Recensie: Shoplifters


Winnaar van een Palme d'Or word je niet zomaar en al zeker niet met een Japanse film. Is 'Shoplifters' dan zo'n universeel geliefde film of zitten die Fransen er gewoon weer behoorlijk naast?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/10/2018 – 19:27 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Shoplifters’ vertelt het ver­haal van een arme groep mensen in Tokyo, die proberen een nor­male fam­i­lie te vor­men. Dat is niet zo makke­lijk als het mag lijken. Niet alleen wordt het groep­je geplaagd door geld­prob­le­men, die hen dwin­gen ille­gaal in een erg klein huis te wonen en van dief­stal te lev­en, maar ook wordt hun kleine gezin niet ver­bon­den door bloed­ban­den. Een moed­er en een vad­er zon­der seks. Een ‘nicht’. Een jon­gen, die ze hebben gevon­den op straat. En natu­urlijk een vrolijke groot­moed­er.

Yuri en Shota, de gevon­den zoon

Hun dagelijkse lev­en wordt echter ver­sto­ord wan­neer ze na een van hun suc­cesvolle dief­stallen een klein meis­je aantr­e­f­fen op straat: Yuri. Het meis­je, dat door haar oud­ers mis­han­deld bleek te zijn, leert langza­am wat het betekent om een fam­i­lie te hebben. Dat maakt ‘Shoplifters’ tot een erg intiem ver­haal gevuld met sociale prob­le­men, maar ook met een vurig geloof in de menselijke goed­heid. De film wil vooral in dis­cussie gaan met de klassieke defin­i­ties van een ‘fam­i­lie’. “Is iemand een moed­er als ze een kind baart?” vraagt een van de per­son­ages bijvoor­beeld in verdedig­ing van haar thuis.

‘Shoplifters’ gaat echter over meer dan enkel fam­i­lie. Ondanks de grote aaibaarhei­ds­fac­tor die de film heeft, is de realiteit die erin naar voren wordt gebracht bikkel­hard. Dat soort komis­che films over zware sociale prob­le­men zijn ze in Japan wel gewoon van Hirokazu Kore-eda, regis­seur van de film. Zo ook staat de menselijkheid van het fam­i­lieleven in zijn meest recente film lijn­recht tegen­over de armoede die arme Japanse gezin­nen moeten doorstaan.

Wat deze tweede dimen­sie betre­ft zal de gemid­delde Bel­gis­che kijk­er echter op een vertrouwd prob­leem bot­sen, namelijk dat van de ‘vreemde film’. We zijn het gewoon om onder­ti­tels te lezen, maar toch gaan er in ver­talin­gen alti­jd wel nuances ver­loren. De ver­tal­ing­sprob­le­men zijn echter klein tegen­over de cul­turele ver­schillen, die de Europese ervar­ing van de film kun­nen kleuren. Kore-eda is meester van de sub­tiele sociale kri­tieken, maar het is moeil­ijk deze analy­ses volledig te appre­ciëren, wan­neer de sociale struc­tu­ur ons vreemd is. Een zekere ken­nis van de Japanse cul­tu­ur is dan ook eigen­lijk een vereiste om alle ver­haal­li­j­nen volledig te kun­nen vol­gen.

Ook mist de film een beet­je een pointe in het begin en komt het plot pas echt tot rollen in het laat­ste hal­fu­ur. Dat zorgt ervoor dat die laat­ste der­tig minuten een zeer gen­u­anceerd en gede­tailleerd slot aan een erg chao­tisch ver­haal kun­nen breien, maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen graag naar een film gaat kijken die pas de laat­ste stan­za zijn stem lijkt te vin­den.