Prof Préféré: Het Afscheid van Filip De Rynck


Het brein en gezicht van de Bestuurskunde gaat met pensioen. Zijn laatste les is gegeven en zijn laatste examens zijn afgelegd. Maar volledig verdwijnen denkt hij niet te doen: Filip De Rynck blijft actief binnen de publieke sector en plant nog veel te schrijven. Professor, u zal gemist worden! 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/02/2020 – 14:36 door Jan Emiel CordeelsEl­la Roose

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Wat is er zo sexy aan Bestu­urskunde? 

“Ik vind het erg belan­grijk dat we mensen oplei­den die in de brede pub­lieke sec­tor tew­erkgesteld zullen wor­den. Het is niet gemakke­lijk om elk jaar opnieuw aan stu­den­ten te tonen dat de vraagstukken die daarmee gepaard gaan, boeiend zijn. Ze omvat­ten maatschap­pelijke dis­cussies zoals deze omtrent duurza­amheid en tran­si­tie, en niet alleen tech­nis­che din­gen zoals man­age­ment. We willen aan­to­nen dat je mensen nodig hebt in de pub­lieke sec­tor die in staat zijn om kri­tisch na te denken, die de brug kun­nen vor­men met de samen­lev­ing en mensen lat­en zien dat die processen onwaarschi­jn­lijk fascinerend zijn: dát maakt bestu­urskunde sexy.”

In de les pro­fileerde u zichzelf niet echt op poli­tiek vlak, gaat u dit nu meer doen? 

“Ja. Als aca­d­e­mi­cus heb je alti­jd een bepaalde vri­jheid in onder andere opini­es­tukken. Maar als je vrij en gepen­sioneerd bent kan je dat natu­urlijk nog meer doen. Ik ben zek­er van plan om op bepaalde vlakken nog meer stelling in te nemen, mij meer in het debat te men­gen.”

Som­mige stu­den­ten ver­geten te douchen voor een mon­del­ing exa­m­en en dat was niet alti­jd aan­ge­naam

Wat is het gek­ste dat u ooit bent tegengekomen in de les of op exa­m­ens?

“Mon­delinge exa­m­ens heb ik alti­jd boeiend gevon­den. Zo waren er stu­den­ten op een mon­del­ing exa­m­en die zo zenuwachtig waren dat ze niets meer kon­den uit­bren­gen. Ik zei hen dan om buiten te gaan om even te bedaren en daar­na kwam het meestal wel goed. Voor #MeToo opkwam heb ik het heel af en toe meege­maakt dat vrouwelijke stu­den­ten geprobeerd en gefaald hebben om hun charmes uit te spe­len. Je maakt soms rare din­gen mee in zo’n exa­m­en­con­text. Zo stud­eren som­mige stu­den­ten de hele nacht door en ver­geten dan ‘s ocht­ends te douchen. Dus het was niet alti­jd even aan­ge­naam om een exa­m­en af te nemen (lacht). Voor het overige zijn stu­den­ten eigen­lijk heel braaf, zek­er in vergelijk­ing met vroeger.”

Heeft u tips voor uw opvolger(s)?

“Mijn nieuwe collega’s zijn zeer com­pe­tent. Maar als er toch iets is dat ik wil meegeven is dat bestu­urskundi­gen in con­tact moeten bli­jven staan met het veld. Je leert veel door te luis­teren naar mensen uit de prak­tijk en hen aan het woord te lat­en over waarmee ze bezig zijn en hoe zij de din­gen aan­pakken. Als aca­d­e­mi­cus moet je voort­durend twi­jfe­len over wat je zegt en de beste manier om die twi­jfel te voe­den is door je te lat­en bevra­gen door diege­nen die je bestudeert. Daar gaat mijn nieuwe boek trouwens over. Het is boeiend om te besef­fen dat je nog maar weinig weet. Als aca­d­e­mi­cus is dat een dri­jfveer om verder te gaan in je onder­zoek. Dit is uit­er­aard niet evi­dent als je heel erg focust op inter­na­tionale pub­li­caties: twi­jfe­len en pub­liceren gaan niet samen. De drang om inter­na­tion­aal te scoren mag er niet toe lei­den dat bestu­urskundi­gen en andere aca­d­e­mi­ci een veilige bubbel voor zichzelf mak­en waarin ze kun­nen bli­jven pub­liceren.”