Prof Préféré: Bart Van de Putte


Die ene van historische kritiek, die andere van biomechanica en ook nog dingske van verbintenissenrecht. De UGent barst van de intrigerende professoren. Wie zijn ze en wat doen ze? Maar vooral: wat drijft hen precies? Een exclusieve kijk in de wereld van onze Prof Préféré.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 3/11/2019 – 19:40 door Mingt­je Wang

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Bart Van de Putte is pro­fes­sor aan de vak­groep Soci­olo­gie van de UGent en ook de ombudsper­soon van de fac­ul­teit Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen. Hijzelf vin­dt dat hij een van de beste jobs ter wereld heeft.

Wat gebeurde er in de laat­ste droom die je je herin­nert?

“Onlangs had ik een heel bizarre droom. Ik droomde dat ik Boris John­son probeerde uit te leggen waarom hij beter nog een ref­er­en­dum voor de Brex­it zou organ­is­eren. Hij was heel vrien­delijk en we hebben er samen rustig over gepraat. Ik herin­ner me nog dat ik op het einde zelfs dacht: ‘Moh, da’s wel nog een toffe gast, die Boris.’ En toen werd ik wakker.”

Wat was je favori­ete activiteit als kind?

“Ik kan me herin­neren dat ik als kind con­stant aan het bladeren was door atlassen en kaarten. Wan­neer we gin­gen wan­de­len, was ik alti­jd degene die vooraan stond om de kaart te lezen. Zelfs nu eis ik die rol nog steeds op, want anders komen we niet op de bestem­ming. Er is namelijk een uni­verse­le wet: wan­neer je gaat wan­de­len met een groep, heeft alti­jd degene die er het min­ste van kent de kaart vast. Dus dat tra­cht ik te ver­mi­j­den door de ver­ant­wo­ordelijkheid op mij te nemen. Car­tograaf wor­den stond trouwens ook op mijn lijst­je toen ik jong was. Ik ben gewoon het lief­st van al bezig met kaarten. Mocht iemand mij zeggen: ‘Je mag je vanaf nu tot je pen­sioen bezig houden met kaarten en je wordt er nog voor betaald ook,’ dan zou ik meteen teke­nen. Hier en nu.”

“Ik ben erg goed in flauwe woord­grap­jes mak­en”

De meeste stu­den­ten ken­nen jou wel als een chille prof, die zichzelf niet te au sérieux neemt. Maar wat is vol­gens jou de plaats van gezag bin­nen het onder­wi­js?

“Dat vind ik een ongelooflijk belan­grijke vraag. Ik ben daar als ombudsper­soon zelf ook heel erg mee bezig. Wat wij, prof­fen, vaak niet besef­fen, is dat we oud­er zijn, meer ervar­ing hebben. We ver­geten vaak ook hoe het is om stu­dent te zijn. Wij hebben een erg hoge hiërar­chis­che posi­tie en dat vormt vaak een drem­pel naar de stu­dent toe, wan­neer ze ons iets willen vra­gen of toev­ertrouwen. Deze hogere posi­tie wordt vaak ook beves­tigd wan­neer we feed­back geven op hun papers, wat bij de stu­den­ten vaak bin­nenkomt als kri­tiek. Ondanks dat het meestal niet zo bedoeld is, komt het er soms min­der gen­u­anceerd uit. Je mag als les­gev­er nooit te ver gaan in het beo­orde­len van iemands werk. Feed­back hoort geen waardeo­ordeel te zijn over de per­soon zelf. Verder moet er in het audi­to­ri­um uit­er­aard orde zijn. Maar wan­neer stu­den­ten de les niet echt ver­storen, hoef je je daar ook niet druk om te mak­en. Ook hoe je reageert op zulke zak­en is van belang.”

Om af te sluiten, heb je een ver­bor­gen tal­ent?

“Ik ben erg goed in flauwe woord­mop­jes mak­en voor de leefti­jd­scat­e­gorie van 8 tot 11 jaar. Gelukkig hebben mijn kinderen nog de leefti­jd dat ze het hilar­isch vin­den. Verder ben ik ook erg goed in het aan één stuk bergop fiet­sen voor een uur lang. Oh, en trouwens: ik ben de king of the risot­to. Ik eet nooit risot­to op restau­rant, want dat kan nooit zo goed zijn als de mijne. #Prove­MeWrong.