“Psychose: dat vind ik nu eens wél interessant”


Nienke Moernaut is doctor in de klinische psychologie en schreef onlangs haar doctoraat 'Broken narratives – subjective experience of psychosis'. Daarnaast werkt ze als vrijwilliger bij BOTS, een ontmoetingsplek voor mensen met psychose(-gevoeligheid).

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/04/2022 – 9:46 door Lotte Tossyn

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Zou je zelf kort kun­nen beschri­jven wat je pre­cies onder­zocht hebt?

“In mijn onder­zoek peil ik naar de sub­jec­tieve ervarin­gen van mensen die een psy­chose hebben of gehad hebben. Heel vaak wordt gefo­cust op de kijk van art­sen of andere buiten­staan­ders, maar niet op hoe mensen zelf hun psy­chose ervaren. Mijn onder­zoek bestaat uit twee delen, waar­voor je eerst het ver­schil tussen posi­tieve en negatieve symp­tomen van psy­chose moet begri­jpen. Posi­tieve symp­tomen zijn alle ervarin­gen die ‘erbij komen’ wan­neer iemand een psy­chose heeft, in vergelijk­ing met een ander per­soon. Daar­bij gaat het, bijvoor­beeld, over hal­lu­ci­naties of para­noia. Negatieve symp­tomen zijn alle din­gen die weg­vallen ten opzichte van een lev­en zon­der psy­chose. Mensen rak­en door hun psy­chose bijvoor­beeld uit­geput, waar­door ze soci­aal con­tact ver­liezen en min­der vaak buitenkomen.

Vaak wordt er niet gefo­cust op hoe mensen zelf hun psy­chose ervaren

Mijn eerste bevin­d­ing was dat die negatieve symp­tomen een grotere impact hebben op het lev­en van mensen met psy­chose dan de posi­tieve, hoewel die laat­ste voor de buiten­wereld miss­chien storen­der lijken. Bij de posi­tieve symp­tomen heb ik me gefo­cust op hal­lu­ci­naties. Dat zijn vol­gens de psy­cho­analyse vreemde ele­menten die ontstaan bij een con­frontatie met exis­ten­tiële vra­gen en prob­le­men. De per­soon die zulke vreemde ele­menten ervaart, heeft dan niet de indruk dat die vanu­it hem- of haarzelf komen. Dat heb ik in ver­band gebracht met het ver­lies van taal, wat een negatief symp­toom is. Hoe meer je daarover nadenkt, hoe ver­war­ren­der die opdel­ing wordt (lacht). Tij­dens en ook na een psy­chose ver­liezen mensen de con­t­role over hun eigen ver­haal, de macht om hun ver­haal vanu­it zichzelf te beleven. Voor ons in het vanzelf­sprek­end dat wat je meemaakt, ervaren wordt door jezelf: dat jij de hoof­drol­spel­er van je ver­haal bent. Dat valt weg wan­neer iemand psy­cho­tis­che ervarin­gen heeft.”

Nienke Moer­naut

Van­waar komt je inter­esse voor psy­chose?

“Ik begon psy­cholo­gie te stud­eren uit inter­esse, maar als ther­a­peut gaan werken leek niets voor mij. Toen we in het tweede jaar een les over psy­chose kre­gen, dacht ik ‘dat vind ik nu eens wél inter­es­sant’. Ik heb dan ook mijn mas­ter­proef over psy­chose geschreven, en tij­dens dat onder­zoek heb ik veel geleerd over het lij­den van mensen met psy­chose en hun negatieve symp­tomen. Ik besloot het verder te onder­zoeken in mijn doc­tor­aat omdat daar zo weinig over geweten is. Voor mij is ook belan­grijk dat ik hier­voor heb samengew­erkt met twee ervar­ings­deskundi­gen, mensen die al eens een psy­chose meemaak­ten. Je denkt miss­chien wel dat je op een respectvolle manier over die mensen schri­jft, maar als je dan weet dat ze iedere zin die je schri­jft, meelezen, en dat hun naam ook onder de tekst komt als auteur, besef je plots dat er impli­ci­et nog veel stigma’s ver­sc­holen zit­ten in de taal die we gebruiken wan­neer het over psy­chose gaat.”