Recensie: Ghosts


In 'Ghosts' krijg je een dag uit het alledaagse leven van mensen in Istanbul. Verschillende figuren met veel verhalen, die allemaal een weg voor zichzelf proberen te vinden in het nieuwe oerconservatieve Turkije.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/10/2020 – 13:14 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Turk­i­je is de laat­ste jaren sterk veran­derd en dat is ook regis­seur Deniz Okyay niet ont­gaan. In haar nieuw­ste film wil ze het nieuwe con­ser­vatieve Turk­i­je van Recep Tayyip Erdoğan van dichter­bij bek­ijken. Dat probeert ze klaar te spe­len door een dag in het lev­en van vier per­son­ages te vol­gen, die elk een ander aspect van Turk­i­je belicht­en.

Didem is een tiener­meis­je dat zich vooral wil bezighouden met haar passie: dansen. Ze hangt rond met haar vrien­den, is voort­durend op zoek naar werk en haar vriend­je is nogal een fuck­boy die zijn hond mis­han­delt. Ze is dus een zeer doorsnee tiener. Doorheen de film wordt ze in deze alledaagse zak­en echter voort­durend geremd door haar steeds stren­gere omgev­ing. Wan­neer ze in het open­baar te veel zichzelf is, dan vol­gen er opmerkin­gen en zelfs dreige­menten om haar bij de poli­tie te rap­porteren.

Didem staat sym­bool voor veel vrouwen die van­daag de dag in Turk­i­je lev­en en voe­len dat hun vri­jhe­den steeds meer beperkt wor­den. Behalve wat gevloek en irri­tatie, kan Didem hier echter niet veel aan doen. Het tweede per­son­age, Ela, probeert daar­ente­gen poli­tiek in opstand te komen tegen dit regime. Ze beschri­jft zichzelf open­lijk als fem­i­niste, gaat naar protesten en is een actief lid van de zeer onder­druk­te Turkse queer com­mu­ni­ty.

Didems buur­vouw, Iffet, is dan weer op zoek naar geld om haar zoon te kun­nen onder­houden, die in de gevan­ge­nis zit voor een mis­daad die hij niet beg­ing. Het volledi­ge gebrek aan een vangnet en de cor­rup­tie van het juridisch sys­teem wor­den duidelijk in haar steeds escalerende wan­hopige pogin­gen om haar zoon in lev­en te houden.

Het enige per­son­age dat door­gaans blij lijkt met de veran­derin­gen, is Rasit. Niet toe­val­lig is hij ook de enige man tussen de vier pro­tag­o­nis­ten. Rasit is iemand die economisch van het nieuwe kli­maat probeert te prof­iteren. Hij maakt mis­bruik van Syrische vluchtelin­gen door aan hen bed­den te verkopen aan het drievoudi­ge van de pri­js, verni­etigt his­torische gebouwen om er nieuwe con­struc­ties op te bouwen die hij kan ver­huren en geni­et ervan om ver­dacht gedrag aan te geven bij de poli­tie. Zijn voort­durend pri­jzen van het ‘Nieuwe Turk­i­je’ maakt duidelijk met wat voor een per­son­age we te mak­en hebben.

Door te spe­len met per­spec­tief en chronolo­gie wor­den de per­son­ages op een zeer inter­es­sante manier aan elka­ar gelinkt. Het voort­durend wis­se­len van per­spec­tief remt echter ook het ver­loop van het ver­haal. Driek­wart van de film voelt bij momenten als een onn­odig lange intro­duc­tie op een toch al anti­cli­mac­tis­che finale. Aangezien Okyay een achter­grond in de jour­nal­istiek heeft, is dit niet onl­o­gisch. Voor haar is het doel van de film om een real­is­tisch beeld van haar land te schet­sen. Het ver­haal is van secundair belang.

Voor een west­ers pub­liek is het een hele uitdag­ing om haar in dit opzet te vol­gen. Okyays werk wil een gen­u­anceerde weer­spiegeling tonen van een trend in haar land. Maar het is nogal moeil­ijk deze nuances volledig te begri­jpen, als je in de eerste plaats nog niet zo ontzettend veel over Turk­i­je weet. Het west­erse beeld van Turk­i­je wordt daar­bij ook vaak gekruid met een ste­vige por­tie kolo­nial­isme, islam­o­fo­bie en inter­na­tionale span­nin­gen. Wan­neer de gemid­delde Belg iets over Turk­i­je hoort, is het vri­jwel alti­jd in de con­text van oor­logen, dic­ta­tors of schend­ing van de mensen­recht­en.

Wat door Okyay als een gen­u­anceerde kri­tiek was bedoeld, loopt het gevaar om bij een west­ers pub­liek sim­pel­weg een erg onterechte ‘zie je wel’ te wor­den. Zo riskeert de film voor som­mige Bel­gen een wereld­beeld te beves­ti­gen dat je zou kun­nen beschri­jven als een west­erse vari­ant op het con­ser­vatisme dat Okyay in dit werk juist wilde aan­kla­gen.