Recensie: The Assistant


Een spannende thriller, een indringend portret van een persoon aan de afgrond en een interessante boodschap over sociale structuren van onderdrukking. Maak kennis met steengoede film 'The Assistant'.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/10/2020 – 21:07 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In ‘The Assis­tant’ vol­gen we een dag in het lev­en van een naam­loze assis­tente. Ze arriveert vroeg in de ocht­end en gaat pas als laat­ste weg uit het kan­toor. Er is geen zon­nig uur dat ze niet door­brengt in de gan­gen van het dool­hof aan kan­toor­ganget­jes. Je vol­gt haar ter­wi­jl ze uren­lang kleine hersendo­dende tak­en doet. Print­en, de agenda’s voor de dag uit­de­len, afwassen, het sub­tiel weghalen van een oor­ring, eten en drinken bren­gen, een jong meis­je begelei­den naar een hotel, en tele­foneren.

Het beeld dat Kit­ty Green in deze debu­ut­film schetst van het lev­en van de assis­tente ver­schilt niet zo veel van de plot van een thriller. Een con­stante span­ning ontstaat die groeit bij ieder klein nieuw werk­je dat de assis­tente moet vol­bren­gen. De pro­tag­o­nist blijkt in een con­stante staat van ont­ber­ing. Te weinig slaap, te weinig eten, te weinig tijd om na te denken en daar­bovenop heeft ze het finan­cieel ook moeil­ijk. In die toe­s­tand moet ze als in een trance mee­gaan in het bedri­jf­sleven, waar ze hele­maal onder­aan de hiërar­chie het bedri­jf draaiende moet houden

In zekere zin vin­dt er in ‘The Assis­tant’ een omwis­sel­ing van voor- en achter­grond plaats. De voor­grond voor ons, de assis­tente, is een achter­grond voor alle andere mensen in de film. Dat creëert het inter­es­sante effect dat het meest evi­dente ver­haal zich in feite op de achter­grond van de film afspeelt in de vorm van kleine stukken van een opgevan­gen gesprek, glimpen van doc­u­menten en af en toe een cam­era die op iets vreemd focust. Op de voor­grond kri­j­gen we een meer gen­u­anceerd ver­haal over een jonge vrouw die langza­am breekt in een milieu dat haar als min­der dan een mens behan­delt.

Dat brengt ons bij de andere belan­grijke figu­ur van dit ver­haal: de naam­loze baas van het bedri­jf, een film­pro­du­cent aan de top van zijn indus­trie. Dat de link met Har­vey Wein­stein nooit ver weg is, blijkt al snel uit kleine sig­nalen dat er iets niet klopt aan zijn gedrag. Vrouwen­kled­ing die in zijn bureau wordt gevon­den, een reeks aan jonge vrouwen die kleine gesprekken met hem hebben, uit­gaves die niet meteen verk­laard kun­nen wor­den. Al deze kleine sig­nalen moeten voor­bij de assis­tente, maar door de algemene angst en stress waarmee zij leeft, is ze niet in staat zich hierte­gen te verzetten.

De naam­loosheid van de assis­tente kun je lezen als een weer­spiegeling van haar onbeduidend­heid: haar naam doet er niet toe. Bij de baas is het eerder een teken van macht: hij is zo belan­grijk dat zijn naam niet genoemd hoeft te wor­den. Maar het weer­spiegelt ook een ander pijn­lijk aspect: het maakt in zekere zin niet uit wie de per­son­ages zijn, aangezien het prob­leem dat hier op de roost­er ligt een sys­teem van uit­buit­ing en mis­bruik is en niet slechts een ver­haal over een rotte appel.

Als het plot je niet kan over­tu­igen, zullen de cin­e­matografie en de muziek dat zek­er doen. Lange en sta­biele shots op de uit­zon­der­lijke momenten van rust wor­den afgewis­seld met dynamis­che close-ups om je volledig in haar leefw­ereld mee te trekken. En de muziek, hoewel nooit zeer opval­lend, slaagt erin op sub­tiele wijze de sfeer van een thriller te creëren.