Paniek in de Chocoladefabriek


Niet elke wetenschapper houdt zich bezig met proefbuizen, deeltjesversnellers of lasers. Dr. Schamperstein kiest voor een theoretische aanpak en baant zich een weg door formules, berekeningen en kennis om zijn licht te schijnen over een prangende maar absurde vraag.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 3/11/2019 – 19:40 door Pieter Beirens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Char­lie and the Choco­late Fac­to­ry’ lijkt op het eerste gezicht een hartver­war­mende kinder­film, maar schi­jn bedriegt. Bij nad­er inzien blijkt de magis­che fab­riek eerder op een helse, ongereg­uleerde nacht­mer­rie. Een aan­dachtige blik op de vei­ligheid en arbei­dsvoorschriften bin­nen het bedri­jf schetst een donker beeld van de choco­ladetove­naar.

Een Gouden Kans

Door een gouden tick­et in een choco­ladereep mag Char­lie (of Sjakie, zoals onze noorder­bu­ren hem genoemd hebben) de choco­lade­fab­riek van de mys­terieuze Willy Won­ka bezoeken met zijn opa, die trouwens tot voor kort par­a­siteerde op de sociale zek­er­heid mid­dels het fak­en van bedlegerigheid. Vanaf ze daar aankomen, blijkt dat de fab­riek bemand wordt door slaven en bij elk nieuw deel van het gebouw wordt een kind op mys­terieuze wijze opge­blazen of ontvo­erd door kwade eekhoorns. Telkens als een van deze bij­na-fatale ongelukken plaatsvin­dt, begin­nen de Oem­pa Loem­pa’s, die Won­ka uit de jun­gle haalde met de belofte ze cacaobo­nen te geven in ruil voor harde, fysieke arbeid, spon­taan een lied­je te zin­gen om de kinderen de een of andere lev­ensles bij te bren­gen. Zijn er dan echt geen vei­lighei­d­sregels in deze waanzin­nige fab­riek?

Rules aren’t meant to be broken

Gelukkig zijn er instanties zoals de Europese Unie (EU), die ons met hun regels behoe­den voor zulke gevaar­lijke sit­u­aties. De choco­lade­fab­riek bevin­dt zich hoogst­waarschi­jn­lijk in het Verenigd Koninkrijk. De schri­jver van het orig­inele ver­haal, Roald Dahl, was immers een Brit. Het Verenigd Koninkrijk ligt, althans tot die dek­selse brex­it zich voltrekt, in de EU. Dit betekent dat Willy Won­ka eigen­lijk de Europese regels zou moeten vol­gen, maar niets blijkt min­der waar. Het feit dat doorheen de film bijvoor­beeld geen enkel vei­lighei­ds­bord te zien is, zelfs niet naast de choco­laderiv­i­er waar Duitse kinderen zomaar in kun­nen vallen, is ron­duit gevaar­lijk. Merk ook het gebrek aan nooduit­gan­gen op. Bepaalde delen van de fab­riek lijken boven­di­en enkel toe­ganke­lijk via een reusachtige viking­boot. Waar moeten de werkne­mers naar­toe als er bijvoor­beeld een brand uit­breekt? Het is geen geheim dat Won­ka weinig inter­esse toont in de vei­ligheid van de kinderen die zijn fab­riek bezoeken, maar zelfs zijn eigen werk­lustige helpers wor­den dus volledig aan hun lot overge­lat­en.

Dit is niet het enige moment waarop we zien dat Won­ka zijn werknemers/slaven moed­willig in gevaar brengt. Op een bepaald moment gebruikt hij hen zelfs open­lijk als proe­fkoni­jn. De kauw­gom die mensen in gigan­tis­che blauwe bessen doet veran­deren, blijkt al op meerdere werkne­mers getest. Naast het feit dat er alweer geen waarschuwin­gen te vin­den zijn, doet Willy Won­ka – behalve dan een passieve opmerk­ing – niets om de kauw­grage Vio­let te stop­pen. We kun­nen alleen maar aan­nemen dat hij het beu was om op zijn eigen werkne­mers te testen. 

Uit al het voor­gaande kun­nen we enkel besluiten dat Willy Won­ka een gevaar­lijke, egoïstis­che mani­ak is die zijn werkne­mers betaalt in bonen en de EU-regels volledig aan zijn gelak­te schoen lapt. We zien nooit uit­drukke­lijk waar de winst van de fab­riek naar­toe gaat, maar de Leave-cam­pagne voor de brex­it zou geen slechte gok zijn.