Staken waar het steekt


De vriendin van mijn vad­er leeft in Por­tu­gal. Dat betekent dat ik een onmenselijke hoeveel­heid soep moet eten, gewend ben om in de bran­dende zon te lopen en een taal kan spreken waarin ik klink als een zat­te Rus die Spaans probeert te spreken. Maar dat betekent jam­mer genoeg ook dat mijn vad­er iedere twee…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2018 – 17:10 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De vriendin van mijn vad­er leeft in Por­tu­gal. Dat betekent dat ik een onmenselijke hoeveel­heid soep moet eten, gewend ben om in de bran­dende zon te lopen en een taal kan spreken waarin ik klink als een zat­te Rus die Spaans probeert te spreken. Maar dat betekent jam­mer genoeg ook dat mijn vad­er iedere twee weken het vlieg­tu­ig neemt om zijn vriendin te gaan bezoeken. Dat is een groene voetafdruk waar zelfs Shrek jalo­ers op kan zijn. Behalve iemand met een smaak in exo­tis­che vrouwen, is mijn vad­er ook een leerkracht. Als je al deze infor­matie bij elka­ar optelt heb je vast wel door dat mijn vad­er ernaar uit­keek een warme herf­st­vakantie bij zijn vriendin te verbli­jven.

Viel dat even tegen.

Begin deze herf­st­vakantie besloten de werkne­mers van bagageafhan­de­laar Avi­a­part­ner te stak­en. Hon­der­den vlucht­en en duizen­den mensen bereik­ten nooit hun verre bestem­min­gen, maar bleven samen met ons achter in nat, koud Bel­gië.

Dit alles draagt niet bij tot de pop­u­lar­iteit van stak­en en bij uit­brei­d­ing van de vak­bon­den. Dezelfde staak­meth­od­es die onze wel­vaart­staat vorm hebben gegeven, wor­den van­daag de dag vooral geas­so­cieerd met verve­lende treinen die niet rij­den. Zek­er aan de rechterkant van het poli­tieke spec­trum wordt er vooral gelachen met die mensen in hun rode vuil­nisza­kken, die in het wilde weg staan te roepen tegen dove CEO’s en politi­ci.

Miss­chien lachen de mensen wel met de stakin­gen omdat de stak­ers het niet langer echt lijken te menen. Vroeger, in de negen­tiende eeuw, ten tijde van mijn katholieke naamgenoot met een ‑S, waren de stakin­gen een harde manier van de arme werk­ers om de kap­i­tal­is­ten erop te wijzen dat zij het roer in han­den had­den. Als al die arbei­ders geza­men­lijk besloten de machines niet te bedi­enen, viel heel de onderne­m­ing in elka­ar. De kap­i­tal­ist kon niet anders dan luis­teren naar de ontevre­den arbei­ders (of een klein privéleger op hen afs­turen, wat vak­er gebeurde dan je zou denken). Diezelfde impact heb je nu een­maal niet als slechts een paar treinen niet rij­den. Dat frus­treert hoog­stens een paar pre­ten­tieuze stu­den­ten.

Als het niet steekt, hebben ze je aan de top meestal niet geho­ord

Toen ik in het zes­de mid­del­baar zat, wou onze direc­tie de vijfde­jaars niet naar onze ‘100 dagen’-voorstelling lat­en komen. Er was niet genoeg plaats in de Feestza­al. Wij beweer­den dat die zaal ruim genoeg was, maar daar had de direc­tie geen oren naar. Dus besloot ik het heft in eigen hand te nemen. Ik vroeg alle vijfde- en zes­de­jaars om zich tij­dens de mid­dag in de Feestza­al te verza­me­len om de direc­tie op hard­handi­ge wijze te tonen dat de zaal groot genoeg was. Onze school had een groot prob­leem met de refter­ca­paciteit, dus het ver­storen van het refter­ver­keer was een rake klap. Resul­taat: na enkele uit­bran­ders en een gesprek met de onderdi­recteur mocht­en de vijfdes naar de show komen.

Zolang vlieg­tu­igen goed­koop zijn, zullen mensen als mijn vad­er op regel­matige basis goed­kope vlucht­en bli­jven nemen. Er zijn namelijk alti­jd per­soon­lijke rede­nen die belan­grijk­er lijken dan de opwarm­ing van de aarde of de werkom­standighe­den van een onbek­ende Zaven­temmedew­erk­er. Miss­chien is het dan wel eens goed dat er ges­taakt wordt, want van de con­sumenten moet het niet komen. En miss­chien is het wel eens goed dat er nog eens hard ges­taakt wordt, want als het niet steekt, hebben ze je aan de top meestal niet geho­ord.