Pixels in focus


De server is de architect van je computer, maar het zijn pixels die al het harde werk doen. Als een geroutineerde coöperatieve zorgen ze ervoor dat jij niet zit te kijken naar een zwarte doos. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/02/2024 – 14:07 door Han­nah Boen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De kinderfoto’s waarop je met je bli­je bakkes bokes met choco aan het bin­nens­mikke­len bent die doel­loos rondzw­er­ven op de Face­book­pag­i­na van je moed­er, blijken de grote migratie van Gen Z naar pop­u­laird­ere sociale­me­diao­or­den te beteke­nen. Hoe hard je die kinderkiek­jes dus beni­jdt, deze afbeeldin­gen zullen niet snel van het inter­net verd­wi­j­nen. De schuldige: Rus­sell A. Kirsch. De Amerikaanse inge­nieur en kers­verse papa was zo trots op z’n pas­ge­boren zoon­t­je dat hij diens aangezicht met de hele wereld wilde delen. Hij ontwikkelde in 1957 de eerste dig­i­tale afbeeld­ingscan­ner. Een van de eerste ges­can­de foto’s is bijgevolg een (gênante) kinder­fo­to van Kirsch’ zoon.

Knappe kop Kirsh en zijn uitvinding

Elke pix­el uit die afbeeld­ing bevat­te slechts twee kleuren: zwart en wit. Knappe kop Kirsch en zijn team onder­von­den dat ze door meerdere scans te com­bineren, toch een gri­jze tussentint kon­den weergeven. Door deze rev­o­lu­tion­aire ont­dekking, gin­gen de foto’s van Kirsch’ zoon effec­tief de wereld rond (daar had die zelfs geen inter­net voor nodig). In 2003 werd de foto erk­end door Life mag­a­zine als een van de 100 foto’s die de wereld veran­der­den. Maar Kirsch’ onder­zoek reikt verder dan de fotografie. Zijn tech­nolo­gie was cru­ci­aal voor de Amerikaanse maan­landin­gen en de ontwik­kel­ing van de CAT-scan.

Een van de eerste ges­can­de foto’s, is bijgevolg een (gênante) kinder­fo­to van Kirsch’ zoon

Om een lang ver­haal kort te mak­en, de reden waarom de foto van je met choco­lade­pas­ta besmeurde snu­it­je dig­i­taal zicht­baar is, heeft te mak­en met pix­els. Alle dig­i­tale weer­gaven bestaan immers uit pix­els, wat een afko­rt­ing is voor ‘pic­ture ele­ment’. De term duidt op de kle­in­ste bouw­ste­nen van een dig­i­taal beeld. De pun­t­jes troepen mas­saal samen en vor­men een hele grote moza­ïek, die dan de afbeeld­ing op je scherm vormt. De res­o­lu­tie, wat slaat op de hoeveel­heid pix­els die aan­wezig is op het scherm, bepaalt de helder­heid en scherpte van wat je ziet. Dus hoe meer pix­els er aan­wezig zijn, hoe gede­tailleerder je beeld. Pix­els hebben geen vaste grootte, de res­o­lu­tie wordt daarom geme­ten in pix­els per inch (ppi), waar­bij een inch ongeveer gelijk is aan 2,54 cen­time­ter.

Pixels als baboesjka’s van de digitale wereld

Maar pix­els zijn niet het kle­in­ste onderdeel in een dig­i­taal beeld. Baboesj­ka-gewi­js bestaat één pix­el uit ver­schil­lende sub­pix­els, ook wel bits genoemd. Die bits bepalen de mogelijke kleuren die weergegeven kun­nen wor­den. De effec­tieve kleur van de pix­el wordt dan weer bepaald door de kleur­coder­ing die eigen is aan de bits. In de meeste gevallen is het Rood-Groen-Blauw (RGB) sys­teem van toepass­ing, daar­bij wordt elke kleur weergegeven door ver­schil­lende inten­siteit­en van rood, groen en blauw licht. De hoeveel­heid bits en het aan­tal mogelijke kleuren neemt expo­nen­tieel met elka­ar toe, een pix­el die bestaat uit acht bits, kan 256 kleuren weergeven, ter­wi­jl een pix­el die bestaat uit 24 bits, maar lief­st 16,7 miljoen kleuren op je scherm kan tov­eren. 

De minus­cule pun­t­jes ver­bor­gen op je beeld­scherm doen dus echt het harde labeur. Of je nu je foto’s deelt op sociale media, geni­et van een film op een groot scherm of door webpagina’s bladert op je lap­top, pix­els zijn over­al. In dit tijd­perk van beeld­schermtech­nolo­gie vor­men ze immers de sleu­tel tot onze alledaagse visuele ervar­ing.