Prawns and punishment


God is dood en de mensheid aast op zijn vacature. Er is niets dat we niet kunnen weten en geen probleem dat we niet te baas kunnen. Behalve ethiek, op dat domein zitten we nog altijd even vast. Of is dat zo? Simon Blackburn, professor filosofie in Cambridge, stelt onze ideeën over ethiek in vraag.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/12/2017 – 12:46 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

We zeggen het niet vaak genoeg, maar eigen­lijk mogen we trots zijn op onszelf. We mogen dan in een erg benarde sit­u­atie zit­ten als men­sheid, maar we hebben het ook nog nooit zo goed gehad. De meeste weten­schap­pen bli­jven maar expo­nen­tieel groeien, onze lev­ens­stan­daard was nog nooit zo hoog en zelfs soci­aal gezien doen we het veel beter dan pak­weg vijftig jaar gele­den. Maar diezelfde vooruit­gang hebben we niet gehad bin­nen het domein van de ethiek. Hoe komt dat? Deze vraag inter­esseert pro­fes­sor Simon Black­burn. Hij bespreekt de extreme opvat­tin­gen die van­daag de dag heersen in de ethiek en biedt een alter­natieve the­o­rie.

…en God beval het

Ja religie, ik weet het, oubol­lig niet? Dat is inder­daad wat je zou denken, wat moeten ver­lichte stu­den­ten nu aan­van­gen met een ethis­che the­o­rie gebaseerd op religie? En toch is de morele opvat­ting bij veel mensen nog steeds hevig beïn­vloed door dit bij­na mid­deleeuwse idee.

Een terugk­erend prob­leem bin­nen de moraal is vaak het gebrek aan een fun­da­ment. De meeste weten­schap­pen spreken over zak­en die we kun­nen waarne­men: appels groeien aan bomen en vallen daar­na ook van de takken: biolo­gie en fys­i­ca. Andere zak­en zoals wiskunde bestaan duidelijk niet, getallen zijn slechts een uitvin­d­ing. Maar moraliteit is een prob­leem, wij voe­len dat het moet bestaan, maar we kun­nen het ner­gens echt waarne­men.

Mensen hebben daarom vaak het gevoel dat zo’n fun­da­ment van de moraal buiten de moraal zelf moet liggen. Meer bepaald gin­gen onze vooroud­ers moraliteit toeschri­jven aan God(en) en ver­w­erken in hun religieuze over­tuigin­gen.

“Er zijn echter twee vor­men van religieuze ver­plichtin­gen,” zoals pro­fes­sor Black­burn ons zegt, “die bei­den betrekking hebben op de ver­schil­lende func­ties van religie. Religie heeft een posi­tieve en een min­der posi­tieve kant, het is erg belan­grijk die twee van elka­ar te kun­nen schei­den bij een analyse van reli­gies.”

“Som­mige regels zijn eerder sociale rit­ue­len, bedoeld om de gelovin­gen te schei­den van de ongelovi­gen”

“Langs de ene kant kan religie ver­schil­lende deug­den in de mens aan­wakkeren. Het chris­telijk geloof focust sterk op vergev­ing en liefde en Islam betekent zelfs let­ter­lijk dienen, een mooie eigen­schap. Ze sturen ons dus in de richt­ing van wel­bepaalde vor­men van wel­wil­lend­heid. Maar som­mige regels zijn er ook eerder als sociale rit­ue­len, die bedoeld zijn om de gelovi­gen te schei­den van de ongelovi­gen. Het lat­en groeien van je baard tot een bepaalde lengte heeft duidelijk geen ethis­che func­tie, maar dient eerder om andere gelovi­gen te kun­nen herken­nen. De Bij­bel heeft zow­el de tien gebo­den als een ver­bod op het eten van gar­nalen. Dat wordt zelfs twee keer ver­meld.”

“Die sociale rit­ue­len zijn niet intrin­siek slecht, net zomin die ethis­che regels intrin­siek goed zijn. Bei­den lei­den echter tot een opde­len in groepen: goed en slecht, gelovi­gen en ongelovi­gen. Het is echter belan­grijk ook als gelovige het ver­schil te voe­len tussen de twee vor­men van regels, we mogen geen sociale rit­ue­len een rol lat­en spe­len in onze ethis­che dis­cussies.”

Gott ist tot!

“Ik ben ervan over­tu­igd dat alle religeuze tek­sten aan het eind van de dag menselijke tek­sten zijn”

Pro­fes­sor Black­burn gaat er echter niet vanu­it dat er een God bestaat. “Ik ben ervan over­tu­igd dat alle religieuze tek­sten op het einde van de dag menselijke tek­sten zijn, dus geen open­barin­gen van een hogere heers­er in de hemel. Zelfs als een god­heid tot ons zou komen in de vorm van een tekst, dan zou die tekst nog alti­jd geschreven zijn in een menselijke taal en dus imper­fect zijn. Voor mij is religie zek­er geen antwo­ord voor het ethis­che vraagstuk, aangezien het bestaan van God zelf al een te groot vraagteken is, laat staan de ethis­che impli­caties van dat bestaan.”

Dit brengt ons bij de andere kant van het spec­trum, die eigen­lijk even­zeer beïn­vloed is door die religieuze opvat­tin­gen als die van de gelovi­gen zelf. De ethis­che rel­a­tivis­ten en post­mod­ernisten geloven dat er niet zoi­ets is als morele regels, enkel menin­gen. Dit is een erg pop­u­lair idee in onze heden­daagse maatschap­pij.

“Het is een feit dat ver­schil­lende mensen ver­schil­lende morele opvat­tin­gen hebben, de chris­ten vin­dt bijvoor­beeld dat dieren niet zon­der ver­dov­ing ges­lacht mogen wor­den, ter­wi­jl de moslim ervan over­tu­igd is dat het zon­der ver­dov­ing moet ges­lacht wor­den. De morele rel­a­tivist maakt hier echter uit op dat omdat er meerdere opvat­tin­gen bestaan, dat er geen waarheid bestaat. Iedereen heeft zijn eigen waarheid en dé waarheid bestaat niet meer. Dat is echter een vreemde con­clusie, het is niet omdat één per­soon gelooft dat de Aarde rond is en de andere dat de Aarde plat is dat er geen waarheid meer bestaat.”

“Iedereen heeft zijn eigen waarheid en dé waarheid bestaat niet meer. Dat is een vreemde opvat­ting”

“Maar behalve dit logistieke prob­leem stemt het ook niet overeen met de realiteit. Als zow­el de moslim als de chris­ten gelijk hebben, hoe kun­nen we dan wet­ten opstellen omtrent het doden van dieren? Want dit gaat wel over een serieuze zaak, namelijk de dood van een dier. Wat post­mod­ernisme doet is het ontken­nen van de dis­cussie. Dit kan uit­er­aard niet klop­pen, want op het einde van de dag hebben de moslim en de chris­ten nog steeds een con­flict dat opgelost hoort te wor­den.” Post­mod­ernisme is dus ook geen goed antwo­ord.

De mens is de maat van alles

Black­burn denkt echter dat we moeten stop­pen dat fun­da­ment van de moraliteit buiten zichzelf te gaan zoeken, want een God gaan we duidelijk niet snel vin­den. Voor zijn grote the­o­rie moeten er geen almachtige Goden bestaan of moeten we niet de moraal, die duidelijk op de een of andere manier bestaat, in vraag stellen. De enige naar wie hij ver­wi­jst is een erg ster­fe­lijke Schotse filosoof: David Hume.

“Hume was één van de eerste filosofen die geloofde in een human nature, een over­lap­pende hoeveel­heid ken­merken die van een mens een mens maakt. Onze morele waar­den en nor­men zijn vol­gens Hume ook deel van die human nature. Van­daar dat de meeste mensen lijken te geloven in dezelfde ide­alen: vri­jheid, gelijkheid, genot, recht­vaardigheid.”

“Die morele opvat­tin­gen wor­den echter sterk beïn­vloed door de con­text waarin mensen lev­en. Niet alleen religie, maar ook his­torische en cul­turele fac­toren bepalen sterk hoe mensen han­de­len in die bepaalde con­text. Denk maar bijvoor­beeld aan de Grieken die in een con­stante staat van oor­log leef­den, uit­er­aard gaan die meer nadruk leggen op moed.”

“En los daar­van is een ander prob­leem ook dat niet iedereen dezelfde feit­en heeft. In onze samen­lev­ing zien wij een fun­da­menteel teveel aan ver­schil­lende en vaak con­tra­dic­tieve infor­matie. We kun­nen ons dan de vraag stellen of mensen niet dezelfde opvat­tin­gen zouden hebben mocht­en ze ook dezelfde feit­en hebben.”

Dit schetst uit­er­aard een heel ander beeld van ethiek. Als de moslim en de chris­ten dus de vol­gende keer een dis­cussie hebben over het slacht­en van dieren zouden ze zich beter eerst de vraag stellen waarom zij die opvat­tin­gen hebben en of zij wel in dezelfde feit­en delen. Miss­chien dat er dan toch ethis­che vooruit­gang mogelijk is.