Seksueel geweld: laten we erover chatten


“Tot twee jaar geleden was het zo, dat wanneer je slachtoffer was van seksueel geweld, je zelf moest uitzoeken welke hulp je nodig had”. Zo stelt Ines Keygnaert, professor en begeleidster van dit project. Een waanzinnige toestand die snel rechtgetrokken moest worden: naast de Zorgcentra na Seksueel Geweld, startte ICRH-UGent in april van dit jaar…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2019 – 21:38 door Katrien Van­den­broeck­Daphne LoxSix­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sinds #MeToo bleek het the­ma van sek­sueel geweld open­lijk bespreek­baar. Ontstaan in 2017 om sek­suele intim­i­datie allereerst spec­i­fiek op de werkvlo­er te bespreken, heeft het tevens in de fil­min­dus­trie de daden van Har­vey Wein­stein bloot­gelegd naast deze van onder andere James Toback; In ons plat pays stelde het de oprichter van de wereld­bek­ende dans­voorstellin­gen, Jan Fab­re, in vraag en eve­neens de al langer bek­ende maar nog steeds sluikse mis­bruiken die bin­nen de Kerk plaats hebben gevon­den.

“Wij helpen slachtof­fers wel woor­den te zoeken” – prof. Keyg­naert

Maar anno 2019 is het nog steeds zo dat deze zak­en niet alti­jd even gemakke­lijk ter sprake komen. De #MeToo-beweg­ing moedigt slachtof­fers wel aan om erover te prat­en. “Maar”, waarschuwt Keyg­naert, “voor mensen waar­bij dat niet lukt, voor wie het niet let­ter­lijk over de lip­pen kri­jgt, en zek­er niet face to face, valt het zwaar. Ze leggen dan nog meer de schuld bij zichzelf. Daarom mak­en we de mensen die chat­ten met ons ook duidelijk dat ze er nog niet te veel woor­den voor nodig hebben en wij die wel helpen zoeken.”

Het lichaam als plaats delict

Vóór de opstart van de Zorg­cen­tra na Sek­sueel Geweld, kre­gen slachtof­fers als enige hulp een ver­wi­jz­ing naar een zieken­huis of huis­arts nadat ze klacht indi­en­den bij de poli­tie. “Dat betek­ende in eerste instantie een sek­suele agressie-set lat­en afne­men die eigen­lijk vooral dient om sporen van de pleger op jouw lichaam te vin­den,” beschri­jft Keyg­naert. “Je kan het je wel voorstellen: je bent pas slachtof­fer van sek­sueel geweld gewor­den, en het eerste wat je moet doen is je volledig uitk­le­den en een heel onder­zoek onder­gaan. Eigen­lijk is jouw lichaam dan, op dat ogen­blik, een plaats delict.” Er was te weinig aan­dacht voor de noodza­ke­lijke psy­chol­o­gis­che hulp en medis­che zorg, al heeft onder­zoek uit­gewezen dat trau­maver­w­erk­ing best zo vroeg mogelijk aangepakt wordt, om com­plexere en diep­gaan­dere psy­chis­che prob­le­men te voorkomen. “En eigen­lijk,” vult Keyg­naert aan, “we wis­ten al jaren dat er heel wat ver­keerd liep.”

“Je bent pas slachtof­fer van sek­sueel geweld en het eerste wat je moet doen is je volledig uitk­le­den”

Een eerste stap naar betere hulpvor­men bestond eruit check­lists op te mak­en voor hulpver­len­ers, zodat de per­soon zijn/haar ervar­ing ergens kon plaat­sen. “Maar we von­den dat nog onvol­doende”, zegt Keyg­naert. “In het buiten­land bestond er al een soort ref­er­en­tiecen­trum voor sek­sueel geweld waar men eigen­lijk gewoon naar­toe kon gaan en waar alles voor en met hen werd gedaan.” Iets wat in ons Bel­gisch land­schap maar weinig ter sprake kwam: iemand die naar deze soms lang onu­it­ge­spro­ken ver­halen luis­tert en het indi­vidu helpt doorheen een vaak zeer ingewikkelde ervar­ing.

Sinds eind 2017 zijn er drie zorg­cen­tra, spec­i­fiek in Gent, Brus­sel en Luik, waar mensen dag en nacht terecht kun­nen, op elke dag van de week. Een foren­sisch ver­pleegkundi­ge vraagt daar naar je leefti­jd, vraagt hoe lang gele­den het geweld plaatsvond, en over­loopt samen met jou wat de mogelijkhe­den zijn. Zow­el medis­che als psy­chis­che zorg wor­den aange­bo­den en, indi­en dat nog kan, wordt een foren­sisch onder­zoek afgenomen. Nadi­en word je nog lange tijd begeleid, om ervoor te zor­gen je eigen­lijk zo snel en zo goed als mogelijk kan her­stellen. Indi­en gewenst, kun­nen mensen die klacht willen neer­leggen bij het Zorg­cen­trum door een daar­toe opgelei­de zedenin­specteur ver­ho­ord wor­den. 

Stap naar de chat

Maar de drem­pel om naar zorg­cen­tra te gaan is voor veel slachtof­fers van sek­sueel geweld nog net iets te groot, stelt Keyg­naert vast: “Heel wat mensen, onafhanke­lijk van hoe lang gele­den het sek­sueel geweld heeft plaats­gevon­den, kun­nen eigen­lijk bij­na niet onder woor­den bren­gen wat er hen is overkomen. Niet dat je veel moét prat­en in een zorg­cen­trum, toch niet op de eerste dag. Stel dat je gis­teren verkracht bent geweest, en je komt van­daag of mor­gen naar het zorg­cen­trum, kan dat eerste moment gewoon zijn dat je op een teken­ing aan­duidt waar er fysiek con­tact is geweest, waar je bespuwd of vast­gepakt bent geweest. Maar vaak weten slachtof­fers bijvoor­beeld niet goed of het wel degelijk om sek­sueel geweld ging, of welke zorg ze nodig hebben. Zij gaan dan niet naar een zorg­cen­trum. Soms is het zelfs zo dat het men­taal nog niet lukt om er íéts over te com­mu­niceren. Van­daar dat we dus, van zodra we de zorg­cen­tra hebben geopend, ook hebben nagedacht over hoe we ook díé mensen kun­nen lei­den naar de zorg die ze nodig hebben.” Daarop werd er besloten een chatli­jn op te richt­en waar­bij slachtof­fers van achter hun scherm, anon­iem en in het vol­ste vertrouwen met een pro­fes­sionele zorgver­len­er dat eerste gesprek kun­nen aan­gaan.

Met de huidi­ge financier­ing en mid­de­len is de chat open op maandag, woens­dag en vri­jdag. “We merken wel dat op deze momenten de groot­ste nood bestaat bij jon­geren en jongvol­wasse­nen”, vertelt Keyg­naert. Een chat­ge­sprek voer je met een klin­isch psy­choloog, waar­van het onder­zoek­steam de noodza­ak benadrukt. “Voor som­mige mensen duurt het lang vooraleer ze deze stap zetten. Het leek ons dus belan­grijk dat we al een stuk­je van de pro­fes­sionele voor­zorg kun­nen bieden. Je moet goed kun­nen inschat­ten hoe die per­soon eraan toe is op een bepaald ogen­blik, hoe je die kan onder­s­te­unen en wat de risico’s zijn.” Dat het psy­cholo­gen zijn, houdt ook in dat er beroeps­ge­heim geldt. Pro­fes­sor Ver­plancke voegt hier­aan toe: “De vertrouwens­band is ook wel heel belan­grijk. We voelden vaak dat het gesprek begon met de vraag of het anon­iem was en of we beroeps­ge­heim had­den. Die omkader­ing voor het slachtof­fer en de garantie dat we over het top­ic iets weten is iets wat het slachtof­fer wel nodig heeft, en waar in de chat over wordt gewaakt.”

“We proberen een veilige plaats te zijn waar mensen alles kun­nen zeggen”

De psy­cholo­gen aan de chatli­jn, opgeleid om sek­sueel geweld op de juiste manier te benaderen, zullen in eerste instantie beluis­teren wat de vraag is en welke hulp voor de oproeper het meest geschikt is. “We gaan kijken welke doorver­wi­jz­ing belan­grijk is,” legt één van de chatmedew­erk­ers uit, “maar het kan ook zijn dat die per­soon op dat moment vooral iemand nodig heeft die luis­tert. We proberen een veilige plaats te zijn waar mensen alles kun­nen ver­wo­or­den.”

De chat­box richt zich naar alle slachtof­fers van sek­sueel geweld. “Bij man­nen lijkt het alsof sek­sueel geweld een grot­er taboe vormt”, merkt Kney­gaert, “Maar sek­sueel geweld kan iedereen overkomen, de chat en de zorg­cen­tra zijn er dus ook voor jon­gens en man­nen.”

Meer infor­matie of nood aan een chat­ge­sprek? Surf dan naar www.seksueelgeweld.be