Risum teneatis, amici?


Onlangs is ons ter ore gekomen dat er nog steeds menselijke wezens zijn die Latijn studeren in het hoger onderwijs. Deze bezigheid lijkt ons minstens zo nutteloos als de Romeinse keizer Caligula die zijn paard Incitatus tot senator verhief.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/04/2025 – 9:04 door Leone MattheusEm­i­lie Meese

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Als je denkt dat een diplo­ma Lati­jn je ergens gaat bren­gen, dan zullen we snel eens je hoop ver­pul­v­eren. De arbei­ds­markt hun­kert naar economen, inge­nieurs en dataweten­schap­pers. Zo zag de Artevelde­hogeschool het dra­ma al vroeg aankomen en besloot, met een ver­standi­ge blik, de richt­ing eigen­handig stop te zetten. Waarom zou je immers je tijd ver­spillen aan zoi­ets volkomen onprak­tisch? Het is zin­voller je te richt­en op een dis­ci­pline die daad­w­erke­lijk wat oplev­ert, zoals kun­st­matige intel­li­gen­tie of duurza­amheid (ten­z­ij dit de winst in de weg zit, natu­urlijk).

Het is onder­tussen al over­duidelijk dat economis­che of weten­schap­pelijke stud­ies de enige echte toekomst bieden. Als er één ding is wat je absolu­ut niet zult vin­den in klassieke tek­sten, is het wel de wor­tel van economisch denken. Wat zou Aris­tote­les in zijn ‘Eth­i­ca Nico­machea’ nu te melden hebben dat Elon Musk niet al in 280 tekens op X heeft gegooid? Waarom je verdiepen in een dode taal als je gewoon kunt vol­gen wat de grote denkers van van­daag ons voorschri­jven?

Die ’tox­is­che man­nelijkheid’ is heden ten dage een term die men nauwelijks herkent

Ook verdere thema’s die aan bod komen in Lati­jnse werken zijn com­pleet achter­haald. Zo heb je Juve­nalis, die in zijn satiren de Romeinse vrees voor ‘vreemdelin­gen’ neer­pende. Diezelfde zorg speelt tegen­wo­ordig in geen enkel land nog een rol in dis­cussies over vluchtelin­gen en mul­ti­cul­tur­al­isme. Dan is er ‘De Bel­lo Gal­li­co’, een pro­pa­gan­dis­tis­che lofzang waarin Cae­sar de deug­den van oor­log bez­ingt. In onze diplo­ma­tis­che tij­den zouden dergelijke oud­er­wetse fan­tasieën nauwelijks meer dan een anachro­nisme zijn. Tot slot nog Ovid­ius, die met zijn ‘Ars Ama­to­ria’ man­nen op pad stu­urde om de gren­zen van de vrouwelijke toestem­ming te tarten. Die ’tox­is­che man­nelijkheid’ is heden ten dage een term die men nauwelijks herkent. Man­nen van­daag zijn wel degelijk voorvechters van con­sent, niet­waar?

En dan hebben we het natu­urlijk nog niet eens gehad over de onmisken­bare charme van het Lati­jn zelf: een taal die in de duis­tere hoek van de geschiede­nis is gebleven, waar het alleen lijkt te dienen als de geheime code voor oude uni­ver­siteit­en en onbe­gri­jpelijke weten­schap­pelijke pub­li­caties. Waarom zou je je tijd ver­spillen aan het ont­ci­jfer­en van ver­gane beschavin­gen, als je in plaats daar­van je intel­lect kunt aan­scher­pen door je volledig onder te dom­pe­len in het mystieke uni­ver­sum van Excelsheets en algo­ritmes? Lati­jn biedt geen snuf­je dig­i­talis­er­ing, geen app die je helpt in je dagelijkse lev­en. 

Risum teneatis, ami­ci?

Cura ut valeas, 
Emi­lie en Leone (twee stu­den­ten Lati­jn)