Streek van de week: De Dijlebrassers


Elke streek heeft zo zijn bijzonderheden. In Ieper gooien ze katten van de toren, in Geraardsbergen eten ze mattentaarten en Aalst is doordrenkt met marginaliteit. Wij voeren elke editie de meest prominente clichés aan een regionale club en zien hoe zij die verteren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/03/2019 – 15:20 door Nathan Pel­grims

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

 

De streek­club van Meche­len en Leu­ven, door de ogen van prae­ses Ina Devos, viceprae­ses Sander Van­deputte en can­tor Caro Van Geem.


Wat zijn vol­gens jul­lie de stereo­typen rond jul­lie streek?

Sander: “Wij zijn zo onbek­end dat er niet echt stereo­types rond ons bestaan. Ook op can­tussen wor­den wij vaak ver­geten. We zijn gewoon een beet­je onzicht­baar.”

Ina: “Ja, wij zijn een vrij kleine club. Er is ook al heel veel volk uit onze regio die in Leu­ven gaat stud­eren, dus het aan­tal dat in Gent studeert, is al veel klein­er.”

Caro: “Maar dat maakt ook dat wij echt wel een hechte vrien­den­groep zijn. Bij ons heerst niet die typ­is­che sfeer van stu­den­ten­v­erenigin­gen.”

Jul­lie streek zelf is daar­ente­gen best groot. Wat houdt jul­lie samen?

Ina: “Onze streek is erg gevarieerd, dus naast de hoge con­sump­tie aan Gouden Car­o­lus is er weinig dat we delen.”

Sander: “Efkes: schaar-steen-papi­er en blad-steen-schaar zijn bij ons heel moeil­ijk. Er zijn in onze streek­club twee ver­schil­lende menin­gen daarover. En nochtans wonen we maar 20 kilo­me­ter van elka­ar.”

Leu­ven is voor jul­lie dichter bij huis, maar jul­lie kozen voor Gent. Is Gent dan de betere stad of heeft het een betere uni­ver­siteit?

Ina: “Ik denk dat Gent wel een tof­fere stad is om te stud­eren dan Leu­ven. Leu­ven is puur stu­den­ten, en hier heb je een mix van vanalles; je hebt stu­den­ten, gezin­nen, oud­ere mensen, dus je hebt ook veel meer input van over­al qua activiteit­en.”

Sander: “Je kunt het best vergelijken door er eens in het week­end rond te lopen. Leu­ven is dan gewoon leeg, ter­wi­jl je in Gent wel nog steeds lev­en ziet.”

Zouden jul­lie graag een grotere club wor­den?

Ina: “Liev­er niet eigen­lijk. We kun­nen alti­jd meer leden gebruiken, maar het feit dat we zo’n kleine club zijn is ook net een van onze ken­merken.”

Caro: “Ja, dat zorgt ervoor dat we zo’n goeie vrien­den­groep zijn. Bij veel stu­den­ten­clubs zorgt de streek voor de verbin­te­nis, maar wij vin­den elka­ar gewoon leuk. Dat klink raar, maar ik denk dat dat een van onze sterk­tes is.”

Hebben jul­lie ook tra­di­ties als club zelf?

Ina: “Wij hebben heel tra­di­tionele can­tussen. Wij proberen ons echt aan de regels van de codex te houden. Daar hoort een grote focus op de liederen bij, wat je bij andere clubs al min­der hebt. Er wordt natu­urlijk ook veel gedronken, maar het zin­gen staat cen­traal.”

Caro: “Dat is echt wel iets typ­isch voor ons. Wij staan voor onze rustige en gezel­lige can­tussen ook bek­end bij andere verenigin­gen.”

Zijn er andere clubs of verenigin­gen waarmee jul­lie bij­zon­der goed overeenkomen?

Ina: “Ja, met Lim­bur­gia doen we erg veel samen. Zo sporten we samen, omdat we anders te klein zijn om een volledig team te vin­den. Voor de rest komen we ook wel goed overeen met Antwer­pen Boven, maar dat is een meer ges­loten club.”

Hoe ver­loopt jul­lie doop?

Ina: “Dat is geen vuile doop. Het is eigen­lijk gewoon een soort stadswan­del­ing door het cen­trum. De bedoel­ing is dat de schacht­en elka­ar leren ken­nen, en dat ze ons leren ken­nen, dus vooral niet dat er mensen uit­ge­maakt wor­den voor het vuil van de straat. We behan­de­len iedereen alti­jd met heel veel respect.”

Doen jul­lie het zo uit principe?

Caro: “Als er iemand tij­dens de doop zou zeggen ‘Ik wil nu even echt niet drinken’, dan is dat ook geen prob­leem. Gewoon omdat we zo veel mogelijk mensen erbij willen, en we nie­mand uitl­suit­en omdat ze niet zouden drinken. Dat ligt bij andere verenigin­gen miss­chien wel moeil­ijk­er.”

Ina: “Ja, dat is het ding: de focus bij de doop ligt niet op het drinken of het den­i­gr­eren, maar op elka­ar en de club te leren ken­nen, zodat ze het tof vin­den, en zodat ze terugkomen.”