Proffen op zondag: David Vyncke


Al jaren springt David Vyncke uit vliegtuigen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Met zijn team neemt hij deel aan wedstrijden en zelf begeleidt hij anderen die springen. Tijdens de week vind je hem ook nog eens vooraan in de aula voor ieders favoriete vak: statistiek.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/04/2018 – 8:19 door Arthur Jacob­sLu­na Nys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoe bent u op het idee gekomen om te sky­di­v­en?

“Ik ben opge­groeid in Moorse­le. Nie­mand weet waar dat ligt, maar dat is een van de drop­zones waar ik sky­dive. Ik heb daar in mijn jeugd heel veel valscher­men uit de lucht zien vallen, en dat prikkelde wel. Toen ik voor het eerst sprong, was ik 22, dat is onder­tussen al even gele­den. Het was ook de eerste keer dat ik vloog. De eerste keer dat ik in een vlieg­tu­ig zat, ben ik er dus meteen uit gespron­gen.”

Waaraan denkt u in de laat­ste min­u­ut voor u uit het vlieg­tu­ig springt?

“Tegen­wo­ordig omschri­jven ze dat, denk ik, als ‘wtf’. Je vraagt je echt af: waar ben ik nu eigen­lijk mee bezig? Je beseft dat wat je gaat doen zo tegen­natu­urlijk is. Maar een­maal je aan het vallen bent, weet je wel waarom je het doet. Ze zeggen wel eens: “Sky­divers know why birds sing”. Voilà, veel mensen denken dat sky­di­v­en gewoon uit een vlieg­tu­ig vallen is, maar je kan dus effec­tief vliegen. Je kan de wind die je zelf maakt, de relatieve wind heet die, echt vol­len­bak gebruiken om grote, hor­i­zon­tale ver­plaatsin­gen te mak­en en hele grote manoeu­vres uit te voeren in de lucht.”

Hoeveel keer heeft u al gespron­gen?

Ik heb nu al een dikke duizend spron­gen gedaan. Ik ben ook instruc­teur, dus als je wil leren sprin­gen, ben je bij mij aan het juiste adres. Zo was ik een paar weken gele­den les aan het geven en had ik twee bek­ende gezicht­en in mijn groep. Ik wist dat ik ze ergens van kende en dat bleken dus stu­den­ten van mij te zijn. Ze hebben daar­na trouwens heel de oplei­d­ing afgew­erkt en komen nu ook bij­na elke week sprin­gen.

Is het nooit eens bij­na faliekant afgelopen?

Ik leef nog, dus van het erg­ste ben ik ges­paard gebleven. Ik heb wel al eens een heel harde land­ing meege­maakt bij het oefe­nen. Het was toen eigen­lijk net de bedoel­ing om in extreme omstandighe­den te leren lan­den. Ik moet toegeven, de omstandighe­den waren toen inder­daad behoor­lijk extreem. Ik had het ook niet hele­maal gedaan zoals het hoorde, dus ik ben heel hard neergekomen. Maar zulke din­gen horen erbij.   

Is sky­di­v­en op vlak van risico’s een sta­tis­tisch ver­ant­wo­orde hob­by?

Men zegt soms wel als boutade dat het gevaar­lijk­er is om naar de drop­zone te rij­den dan te sky­di­v­en. Dat klopt natu­urlijk niet hele­maal, maar we zetten wel heel hard in op vei­ligheid. Het is een extreme sport waaraan risico’s vasthangen, maar we proberen die risico’s wel zo goed mogelijk in te dekken door heel wat vei­lighei­d­spro­ce­dures te vol­gen. Uit­er­aard gebeuren er af en toe wel ongevallen, zoals in elke sport, maar we proberen die tot een min­i­mum te beperken. Het is natu­urlijk wel zo dat als er iets gebeurt, het meteen nogal spec­tac­u­lair is, en dan staat het de dag erop ook meteen in de gazet.

Heeft u al sta­tis­tis­che berekenin­gen gemaakt over sky­di­v­en?

Ja, eigen­lijk wel. Als je valscherm niet open­gaat, dan moet je je reserve­valscherm trekken. Dat gebeurt bij ongeveer 1 op 600 spron­gen, dus dat is al een sta­tistiek. Zelf heb ik nu ruim 1000 spron­gen gedaan, en ik heb nog nooit de reserve moeten trekken. (lacht) Maar goed, het is hout vasthouden, hè!