Streek van de week: Moeder Peerdevisscher


Elke streek heeft zo zijn bijzonderheden. In Ieper gooien ze katten van de toren, in Geraardsbergen eten ze mattentaarten en Aalst is doordrenkt met marginaliteit. Wij voeren elke editie de meest prominente clichés aan een regionale club en zien hoe zij die verteren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/11/2018 – 17:27 door Luna Nys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een gezel­lige babbel met Vice-prae­ses Wouter Van­damme, Feestprae­ses Joram Van­den Bul­cke, Pros­e­nior Bert Jon­ck­heere en Prae­ses Tibo Dequeeck­er

Voor wie is jul­lie club?

Tibo: “Voor stu­den­ten van de West­hoek: De Panne, Oost­duinkerke, Kok­si­jde, Nieuw­poort en ook een beet­je van Veurne. Het is geen vereiste dat je in Gent studeert.” 

Bert: “Het is een week­end­club. Zolang je in het week­end aan­wezig bent in regio Kok­si­jde, maakt het niet uit waar je studeert.”

Tibo: “Het is ook opgericht omdat iedereen na het mid­del­baar zijn eigen kant opgaat. Door de club hebben we een reden om elka­ar om de twee weken op zater­da­gavond te kun­nen zien en zo de vrien­den­groep te onder­houden. Nu zijn we al zo gegroeid dat het alle­maal al ver­schil­lende groep­jes zijn gewor­den die samen zijn gekomen.”

Over de opricht­ing, van­waar de naam?

Wouter: “We hebben het opges­tart met enkel mensen van Oost­duinkerke, van­daar de naam ‘Peerde­viss­ch­er’ (in Kok­si­jde gebeurt het vis­sen op gar­nalen tra­di­tion­eel te paard, red.). Het staat zelfs op de UNESCO Werelder­f­goedli­jst.”

Tibo: “Verder wilden we ook een beet­je meer nachtleven bren­gen in Oost­duinkerke. In sep­tem­ber hebben we onze fuif gehad en er waren iets van een 950 mensen. Op 23 feb­ru­ari vol­gt ons eerste bal, in het Casi­no van Kok­si­jde.”

Best groots om nog niet lang te bestaan?

Bert: “We groeien snel. Ik denk dat dat komt door waar we gelokaliseerd zijn. Er bestaat geen andere club met onze doel­groep.”

Tibo: “Soms is het wel moeil­ijk om mensen van het bin­nen­land te bereiken, wat wel jam­mer is voor bevriende clubs.”

Hebben jul­lie veel bevriende clubs?

Bert: “Eigen­lijk wel. Het is zowat begonnen met Moed­er Naamse uit Waregem.”

Joram: “Nu ook wat meer vrouwen­clubs, zoals Vad­er d’Ho­eve en Vad­er Pal­li­eterse.”

Bert: “Vooral week­end- en streek­clubs. Een keer per jaar doen we een can­tus met onze bevriende clubs in de Sala­man­der, dan zijn we met 6 clubs.”

Joram: “Vorig jaar waren we met een 45 à 50-tal.”

Doen jul­lie daar­naast veel in gent?

Joram: “Nee, het is eigen­lijk niet de bedoel­ing dat we din­gen doen tij­dens de week.”

Hebben jul­lie de club heropgericht of bestond er voor jul­lie geen streek­club voor de West­kust?

Wouter: “Vroeger, in de jaren 70, was er Moed­er Rol­mops. We kenden dat van onze oud­ers die het daar over had­den en ook van onze burge­meester.”

Joram: “Hij heeft dat, denk ik, mee opgericht en ons ook wel eens gevraagd om de naam terug naar ‘Moed­er Rol­mops’ te veran­deren. We hebben dat niet gedaan, maar hij staat wel achter onze club. We ken­nen hem ook van het prat­en met hem over even­e­menten en dergelijke.”

Doen jul­lie ook effec­tief aan paar­den­vis­sen of ver­wi­jst die naam gewoon naar de streek?

Tibo: “Eén keer per jaar proberen we dat wel te doen. Omdat dat onze naam is, proberen we met de paar­den­vis­sers wel eens mee te gaan gar­naalvis­sen.”

Die gele regen­jassen zijn dan ook niet spe­ci­aal daar­voor?

Wouter: “Nee, niet omdat we vis­sen, gewoon omdat het herken­baar is.”

Tibo: “Het is ook makke­lijk om uit te gaan: het gaat niet kapot, je wordt niet nat.”

Bert: “Water- en bierdicht.” (lacht)

Zijn er verder nog zak­en die jul­lie club uniek mak­en?

Wouter: “Het is wel onze bedoel­ing om iedereen te ont­groe­nen op het strand. Ook de doop begint en eindigt op het strand.”

Tibo: “We proberen er wel zoveel mogelijk zee en strand bij te betrekken.”

Joram: “Ook onze kleuren bijvoor­beeld: geel voor het strand en blauw voor de zee.”

Tibo: (wijst boven lint op borstkas) “En dan is hier de dijk, hier het volk” (lacht).

Wat maakt de West­kust uniek?

“Het is com­pleet anders dan de rest. Knokke bijvoor­beeld, dat zijn vooral dikke nekken, maar bij ons is het meer een men­geling.”

Joram: “De instelling aan de west­kust is com­pleet anders dan in het bin­nen­land, vind ik. Er zijn groepen die wat alter­natiev­er zijn, andere wat chi­quer, maar uitein­delijk komen ze alle­maal samen.”

Tibo: “Het is bij ons niet zo dat als je uit ver­schil­lende klassen komt, je elka­ar niet kent. Iedereen is één grote pot nat.”

Hebben jul­lie nog ambities met jul­lie club?

Joram: “We hopen vooral te bli­jven bestaan, zek­er nu sti­laan de oprichters er begin­nen uit te gaan. We hopen dat we bin­nen 20 jaar nog steeds een uitn­odig­ing kri­j­gen voor het bal, dat zou mooi zijn.”