Talk Java to me


Lijkt je lief je niet aan te voelen? Zit hij tot een gat in de nacht op café? Of weet cupido maar niet raak te schieten? Date eens een robot!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/11/2016 – 15:43 door Elise Boven­deur

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Psy­chi­ater Nils Ver­beeck was nog geen 24 uur terug van zijn trip­je naar ’t Vat­i­caan – hij moest er prat­en over sek­sueel mis­bruik bin­nen de kerk – en hij werd al verwacht op onze redac­tie. Ongetwi­jfeld zal deze laat­ste stop een stuk ver­lich­t­en­der geweest zijn. Er vol­gde een ander­half uur durend inter­view over robots, liefde en of dit al dan niet een oploss­ing voor ped­ofil­ie kan bieden.

Kan u uw rol eens toelicht­en in deze tech­nol­o­gis­che evo­lu­tie rond (seks)robots? Bek­ijkt u het psy­chol­o­gis­che of eerder het func­tionele aspect? 

“Als psy­chi­ater ben ik gewoon om alles te benaderen vanu­it diverse gezicht­spun­ten, namelijk biol­o­gisch, psy­chol­o­gisch, soci­aal en ethisch-filosofisch. In eerste instantie staat de mens terughoudend tegen­over nieuwe tech­nolo­gie. Als je zegt dat de mogelijkheid bestaat om elek­tron­i­ca in het menselijk lichaam te cor­por­eren, dan zal men hier niet achter staan. Tegelijk is de pace­mak­er hier eve­neens een toepass­ing van – en nie­mand is daar tegen. We lopen ook met van die appa­raat­jes rond (al wijzend naar zijn fit­bit)  die onze lev­ens­func­ties meten. Stel nu dat door het meten van uw har­tritme, uw zweet­se­cretie en uw pols, para­me­ters wor­den bekomen die wor­den doorgegeven aan een menselijke robot of androïde en zij die door hun arti­fi­ciële intel­li­gen­tie kun­nen inter­preteren en hier­door op je gemoed­stoe­s­tand kun­nen inspe­len. Vanu­it diezelfde reg­is­tratie zouden ze ook kun­nen merken of je opge­won­den bent en je eventueel tra­cht­en te ver­lei­den en uitn­odi­gen tot seks. Maar als psy­chi­ater zie ik ook de nade­len van deze veran­derin­gen. Som­mige mensen vervreem­den van de maatschap­pij omdat ze zich zodanig inleven in de virtuele wereld.

Ik ben gespe­cialiseerd in de behan­del­ing van mensen die sek­sueel grensover­schri­j­dend gedrag hebben gesteld. Op zek­er ogen­blik wer­den virtuele kinder­pornografie en kinder­sek­sro­bots vanu­it de Vlaamse uni­ver­si­taire wereld voorgesteld als mogelijke oploss­ing voor ped­ofil­ie. Dat ze, indi­en je in een sub­sti­tu­ut voorzi­et, mogelijk geen kinderen meer zouden mis­bruiken. Op dat moment ben ik mij gaan verdiepen in dit onder­w­erp en stelde tot mijn ver­won­der­ing vast dat Japan en Ameri­ka hier reeds vergevorderd in waren. Ik was in eerste instantie geschrokken en vond dat we in Europa best op voor­hand eens nadenken over het onder­w­erp. Als we zeggen dat je in onze maatschap­pij geen seks mag hebben met kinderen, maar we lat­en wel virtuele kinder­pornografie en sek­sro­bots toe, dan is dat een dubbele moraal. Daar­naast weten we alle­maal welk effect reclame kan hebben op ons gedrag. Er zijn stud­ies die aan­to­nen dat een groot deel van de mensen in eerste instantie niet opge­won­den ger­aakt door te kijken naar kinder­pornografie, maar na maan­den kijken wor­den ze dat wel. Is er geen gevaar dat deze kinder­sek­sro­bots som­mi­gen van kijken naar actie doen over­stap­pen?”

“Is er geen gevaar dat deze kinder­sek­sro­bots som­mi­gen van kijken naar actie doen over­stap­pen?”

Een vraag­je over arti­fi­ciële intel­li­gen­tie: zal de robot kun­nen beschikken over een eigen wil? Of wordt deze enkel geacht de beve­len van de eige­naar op te vol­gen? 

“Naar mijn gevoel is arti­fi­ciële intel­li­gen­tie iets dat een eigen lev­en kan begin­nen lei­den. Nu zijn er al schaak­com­put­ers die kun­nen win­nen van de beste schak­ers ter wereld. Dat berust niet enkel op een patroon, maar op een leer­pro­ces dat verder kan evolueren. Als er een leer­pro­ces bestaat op niveau van het denken, dan kan dit miss­chien in de toekomst ook op emo­tion­eel niveau. We mak­en nu al bepaalde din­gen, zoals eiwit­ten, zon­der dat we weten wat de gevol­gen kun­nen zijn. Zo zou er iets kun­nen ontstaan dat op zichzelf zodanig snel repro­duceert dat we niet meer weten hoe we dat kun­nen stop­pen. Bij die arti­fi­ciële intel­li­gen­tie weten we ook niet hoe ver dat kan gaan. We weten bij de mens zelf nog niet wat dat pre­cies is, die eigen wil.”

De titel van uw besprek­ing is ‘Liefde en seks tussen mens en robot’. Hoe kan een mens ver­liefd wor­den op een robot?

“Ik zal de vraag terug­stellen. Als jij ver­liefd wordt op iemand anders, wat maakt dat jij daar ver­liefd op wordt? Je wordt ver­liefd op iemand omdat die je aanspreekt op een bepaalde manier. Maar als je kijkt naar de evo­lu­tie bestaat ver­liefd­heid er sterk uit dat de andere moet tege­moet komen aan je ver­lan­gens. Iemand die jou aan­voelt, daar word je ver­liefd op. Ik bedoel, in ons mag er dan iets chemisch gebeuren, maar het is niet de chemie van de andere die ons ver­liefd maakt. Het is belan­grijk­er dat je een goed gesprek kan voeren, dat je dezelfde inter­ess­eses hebt. Kor­tom, dat de per­soon­lijkheid van de andere je aanspreekt en dat hij of zij daaren­boven de fysieke uit­stral­ing heeft die je verki­est. Een androïde kan gepro­gram­meerd wor­den op basis van alle ken­merken die voor jou belan­grijk zijn. Dat brengt met zich mee dat er een grotere mogelijkheid bestaat om een part­ner te vin­den die aan jouw wensen vol­doet. Dus zie je een argu­ment om het niet te proberen met een androïde? Behalve dan dat je weet dat het een androïde is?”

 “In ons mag er dan iets chemisch gebeuren, maar het is niet die chemie die je ver­liefd maakt”

Om terug te komen op de inzetting van kinder­sek­sro­bots bij mensen met ped­ofiele fan­tasieën: schuilt er geen gevaar in? Is het niet beter om van begin af aan te zeggen dat ze ‘slechte mensen’ zijn? 

“Slechte mensen? Ik zou niet zeggen dat het per defin­i­tie slechte mensen zijn. Slecht gedrag wil niet zeggen dat die mensen die het stellen slecht zijn en omge­keerd wil goed gedrag niet zeggen dat dat daarom goede mensen zijn. Daar­naast mak­en wij in onze maatschap­pij een onder­scheid in het vero­orde­len van fan­tasie en het vero­orde­len van gedragin­gen. We kun­nen niet ver­bieden dat mensen een fan­tasie hebben, maar we moeten het wel ver­bieden om bepaalde fan­tasieën tot uit­ing te bren­gen. Er zijn momenteel mensen die wel ped­ofiele fan­tasieën hebben, maar toch geen feit­en ple­gen op kinderen. Voor som­mi­gen zouden deze kinder­sek­sro­bots een hulp­mid­del kun­nen zijn om hun fan­tasie iets meer lev­en in te roepen, al betre­ft dit slechts een kleine groep. Wat ik mij dan afvraag, is dat we door deze kinder­sek­sro­bots toe te lat­en in de toekomst, we miss­chien iets opwekken dat we beter had­den ver­me­den. Is het wel ver­standig om elke fan­tasie real­is­tisch te mak­en?”