­kel­ing van slim tex­tiel niet alti­jd zon­der gevaar. Pro­fes­sor Van Lan­gen­hove licht toe: “Stroom zoekt de weg van de kle­in­ste weer­stand. Dat is natu­urlijk niet alti­jd zo duidelijk, want in tex­tiel zit­ten veel vezels die met elka­ar in con­tact staan. We willen de weg van de stroom zo goed mogelijk in kaart bren­gen, zodat niet alle stroom langs één kant loopt. Als dit gebeurt, kan het tex­tiel immers in brand vliegen. Dat is ook effec­tief voorgevallen de eerste keer dat we onze tech­nolo­gie getest hebben.”

“Er is heel veel green­wash­ing

“Op vlak van duurza­amheid zijn er ook wel wat prob­le­men. Het is immers niet evi­dent om slim tex­tiel te recy­cleren. Er is echter ook goed nieuws. Ver­war­mend tex­tiel kan zor­gen voor duurza­am energie­ver­bruik. Als je in een ruimte zit met veel mensen, wilt de ene de ver­warm­ing al graag wat hoger dan de andere. Als je mensen kledij geeft waar­bij ze zelf de tem­per­atu­ur kun­nen aangeven, dan heb je enerz­i­jds meer indi­vidueel com­fort, maar anderz­i­jds kan je ook de tem­per­atu­ur in de ruimte lat­en zakken zon­der dat mensen daar negatieve gevol­gen door ervaren.”

De vraag rijst dan natu­urlijk of we slim tex­tiel bin­nenko­rt in de winkel­rekken zullen vin­den. “In de sport is er een grote markt. Polar en Adi­das hebben al een sys­teem dat hier­van gebruik­maakt: MyCoach. Dat zijn inge­brei­de elek­trodes om de hart­slag te vol­gen bij het sporten. Er zijn ook veel tech­nis­che toepassin­gen. Het kan ingezet wor­den bij poli­tie, brandweer of het leg­er. De medis­che markt heeft eve­neens zeer veel poten­tieel, maar het intro­duc­eren ervan is moeil­ijk van­wege de klin­is­che val­i­datie.”

De grote boze mode-industrie  

Er wordt geschat dat de mode-indus­trie ver­ant­wo­ordelijk is voor een aanzienelijk deel van alle kool­stofe­missies ter wereld. De sec­tor moet niet onder­doen voor de uit­stoot van de inter­na­tionale lucht­vaart en zeescheep­vaart. De kled­ing­sec­tor mag buiten tech­nol­o­gis­che ontwik­kelin­gen dus ook wat vooruit­gang boeken op vlak van duurza­amheid. Pro­fes­sor Van Lan­gen­hove licht toe: “Veer­tig pro­cent van de kledij wordt nooit verkocht. Dat is al een eerste grote bron van vervuil­ing. Ook de pro­duc­tiemeth­ode doet ertoe en dan vooral de keuze van vezels. Het is geen sinecure om de meest ecol­o­gis­che vezel te kiezen. Ook de ver­w­erk­ing vereist veel water, energie en chem­i­cal­iën.”

“Veer­tig pro­cent van de kledij wordt nooit verkocht”

Er zijn echter ook oplossin­gen: “Qua vezels is hen­nep op dit moment het meest ecol­o­gisch, aangezien die heel weinig zorg vraagt bij het groeien. Men probeert ook oplossin­gen te vin­den voor het energie­ver­bruik. Nieuwe processen, zoals superkri­tisch CO2-ver­ven, wor­den daarom ingezet om stof­fen te ver­ven en wassen. Ook weef­ma­chines die werken op lucht en warmtewis­se­laars doen hun intrede. Om pro­to­typ­ing tot een min­i­mum te beperken, wordt gew­erkt met dig­i­tale tech­nolo­gieën. Aan de hand van wiskundi­ge mod­ellen wordt dan beschreven hoe een mate­ri­aal zich zou gedra­gen. Mass cus­tomiza­tion, waar­bij men kled­ingstukken gaat mak­en op vraag van de klant, lei­dt ook tot veel min­der afval.”

Tijd voor een mentaliteitsverandering

Maar green­wash­ing bli­jft natu­urlijk een groot prob­leem in de fast fash­ion indus­try. “Men doet soms kleine inspan­nin­gen om duurza­mer te wor­den, maar eigen­lijk bli­jven struc­turele her­vormin­gen uit. Er is echt een men­tal­iteitsveran­der­ing nodig. We merken wel dat jon­geren veel meer met duurza­amheid bezig zijn dan oud­ere gen­er­aties. Maar voor wie een beperkt bud­get heeft, is duurza­amheid vaak geen evi­den­tie. We moeten er begrip voor hebben dat ook zij graag eens gaan shop­pen en dus aangewezen zijn op de pri­js­brek­ers. Het is aan de over­heid om ervoor te zor­gen dat alle winkels aan min­i­male cri­te­ria vol­doen.”

Een men­tal­iteitsveran­der­ing is dus broodnodig om tot een duurzame mode-indus­trie te komen. “De grote dri­jfv­eren zijn ofwel de klanten, ofwel de wet­gev­ing. De Bel­gis­che bedri­jven zijn al heel gewend aan spec­i­fi­caties. Ze moeten daaraan vol­doen, want anders mogen ze niet verkopen. De stap naar een duurza­amhei­d­sla­bel is dus niet zo groot en vrij ver­teer­baar. De labels voor duurza­amheid zijn er wel nog niet echt, aangezien er heel veel vor­men van duurza­amheid bestaan. Bedri­jven moeten dan aan te veel ver­schil­lende labels vol­doen. Nie­mand zit daarop te wacht­en. Het wordt niet alleen duur­der maar ook moeil­ijk­er, zow­el voor de pro­du­cent als voor de klant.”