Proffen op zondag: Tom Coenye


Door

Archief

Behalve een gelijkaardige uitspraak van zijn naam, heeft Tom Coenye niets gemeen met Kanye West. Wat de microbioloog echter op West voor heeft, is een zwarte gordel (tweede dan) in het judo.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/10/2017 – 9:03 door Kasper Van Parys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Tom Coenye

Hoe bent u begonnen met judo?

“Ik ben op mijn zevende ges­tart met judo bij een club in Veurne. De train­er daar was Jean-Marie Dedeck­er, de lat­ere bond­scoach. Hij was toen een col­le­ga van mijn vad­er bij de bank. Ik was blijk­baar een vrij energiek ven­t­je en mijn oud­ers zocht­en een sport waar ik mij in kon uitleven.”

Hoe vaak in de week beoe­fende u uw hob­by?

“Dat varieerde een beet­je. Als stu­dent was ik nauwelijks nog terug te vin­den op de mat. Toen ik afges­tudeerd was, heb ik het judo heel inten­sief her­vat, en trainde ik dik­wi­jls vier of vijf maal per week. Het is een heel goeie uit­laatk­lep.”

“Ik wil niets negatiefs zeggen over andere sporten, maar iedereen kan wel een beet­je tegen een bal trap­pen”

Is judo een lastige sport?

“Het is lastig in twee opzicht­en. Het is fysiek een zware sport, maar je maakt het natu­urlijk zelf zo zwaar als je wil. Daar­naast is het een zeer tech­nis­che sport die een steile leer­curve kent. Je bent snel vijf of zes jaar verder voor­dat je het degelijk kan beoe­fe­nen. Dat is ook de reden waarom velen, ook bij de jeugd, voor­ti­jdig afhak­en. Ik wil niets negatiefs zeggen over andere sporten, maar iedereen kan wel een beet­je tegen een bal trap­pen. Daarmee kom je in judo niet ver. De tech­nis­che bagage die vereist is, is een lim­iterende fac­tor.”

Wat trekt u het meest aan in judo?

“Het feit dat het zow­el tech­nisch als fysiek een inspan­ning vergt, en het een sport is waar een zekere filosofie achter schuil­gaat. Met het oud­er wor­den heb ik dat meer leren appre­ciëren. Judo is eigen­lijk een jonge, mod­erne vari­ant van ver­schil­lende oude Japanse gevechtss­porten. Het heeft als doel om met een min­i­male inspan­ning tot een max­i­maal resul­taat te komen, en als het kan zo bij te dra­gen aan een betere maatschap­pij. Verder is belan­grijk dat nut­teloze beweg­in­gen steeds wior­den ver­me­den. Als beweg­in­gen niet resul­teren in een betere posi­tie, is hun uitvo­er­ing ver­loren energie. Proberen effi­ciënt te werken en geen energie te ver­spillen aan zak­en die niet nodig zijn: dat zou een mooi mot­to zijn voor de uni­ver­siteit. Ik zie judo voor een stuk ook als een uit­laatk­lep, een gecon­troleerde manier om de dagdagelijkse agressie te uiten. Het is een inten­sieve sport, na een uur of twee ben je echt wel leeg. Dat is de charme.”

“Proberen effi­ciënt werken en geen energie ver­spillen aan onn­odi­ge zak­en: dat zou een mooi mot­to zijn voor de uni­ver­siteit”

Hoe onder­schei­dt judo zich van andere gevechtss­porten?

“Alles wat gevaar­lijk is, zoals bijvoor­beeld klem­men op andere gewricht­en dan de elle­boog of slag­be­weg­in­gen, zijn niet toege­lat­en. Ook wurggrepen zijn sterk gere­gle­menteerd. Het is wel een belas­tende sport, maar op zich niet gevaar­lijk.”

Heeft u lang getwi­jfeld over de besliss­ing om te stop­pen?

“Ik ben niet over één nacht ijs gegaan. Maar wan­neer je op een gegeven moment ‘s mor­gens niet meer uit bed ger­aakt door de rug­pi­jn, wordt het makke­lijk­er om te stop­pen. Ik heb ook geen figu­ur voor judo. Mijn bouw is de slechtst mogelijke: lang en smal. Echt suc­cesvolle judoka’s zijn voor mijn gewicht 20 of 30 cm klein­er en ken­nen een veel lager zwaartepunt. Daar­door heb ik op com­peti­tievlak nooit veel kun­nen voorstellen.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *