Recensie: High Life


High Life is de eerste poging van regisseuse Clair Denis tot psychological sci-fi met steracteurs als Robert Pattinson, Juliette Binoche en opkomend talent Mia Goth. Een vader tracht met zijn dochter te overleven in een ruimteschip nadat verscheidene tragische gebeurtenissen de levens van de andere bemanningsleden opgeëist hebben. Het is een premisse waar vele filmmakers…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 13/05/2019 – 11:42 door Nathan Laroy

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De film begint min­i­mal­is­tisch. We mak­en ken­nis met het hoofd­per­son­age, de vad­er, Monte (Pat­tin­son) en diens dagelijkse sleur. We kun­nen aflei­den dat het schip waarop hij over­leeft tech­nisch ger­ad­braakt is, dat reeds veel dagen ver­streken zijn en dat hij zich in een erg een­zame sit­u­atie bevin­dt. Maar hij geeft het niet op, want hij moet voor zijn dochter zor­gen. De life sup­port sys­tems zijn nog oper­a­tion­eel, en dus zet hij zijn melan­cholis­che tred verder. Gedurende het eerste kwarti­er vertrouwt Denis haar pub­liek om puzzel­stukken zelf samen te zetten. Door het ten­toon­sprei­den van cin­e­matografisch ver­nuft lijkt ze de kijk­er te willen ver­wen­nen met een intel­lectuele uitdag­ing die niet bang is de artistieke, metaforische route op te gaan.

De film ver­li­est de con­t­role over zijn eigen metafoor.

Hoewel ze die indruk geeft gedurende de eerste minuten van de film, komt daar vaak een bru­usk inter­mez­zo op van onn­odig directe plotver­duidelijk­ing door per­son­ages die hun bestaan ver voor­bi­jgestreefd zijn. Denis heeft een non-lin­eaire ver­tel­sti­jl, maar daar vertrouwt ze haar pub­liek niet alti­jd en laat plot­sklaps de volledi­ge inten­tie van de ruimtereis vallen – weg mys­terie, weg dubio. Vanaf dat punt voelt de film wat krakkemikkig aan. De dialo­gen voe­len te vaak opper­vlakkig aan en lijken last te hebben van ‘artistieke vaagheid’. Het gehele plot in feite. De film deinst er niet voor terug visueel bru­ut te zijn qua naakt- en dier­lijkheid, maar ver­li­est de con­t­role over zijn eigen metafoor. Veel beman­ningsle­den zouden een rijke voed­ings­bo­dem kun­nen bieden voor het plot, maar ook daar valt de film vlak op zijn gezicht, alsof de film niet weet hoe deze back­sto­ries deftig te inte­gr­eren. Als kijk­er heb je ergens wel het gevoel te begri­jpen wat er bedoeld wordt met alle ver­meende diepere lagen, maar toch bli­jf je zit­ten met een wrang gevoel in de borst. Daar­bovenop is het ver­haal soms ook gewoon saai.

De film lijkt zelf niet goed te weten wat hij is. Vol­gens bepaalde bron­nen zou het gaan over sek­su­aliteit, maar daar is geen zek­er­heid over. Het plot twi­jfelt tussen sek­suele melan­cholie en psy­chol­o­gis­che iso­latiegek­te. Het grenst aan een artistiek vac­uüm, en door zijn min­dere uitvo­er­ing ver­valt het voor mijn part daarin. Er is een ver­schil tussen onzek­er­heid en metaforische gelaagdheid enerz­i­jds, en nar­ratieve onkunde aan­ge­lengd met een kun­stige waasvlek anderz­i­jds. De acteer­presta­ties zijn opmerke­lijk, maar kun­nen het geheel niet red­den. Een solide ‘meh’, inclusief schoud­erophal­ing.