Recensie: ‘Rome: Total War’


De quarantaine begint te wegen en je voelt ongetwijfeld stilaan de drang om een stel brandende varkens op een kudde olifanten af te sturen en een paar dozijn dode paarden op een brug te stapelen. Anders heb je nog nooit 'Rome: Total War' gespeeld.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/03/2020 – 23:30 door Jan Emiel Cordeels­Dries Blon­trock

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Rome: Total War’ is een pre­his­torisch spel, in game­ter­men dan toch. Toen het uitk­wam in 2004 won het een hele­boel pri­jzen, werd het alom geprezen en uitein­delijk werd het de moed­er aller strate­giespellen. Deze dino bli­jft won­der­wel meer dan een decen­ni­um lat­er zon­der al te veel moeite overeind.

Op de kaart, op de kaart

Han­ni­bal says yeet

Waar te begin­nen? ‘Rome: Total War’ vol­gt het vaste stramien van de Total War-fran­chise. De cam­paign map omvat heel Europa, Noord-Afri­ka en delen van het Mid­den-Oost­en en je hebt een bat­tle map die veran­dert naarge­lang je posi­tie op de grote kaart. Voor de cam­pagne is er keuze uit een groot aan­bod van ver­schil­lende lan­den om mee te spe­len. Zo kan je kiezen uit drie ver­schil­lende Romeinse clans, gigan­tis­che Mid­den-Oost­erse rijken en piet­lut­tige Ger­maanse stam­men. The choice is yours, maar als die keuze niet de glo­rieuze Romeinen is, dan ben je een bar­baar. Tij­dens de cam­pagne is het dan de bedoel­ing dat je via diplo­matie en veld­sla­gen je gebieden uit­brei­dt om zo de wereld te verov­eren.

Het doel lijkt dus sim­pel, maar het is uitda­gen­der dan de beschri­jv­ing laat uitschi­j­nen. Voor verover­ingstocht­en zijn leg­ers nodig. Maar die leg­ers kosten geld, enorm veel geld, want de beste en plezantste troepen zijn natu­urlijk het duurst. Bran­dende varkens of oor­log­so­lifan­ten, iemand? Iets wat ook een belan­grijke rol speelt in ‘Rome: Total War’ is bevolk­ings­g­rootte, die bepaalt hoeveel troepen je kan rekruteren in een bepaald gebied. Dat werd spi­jtig genoeg uit lat­ere iter­aties van Total War geschrapt. Nog iets leuks aan het sys­teem met pop­u­latie, is de keuze wat ermee te doen als bij het innemen van een vijandi­ge stad. Uitroeien is uit­er­aard alti­jd het juiste antwo­ord, a geno­cide a day keeps the rev­o­lu­tions away. Luis­tert u mee, Lodewijk XVI?

Varkens, olifanten en paarden

Toch neemt dit empire man­age­ment maar de helft van het spel in. Het groot­ste deel van je tijd zal je spenderen aan het uitvecht­en van virtuele veld­sla­gen. Dit is het uit­gelezen moment om je tac­tis­che meester­brein ein­delijk te ont­plooien en Alexan­der de Grote een poep­je te lat­en ruiken. In gigan­tis­che slagvelden stel je je leg­er op en stu­ur je de ver­schil­lende bataljons aan. Jam­mer genoeg is het ook hier waar de leefti­jd van de game echt zicht­baar wordt. Graph­ics om van te huilen, ani­maties waar zelfs ‘Minecraft’ zich voor zou schamen en een kleuren­palet waar­van regen­bo­gen depressies zouden kri­j­gen. Toch zit de game­play nog steeds snor. Bij elke charge van de cav­a­lerie voel je de grond gewoon dav­eren. Het zien van een olifant doet je op het pun­t­je van je stoel zit­ten en het tevre­den supe­ri­or­iteits­gevoel als je een grot­er leg­er ver­slaat is iets wat je bij weinig andere games ervaart.

Ani­maties waar­voor zelfs ‘Minecraft’ zich voor zou schamen en een kleuren­palet waar­van regen­bo­gen depressies kri­j­gen

Een goede game com­bi­neert natu­urlijk span­ning en ontspan­ning. Ook daar kan ‘Rome: Total War’ je bij helpen. Ga naar ‘cus­tom bat­tle’ en selecteer een brug over een riv­i­er als locatie. Rekru­teer dan een Griekse falanx, geef de vijand enkel lichte cav­a­lerie. Plaats ver­vol­gens de falanx vlak voor de brug. Leun ten slotte achterover en ontspan.

‘Rome: Total War’ is en bli­jft een juweelt­je. Ja, er zijn teko­rtkomin­gen en ja, het verbleekt naast zijn tech­nis­che sterkere opvol­gers en ja, de enige reden waarom we dit schri­jven is nos­tal­gie, maar toch ver­di­ent dit spel het om gespeeld te wor­den. Al is het alleen maar om te zien hoe een goede strate­g­ie­game eruitzi­et.

Ceterum cense­mus Carthaginem esse delen­dam.