Prof Preférée: Sarah Haas


Die ene van historische kritiek, die andere van biomechanica en ook nog dingske van verbintenissenrecht. De UGent barst van de professoren. Wie zijn ze en wat doen ze? Maar vooral: wat drijft hen precies? Een exclusieve kijk in de wereld van onze Prof Préférée.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/11/2019 – 3:50 door Keanu Col­paert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sarah Haas is pro­fes­sor en onder­zoek­er aan de UGent. Momenteel houdt ze zich vooral bezig met Writ­er Devel­op­ment: dit houdt zow­el het schri­jf- en onder­zoek­spro­ces in, als de onder­s­te­un­ing van dat pro­ces. Ze is geïn­ter­esseerd in alles dat met schri­jven en auteurs te mak­en heeft. Ze is vooral bek­end voor haar fan­tastis­che hoor­col­leges, waarin er meer dan eens gelachen wordt. 

Als u weer twintig jaar was, wat zou u anders doen?

“Ten eerste zou ik vak­er bil­jarten, of poolen, of hoe je dat ook wilt noe­men. Ik zou ook bas­gi­taar spe­len in een garage­band. Toen ik twintig was, kreeg ik daar namelijk de kans toe, maar ik was een te grote angsthaas om voor een pub­liek te spe­len. Dat is iets waar ik nog steeds spi­jt van heb. Ten laat­ste zou ik meer kat­tenkwaad uithalen: toen ik stu­dent was, had mijn vriend een gigan­tisch paar speak­ers in zijn kamer. In het mid­den van de nacht speelden we dan enorm luid vreemde gelu­iden af. Ons favori­ete gelu­id was het geschree­uw van Tarzan. We moesten uitein­delijk stop­pen, maar toen ik een tijd­je lat­er in een café was, hoorde ik iemand zeggen: “Ik liep eens rond twee uur ‘s nachts op de cam­pus en ik hoor plots een Tarzan-schree­uw.” Daar ben ik nog steeds trots op.”

“Ik ben tomaten­sap”

Als u één ding kon veran­deren aan stu­den­ten, wat zou het dan zijn?

“In mijn droomw­ereld geven stu­den­ten enkel om wat ze leren, wat ze nog kun­nen leren en hoe ze die inzicht­en kun­nen toepassen in nieuwe sit­u­aties. Ik zie leren hier trouwens hele­maal niet als zak­en mem­o­ris­eren. Als het aan mij lag, gaven stu­den­ten niks om pun­ten, alleen om leren. Toe­val­lig zijn er in mijn droomw­ereld ook geen pun­ten of exa­m­ens, zodat iedereen gewoon kan focussen op het leer­pro­ces.”

Met welke fic­tieve of reële per­soon zou u willen ruilen voor een dag?

Bugs Bun­ny. Dat ver­domde koni­jn slaagt er alti­jd in om uit de lastig­ste sit­u­aties te komen op de meest sluwe manieren. Daar­naast heeft hij alti­jd een aam­beeld om op iemands hoofd te lat­en vallen, mocht dat nodig zijn.”

Als u een drankje was, wat zou u dan zijn?

“Een Dry Mar­ti­ni. Waarschi­jn­lijk wel met iets onortho­dox, zoals bijvoor­beeld Fil­liers Tan­ger­ine Gin in plaats van Bom­bay. Daar­bij miss­chien wat licht ver­from­melde korian­der in plaats van oli­jven. Waarom? Ten eerste is het een klassiek­er, waarmee ik ‘oud’ bedoel. De Dry Mar­ti­ni bestaat echt al jaren. Ten tweede is het eerlijk en recht­doorzee: het heeft maar drie ingrediën­ten, geen non­sens met vijftig ver­schil­lende ben­odigdhe­den. Wat je ziet is dus ook wat je kri­jgt, er zijn geen ver­rassin­gen. Behalve dan de tan­ger­ine en korian­der. Ten slotte is het vrij goed in zijn wat het is: een droge Mar­ti­ni.”

“Wacht, een Dry Mar­ti­ni is wat ik wil zijn. Wat ik ben is waarschi­jn­lijk iets zoals tomaten­sap.”

Op welk schri­jf­s­tuk bent u het meest trots?

“Waarschi­jn­lijk een gedicht dat ik voor mijn neef schreef toen hij nog maar net leerde lezen. Ik ben geen dichter en het was een heel slecht gedicht, maar hij vond het geweldig. Dat is het het stuk dat het meeste vreugde bracht aan mijn pub­liek, en dus ver­moedelijk mijn beste stuk.”