Rechten leren lezen


Fils à papa is Frans, maar kunnen de rechtenstudenten ook Nederlands? Het deelluik 'schrijven' binnen het vak 'vaardigheden' van de eerstejaarsopleiding zou er althans voor moeten zorgen dat dit inderdaad zo is.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/05/2022 – 21:12 door Robin van Damme

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Er is een breed gevoel van onbe­ha­gen aan de UGent inza­ke de Ned­er­landse taal­be­heers­ing van de stu­den­ten. Sinds twee jaar is de uni­ver­siteit in haar geheel vra­gende par­tij voor een grotere aan­dacht voor taal, omdat het over­al slecht gesteld zou zijn met de schri­jf­vaardighe­den. Jan Ver­plaetse (mede­les­gev­er ‘vaardighe­den I’, oplei­d­ing Recht­en) vertelt wat er speelt onder pro­fes­soren: “Elke docent klaagt erover. Na vijf minuten prat­en heb je al tal­loze voor­beelden van onder­maats taal­ge­bruik in bach­e­lor- en mas­ter­proeven.” Omdat taal­be­heers­ing zo belan­grijk is voor een jurist, besloot de rechteno­plei­d­ing con­creet met het prob­leem aan de slag te gaan. Zo is er in het vak ‘vaardighe­den I’ een luik ‘schri­jven’ dat het taal­niveau van de recht­en­stu­den­ten moet opkrikken. Wellicht start men hier ook al mee in het eerste jaar om pre­ven­tief de prob­le­men in de toekom­stige bach­e­lor- en mas­ter­proeven aan te pakken.

Argumentatieleer

Ver­plaetse definieert eerst wat er pre­cies bedoeld wordt met taal: “Taal­be­heers­ing is ruimer dan enkel spelling en gram­mat­i­ca. Inhoud ver­di­ent even­veel aan­dacht. Dan gaat het over struc­tu­ur, reto­riek en een door­dacht hanteren van sti­jl en de juiste taal­reg­is­ters.” Die meerdere lagen ver­tal­en zich ook in het vak ‘vaardighe­den I’.

“86 % van de jon­geren bestaat wel degelijk” – filosofer­ende stu­dent

Zo geeft Ver­plaetse lessen argu­men­tatieleer om inzichtelijk­er en cre­atiev­er om te gaan met taal dan de eerder mech­a­nisch toepass­ing van de cor­recte spellings- en gram­mati­caregels. De focus ligt in het eerste jaar op geschreven Ned­er­lands en dit wordt aan de hand van twee grote tak­en beo­ordeeld. In het eerste semes­ter moeten de stu­den­ten een syn­these schri­jven en in het tweede een betoog. Er zijn werk­col­leges om de syn­the­ses in kleinere groepen te beo­orde­len of om in het kad­er van de betoog­taak een debat te houden. Die klein­schalige leeromgev­ing duidt op het belang van indi­vidu­ele begelei­d­ing en leer­vor­men die min­der passief zijn dan de klassieke hoor­col­leges ex cathe­dra.

Heldere communicatie

Het rom­melt niet alleen in de fac­ul­teit Recht en Crim­i­nolo­gie. Koen Pon­net (les­gev­er ‘acad­emisch rap­porteren’, oplei­d­ing Com­mu­ni­catieweten­schap­pen) ver­leent een kijk­je over de fac­ul­teitsmuren heen. Pon­net poneert de vol­gende stelling: “De dal­ende trend is al een tijd­je bezig. Als je naar een pro­fes­sor van UGent zou bellen, zullen velen dit bea­men.” Hij geeft zelfs een hele reeks sprek­ende voor­beelden uit papers van eerste­jaars. Naast de klassieke dt- en con­t­a­m­i­natiefouten, zijn er bepaalde pas­sages die echt de heldere com­mu­ni­catie van deze com­mu­ni­catie-weten­schap­pers in spe in het gedrang bren­gen.

Zo was er een stu­dent die heel filosofisch de vol­gende bedenk­ing maak­te het meren­deel van de jeugd effec­tief lijkt te bestaan: “Uit een Amerikaans onder­zoek van Morn­ing Con­sult (2020) is gebleken dat meer dan 86% van de jon­geren zijn.” Merk­waardig, niet? Koen Pon­net nuanceert de lach­wekkende indrukken echter: “Niet alle stu­den­ten doen het slecht. Er is echter wel onmisken­baar een algemene achteruit­gang.”

“Dos­to­jevs­ki en Toer­gen­jev waren mijn vrien­den. Wie zegt dat van­daag nog?” – Koen Pon­net

Het vak ‘acad­emisch rap­porteren’ moet dit voorkomen. Anders dan in de recht­en­stud­ies is dit volledig gefo­cust op acad­emisch schri­jven. In de rechteno­plei­d­ing is er namelijk een grotere diver­siteit van juridis­che tek­sten, ter­wi­jl de Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen een echte paper­cul­tu­ur heeft met een focus op lit­er­atu­urstudie en een onder­zoeksvraag. Toch mikken bei­de eerste­jaarsvakken voor een groot deel op het­zelfde doel. De stu­den­ten moeten aan de hand van goed aanslui­tende zin­nen een coher­ente tekst met een duidelijke struc­tu­ur kun­nen schri­jven.

De wortels van de wildgroei in studententaal

Wan­neer gevraagd werd naar de mogelijke oorza­k­en van de taalver­waar­loz­ing onder stu­den­ten, kwa­men zow­el Ver­plaetse als Pon­net met een aan­tal plau­si­bele verk­larin­gen. Ver­plaetse sug­gereert dat men tij­dens de coro­n­ape­ri­ode miss­chien te mild was in het mid­del­baar onder­wi­js. Pon­net wijst ook naar de aan­dacht voor taal in de human­io­ra, zon­der daarmee de ver­ant­wo­ordelijkheid in de schoe­nen van indi­vidu­ele leerkracht­en te schuiv­en.

Yanne De Frenne

Bei­de heren zien het prob­leem echter in een ruimere maatschap­pelijke con­text. Er is een nieuwe manier van vri­jeti­jds­beste­d­ing onder de jeugd in de vorm van games en sociale media. Deze beeld- en sms-cul­tu­ur zorgt ervoor dat de jon­geren min­der volzin­nen schri­jven en boeken lezen. Pon­net vat het con­trast met het verleden samen in de vol­gende boutade: “Dos­to­jevs­ki en Toer­gen­jev waren mijn vrien­den. Wie zegt dat van­daag nog?” Lange, schriftelijke uiteen­zettin­gen lezen ger­aakt in onbruik en zorgt ervoor dat stu­den­ten min­der in staat zijn de nar­ratieve struc­tu­ur van tek­sten te ontle­den.

Een toekomst voor taal?

Ver­plaetse is nog afwach­t­end om uit­sprak­en te doen over het resul­taat van de nieuwe aan­pak van schri­jf­vaardighe­den in de oplei­d­ing Recht­en. Door­dat het nog maar een recente wijzig­ing is in het leer­pro­gram­ma, is er nog geen zicht op het effect op bach­e­lor- en mas­ter­proeven. Het is ook nog wacht­en op de eerste stu­den­teneval­u­aties. Net als Pon­net, beveelt hij Taalon­thaal aan voor verdere onder­s­te­un­ing. Dit is het overkoe­pe­lend schri­jf­cen­trum van de UGent, waar je een indi­vidu­ele afspraak kan mak­en om papers na te lezen en work­shops kan vol­gen over acad­emisch schri­jven.

De toekomst zal uitwi­jzen of deze ini­ti­atieven hun gewen­ste vrucht­en afw­er­pen en of ze de aanzet geven tot meer aan­dacht voor taal aan onze uni­ver­siteit.