Proffen op Zondag: Andreas Weiermann


Als logicus vertegenwoordigt Andreas Weiermann de Faculteit Wetenschappen. Zijn schilderijen zijn geen gulden snedes, maar vloeiende en spontane werken. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/12/2017 – 8:34 door Kasper Van Parys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoe bent u begonnen met schilderen?

Het was eigen­lijk toe­val­lig. Ik zat in het secundair onder­wi­js, in de Duitse 9e klas. De ler­aar kwam de klas bin­nen met het befaamde idee: “Hier een wit blad papi­er, doe er iets mee”. In plaats van een con­crete opdracht was het dus iets heel inter­es­sants, maar voor de meeste mensen natu­urlijk te veel gevraagd. Ze wis­ten niet wat doen. Ik ben dan begonnen met inkt, en trok gewoon streep­jes zon­der een bedoel­ing, tot er ten slotte een soort abstract land­schap uit voortk­wam. Dat vond hij heel boeiend. “Dit moet je wat verder uit­bouwen en er iets van mak­en”, zei hij.

Wat trekt u het meest aan in schilderen?

De kleuren. Mijn sti­jl is meestal expressief. Ik ben ook een fer­vente Kolorist: ik probeer kleuren te bew­erken. Con­crete vor­men zijn voor mij niet zo belan­grijk. Het pro­ces geeft vol­doen­ing. Het geeft een zekere sen­satie wan­neer je kleuren mengt, en het is alti­jd ver­rassend als je merkt wat er alle­maal mogelijk is. Ik ben ook niet bang om kleuren ver­keerd te gebruiken, zoals wan­neer een boom plots vio­let wordt.

Zijn er overeenkom­sten tussen wiskundi­gen en schilders?

Er zijn wel grote overeenkom­sten, maar andere dan men zou denken. Het is niet zo dat ik wiskunde toepas in mijn schilder­i­jen. Gebouwen en afs­tanden moeten wel klop­pen, maar dat is eigen­lijk geen wiskunde. Al begint wiskunde soms ook met een wit blad papi­er. Er is een prob­leem en dat moet opgelost wor­den. Voor een inter­es­sant prob­leem dient men vaak nieuwe meth­od­es van nul te ontwikke­len. Bij schilder­i­jen is dat pre­cies het­zelfde. Ik begin op een wit doek, maar weet niet wat er uit zal komen. Ik werk meestal niet met een con­creet plan. Ik zie tij­dens het pro­ces wat er van komt. Bij schilderen kan je je emoties omzetten, bij wiskunde niet. Voor mij zijn bei­de dis­ci­plines eerder com­ple­men­tair maar in bei­den speelt “beau­ty and truth” een belan­grijke rol.

“Bomen kun­nen achter­af niet pro­test­eren”

Heeft u een voorkeur voor bepaalde thema’s?

De natu­ur. Bomen bijvoor­beeld zijn alti­jd anders, iedere boom heeft een eigen karak­ter. Bomen zijn ook iets vergeven­der als er iets mis­loopt: ze kun­nen achter­af niet pro­test­eren.

Mis­lukken uw werken weleens?

Een min­der goede ervar­ing was het mak­en van portret­ten. Dat trok op niets en dat merk je ook direct. Wan­neer je schildert met aquarel, kan het gebeuren dat je iets doo­d­w­erkt. Dan wordt het te geveinsd en ver­li­est het zijn spon­tan­iteit. Met olie of acryl is ‘doo­d­w­erken’ niet het einde van het ver­haal. Je kan dat zo weer over­schilderen.

Hoe gaat u door­gaans te werk?

Meestal neem ik een foto met mijn iPhone.Ik heb eerder ook in de buiten­lucht gew­erkt, maar het prob­leem is daar dat het licht veran­dert en de wolken ver­schuiv­en. Een foto trekken gaat echter ook gepaard met een zek­er ver­lies, omdat je niet alle kleuren op de foto kan terugvin­den. Bij dit werk (zie foto) heb ik eerst een boek gelezen over hoe men de zee schildert. Maar dit is uit­gew­erkt zon­der foto en gewoon met vri­je inspi­ratie. Ik heb ultra­mar­i­jn blauw, viridi­aan groen en titi­aan wit op het doek aange­bracht en met elka­ar gemengd. Het is een beet­je een toe­valsef­fect, maar het lijkt achter­af gezien vrij real­is­tisch.