PJ Harvey in Vorst Nationaal


Plaat na plaat herrijst PJ Harvey – vertederend Polly genoemd door haar onderdanen – als een feniks uit haar as. Dat deze feniks telkens opnieuw een andere kleur van veren heeft, is haar trademark.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/10/2016 – 19:40 door Chloë Van Gelder

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De voor­bi­je decen­nia onderg­ing PJ Har­vey de ene meta­mor­fose na de andere. De retro­coole indie chick met Dr. Martens, de ijzige schrik­godin, de Mor­ti­cia Addams van de ‘Down by the Water’-periode … Mijn com­pagnon liet zich dan weer nos­tal­gisch uit over Harvey’s Torhout-Wer­chter pas­sage, waar ze in een knal­roze cat­suit ronk­te en het man­volk ijlend achter zich liet.

Femme fatale af

Anno 2016 is PJ Har­vey de riot grrrl en femme fatale af, maar wild rond zich heen schop­pen doet ze nog steeds. Dit keer tegen de sch­enen van de dames en heren politi­ci. Voor haar nieuw­ste album, ‘The Hope Six Demo­li­tion Project’, trok Pol­ly Jean een leren frak aan, nam een schri­jf­ma­chine onder de arm en ging op onder­zoek uit in de con­flict­ge­bieden van de 21ste eeuw: Afghanistan en Koso­vo. Daar­naast bezocht ze de poli­tieke moed­erkoek van de V.S., Wash­ing­ton D.C. De plaat sluit aan op haar vorige, ‘Let Eng­land Shake’, die de besognes en gruwelijkhe­den van de Eerste Werel­door­log optek­ende. Waar er geplonsd en gelachen werd in de fontein der dood, waar afgeruk­te lede­mat­en de bomen bek­leed­den en gede­formeerde wee­skinderen garant ston­den voor een roem­rijk Enge­land. Een fraai beeld is het niet en ook op ‘The Hope Six Demo­li­tion Project’ laat Har­vey de donkere reto­riek niet achter­wege. Afghaanse tieners dwalen doel­loos rond in de puin­hoop, overleden Koso­vaarse kinderen ver­vagen uit het menselijke bewustz­i­jn. De sin­gle ‘The Com­mu­ni­ty of Hope’ zorgt voor de luchtigheid, waarin Har­vey zich verzucht over de gen­tri­fi­catie van ghet­tow­ijk Ward 7 in Wash­ing­ton. “They’re gonna put a Wal­mart here.” De gitzwarte lyrics wor­den omhuld door een voort­stuwende com­bo van blues en gospel, alsof Howl­in’ Wolf en Cap­tain Beef­heart achterin het bataljon marcheer­den.

“Het was ver­domme enter­tainend”

Homo Ludens

PJ liet voor het eerst in 20 jaar haar gitaar achter­wege en had haar han­den vrij om haar beste ‘homo ludens’ naar boven te halen en haar per­for­mance naar nieuwe hoogten te tillen. We moeten ook een shout-out aan haar band geven, waaron­der Mick Har­vey, een ban­dlid die ze van ex-lief­je Nick Cave gepikt heeft en John Parish, de man die al 25 jaar hond­strouw aan haar link­erz­i­jde staat. Zelden zo’n classy swag­ger gezien. Haar crit­i­cas­t­ers hebben geen ongelijk. De laat­ste tijd moet de muziek als­maar wijken voor de bood­schap op geit­en­wollen sokken. Nooit kwam deze bood­schap echter ono­precht of bel­erend over, alle mega­lo­mane en cheesy Bono’s van deze wereld ten spi­jt. En het was ver­domme enter­tainend. Dank u wel, Pol­ly.