Plantjes kweken 101


Beste plantenmoordenaar of potbodemleek, wilt u deze lente eindelijk eens wat wildernis op kot? Bent u het beu uw groene vriendjes te zien sterven? Treur niet langer, want hier is een simpele handleiding voor uw planten op kot.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/04/2018 – 8:19 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De lente staat voor de deur: de zon schi­jnt wat hard­er, de dagen wor­den wat langer en de stu­den­ten lopen rond met een bli­je bakkes. Een mens zou er als het ware een natu­urliefheb­ber van wor­den. Miss­chien is het dan ook geen slecht idee om de natu­ur wat dichter bij ons te bren­gen. Huis­dieren zijn echter geen optie voor de gemid­delde kot­stu­dent, en voor een tuin hebben de meesten wellicht geen geld. Gelukkig is er nog een andere mogelijkheid: planten op kot!

Maar hoe begin je eraan? Of beter gezegd: hoe zorg je ervoor dat die plant die je van je oud­ers kreeg niet dood is na twee weken? Aangezien ik zelf nog wat groen ben achter de oren, trok ik naar de kotgenoten Mon en Ele­na, twee zel­fuit­ge­spro­ken ‘plantofie­len’.

Waarom je ze houdt

Aangezien ik ervan uit­ga dat enkele scep­ti­ci het goede weer niet als een geldig argu­ment beschouwen om een eigen bos aan te leggen, begin ik met de vraag waarom stu­den­ten zich über­haupt bezighouden met het ver­zor­gen van planten. “Het is gewoon tof,” antwo­ordt Mon zon­der erover te moeten nadenken. “Als je even niet op je kot geweest bent en je daar­na terugkomt, zie je dat ze gegroeid zijn. Of als een plant begint te bloeien, da’s een heel leuk gevoel.” Ele­na vult lachend aan, “Ja, de eerste bloe­sem, dat is een beet­je als wan­neer uw kind voor de eerste keer ‘mama’ zegt.”

“Dat groen maakt alles meteen veel gezel­liger.”

“Ik merk het ook meteen als iemand geen planten heeft op kot”, gaat Ele­na verder. En dat kan ik enkel bea­men: de vele planten die zich in het kot van de natu­urliefheb­bers hebben opgestapeld zor­gen voor een erg huiselijke sfeer. “Het is ook gewoon esthetisch, hè,” ver­duidelijkt Mon, “dat groen maakt alles meteen veel gezel­liger.” Voor zij die min­der kun­stzin­nig van aard zijn, zijn andere toepassin­gen mogelijk. “Een van onze kotgenoten, Wouter, heeft een hele col­lec­tie vleese­tende planten staan. Die geven een soort zoetige stof af die vlieg­jes aantrekken, waar­na ze dichtk­lap­pen of de vliegen vastzit­ten in de stof – de pre­cieze werk­ing hangt een beet­je af van soort tot soort. Er staat er nog maar even een­t­je in de keuken en je merkt wel dat we daar nu min­der last hebben van vliegen. Zek­er in de zomer is Wouter daar erg tevre­den over.”

“De eerste bloe­sem dat is een beet­je als wan­neer uw kind voor de eerste keer ‘mama’ zegt.” ‑Ele­na

Waar je ze vindt

Nu iedereen over­tu­igd is planten te verza­me­len, is de vraag natu­urlijk waar we ze kun­nen vin­den. “Ik ben niet echt een fan van Ikea-planten”, vertelt Mon me meteen. “Ook koop je beter geen kruiden­plan­t­jes in de winkel, die lijken wel voorge­pro­gram­meerd om snel te ster­ven. Voor kruiden heb je veel meer aan zaad­jes.” Ele­na beves­tigt deze raad. “In veel winkels wor­den die planten niet gek­weekt in de pot­ten waarin je hen koopt. Ze wor­den daar net voor de verkoop mas­saal in gesto­ken. Vaak hun wor­tels wat lomp afgesne­den zodat ze er alle­maal in zouden passen. Ze hebben daar vaak ook geen ramen, dus het zijn niet zo’n goeie leefom­standighe­den.”

Waar haal je je planten dan wel? Mon heeft een antwo­ord klaar: “De meeste van mijn planten komen voort uit stekskes van andere planten. Een stekske is een stuk­je van een andere plant dat je moet proberen wor­tel te lat­en schi­eten om dan zelf te kun­nen planten. Dat werkt wel niet alti­jd en het hangt een beet­je af van plant tot plant, maar vaak als je een blaad­je in het water legt komen daar weer wor­tels aan en heb je een nieuwe plant.”

Planten zijn dus in feite een soort Poké­mon-kaarten.

Ele­na benadrukt ook de sociale dimen­sie, “Er zijn heel leuke mark­ten in Brus­sel waar je goeie planten kunt gaan kopen. Soms ga ik daar met wat vrien­den naar­toe en dan proberen we er zo veel mogelijk mee te bren­gen. En wat ook leuk is aan die stekskes is dat je die kunt ruilen. Als jij een plant hebt die ik ook wel graag zou willen, kun­nen wij onder­ling twee stekskes uitwisse­len. Op die manier ver­sprei­dt een plant zich bin­nen een vrien­den­groep.” Planten zijn dus in feite een soort Poké­mon-kaarten, maar dan zon­der dieren­mis­han­del­ing. “Tegen­wo­ordig heb je zelfs Face­book­groepen waar je planten kunt uitwisse­len,” vult Mon aan, “en in NEST is er denk ik ook een plaats waar je met je stekskes terecht kan.” 

Hoe je ze verzorgt

Alle­maal leuk en wel, maar hoe zor­gen we er nu voor dat onze plan­t­jes niet meer doo­dgaan? Allereerst is het miss­chien goed om te weten met welke planten je het best kan begin­nen. “Vet­planten zijn een erg goed idee als je nog niet zo veel ervar­ing hebt,” legt Mon uit, “zek­er een cac­tus is erg sim­pel, daar moet je in de prak­tijk echt niks aan doen. Momenteel zijn ook pan­nenkoek­planten erg pop­u­lair. Die zien er erg leuk uit en zijn erg makke­lijk te ver­zor­gen. Maar eigen­lijk zijn bij­na alle planten haal­baar, als je ze maar goed ver­zorgt.”

“Ik heb hier nu nog planten die nog bij mijn moed­er op kot ston­den.”

Je hebt wel wat ken­nis nodig van je eigen kot, zoals Ele­na benadrukt: “Natu­urlijk licht is echt een must als je wil dat je planten een beet­je gezond zijn. Als je geen raam hebt, zal het erg moeil­ijk wor­den. En als je wel een raam hebt is het een beet­je zoeken hoe je ze het best posi­tion­eert.” De ver­zorg­ing zelf is voor Mon een beet­je tri­al and error, “Iedere plant is anders, dus ik kan je niet zeggen hoeveel water je moet geven aan je plant. In de prak­tijk is het alti­jd een beet­je proberen als je een nieuwe plant hebt. Wat ik eerst doe, is wat info opzoeken over de plant. Zo kun je bijvoor­beeld weten dat een vleese­tende plant veel zon­licht en water nodig heeft omdat die afkom­stig is uit het regen­woud.”

Ook hoef je vol­gens Mon niet te panikeren als het er slecht aan toe gaat met je plant. “Er zijn in feite maar vier din­gen die kun­nen mis­gaan bij als je een plant ver­zorgt: te veel of te weinig licht en te veel of te weinig water. Als het even mis­gaat, is het zoeken. Zet hem wat verder van het raam, geef hem wat meer of min­der water. Meestal zal je wel zien waar de plant posi­tief op reageert. De fout die veel mensen mak­en, is eigen­lijk niet dat ze te weinig, maar te veel water geven. Als je een plant goed ver­zorgt, kan die lang mee­gaan. Ik heb hier nu nog planten die nog bij mijn moed­er op kot ston­den.” Ele­na voegt daar wel nog een prak­tis­che raad aan toe: “Je moet niet te veel planten op kot zetten. En hou er ook reken­ing mee als je in de week­ends naar huis gaat of soms maan­den niet op kot zit.”