Streek van de Week: Limburgia


Elke streek heeft zo zijn bijzonderheden. In Ieper gooien ze katten van de toren, in Geraardsbergen eten ze mattentaarten en Aalst is doordrenkt met marginaliteit. Wij voeren elke editie de meest prominente clichés aan een regionale club en zien hoe zij die verteren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/12/2018 – 15:01 door Nicky Van­degh­in­ste

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Korneel Molkens, de viceprae­ses van Lim­bur­gia staat ons met een frisse pint te woord in hun club­café, de Con­frater in de Over­poort.

Welke activiteit­en doen jul­lie zoal bij Lim­bur­gia?

“We organ­is­eren zo wat de typ­is­che activiteit­en die bin­nen stu­den­ten­v­erenigin­gen gedaan wor­den, zoals cock­tailavon­den, spel­let­je­savon­den, en can­tussen uit­er­aard. We doen ook elk jaar onze bier­beurs. Dan verkopen we bieren uit Lim­burg. Dat zijn meestal min­der bek­ende bieren, zoals Tripel Kanun­nik. We proberen zo wat kleinere brouw­er­i­jen aan te schri­jven daar­voor.”

Wat is je favori­ete eigen­schap aan Lim­burg?

“Dat is miss­chien wel een beet­je het down to earth zijn. Hoe we totaal niet uit de hoogte doen en gewoon gezel­lig zijn. Dat zijn miss­chien wel de clichés die er over Lim­burg­ers zijn, maar ik denk wel dat het een beet­je klopt, en dat we daar wel wat trots op mogen zijn.”

Zijn er nog andere clichés over Lim­burg, die miss­chien min­der bek­end zijn?

“Een idee dat dik­wi­jls heerst is dat Lim­burg een boeren­gat is dat in het oost­en ligt, waar nie­mand naar omk­ijkt. Je hebt daar bossen, iedereen is daar vrien­delijk, en je hebt daar Bokrijk en zo, maar dat beeld is miss­chien niet hele­maal juist. We hebben ook wel onze indus­trie en onder­zoeks­cen­tra. Over Lim­burg heerst miss­chien het cliché dat het wat achterop loopt op de rest van Vlaan­deren en dat is wel een beet­je jam­mer. En het is ook jam­mer dat we er zelf zo hard in mee­gaan. Ik denk dat de Lim­burgse trots er iets meer mag zijn.”

Fuck, mary, kill: Pat­je Krim­son, Thibaut Cour­tois, of Mat­teo Simoni

(denkt lang na.)

De eerste vraag is dan natu­urlijk voor wie je gay zou gaan.

“Ik denk dat ik dat wel voor Mat­teo Simoni zou doen, dus fuck Mat­teo Simoni. Mar­ry dan, Thibaut Cour­tois, ik vind die nog wel een sym­pa­thieke gast eigen­lijk. Pat­je Krim­son is miss­chien wat te oud om nog mee te trouwen, dus kill die maar. Hij maakt wel leuke muziek, maar dat brengt ook nu niet zo veel bij, denk ik he.”

Er zijn heel veel West-Vlaamse verenigin­gen en ook voor de andere provin­cies zijn er telkens ver­schil­lende, maar jul­lie zijn zo afgele­gen, met maar één verenig­ing voor één provin­cie. Voe­len jul­lie je ook zo in het Seniorenkon­vent?

“Nee, eigen­lijk niet. We hebben het SK ook opgericht, trouwens. De oprichter van het SK, Rick Wyck­mans, heeft in 1931 eerst onze club opgericht en is dan enkele jaren lat­er met het SK begonnen. Dat is wat ik erover weet. Dat heeft ook wat met de verned­er­lands­ing van de UGent te mak­en. Die heeft eerst in Leu­ven ges­tudeerd en is dan naar Gent gekomen. Het was ook een beet­je een col­lab­o­ra­teur, denk ik. Maar daar weet ik het fijne niet van. Dat is zowat de duis­tere kant die er aan­hangt. Dat was alle­maal heel Vlaams­gezind in die tijd. Toen was de hele stu­den­ten­be­weg­ing een beet­je daar­door gedra­gen, die indruk heb ik toch. Als stich­t­end lid zit­ten we nu dus nog steeds in het SK, wat wel leuk is.

Waarom moeten alle Lim­burg­ers bij Lim­bur­gia?

“Om toch wat die Lim­burgse trots uit te dra­gen in het Gentse stu­den­ten­leven, want je ver­li­est de link met je thuis nogal snel. We moeten dat miss­chien wat onder­houden. Dat Lim­burggevoel bestaat toch wel echt, hoor. Als er mensen zijn van Lim­burg die dit lezen, we zijn alti­jd op zoek naar nieuw leden. Dus sluit je aan, of kom eens een pin­t­je drinken in de Con­frater, je moet daar­voor nog geen lid willen zijn. We zijn alti­jd vrien­delijk tegen iedereen.”