Over schilderen / overschilderen


41 jaar en een resem abstracte schilderijen later stelt Gerhard Richter zijn oeuvre voor een tweede keer in België tentoon. Binnen het veelzijdige, maar coherente geheel van zijn kunst mocht het S.M.A.K. zijn acht recentste werken onthullen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/11/2017 – 8:58 door Joline Ver­meu­len­Tom Antonis­sen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Die onthulling groei­de uit tot een suc­cesver­haal. In vergelijk­ing met de opkomst voor andere ten­toon­stellin­gen in het muse­um, is die voor Richter opval­lend tal­rijk: bezoek­er­sci­jfers lopen op tot 2125 mensen op een zondag, een opmerke­lijk aan­tal waar­van jon­geren en stu­den­ten een al even opval­lend deel uit­mak­en. Waarom is hij zo pop­u­lair?

Innovatieve Ossi

De inmid­dels 85-jarige Richter werd geboren in Dres­den, een stad in het toen­ma­lige Oost-Duit­s­land. Na zijn stud­ies ver­huis­de hij naar het west­elijke lands­deel, waar zijn twi­jfel over de effec­tiviteit van iconis­che beelden ontstond en zijn zoek­tocht naar een nieuwe Europese schilderkun­st begon. Con­creet jaagde hij het doel na om een inno­vatieve kun­stvorm te ver­sprei­den die een antwo­ord zou bieden op de Amerikaanse pop art en het hoogtepunt van de informele kun­st in de jaren ’50. En die vorm heeft hij gecreëerd door in zijn werken steeds het span­ningsveld tussen fig­u­ratieve en abstracte kun­st op te zoeken. Zo stelt Richter al sinds het begin van zijn car­rière zijn dis­ci­pline in vraag, wat verk­laart waarom hij weleens de naoor­logse hernieuw­er van de schilderkun­st wordt genoemd. 

Van vertroebelde grijstinten

De keuze voor de titel ‘Over Schilderen’ is dan ook niet arbi­trair. Door het voort­durende spel tussen abstrac­tie en fig­u­ratie, vormt de eerste zaal al meteen een reflec­tie op de schilderkun­st. De afbeeldin­gen van banale voor­w­er­pen uit onze dagelijkse leefomgev­ing, die terug­gaan op zijn begin­pe­ri­ode als kun­ste­naar, zijn fotografisch maar onscherp, en wor­den zo van de werke­lijkheid los­ge­maakt. Gordi­j­nen, ramen en stoe­len zijn waziger dan ze op het eerste gezicht lijken. Richter onder­mi­jnt de scherpte die eigen is aan fotografie en zet zo de onzek­er­heid van de con­crete werke­lijkheid in de verf.

In dezelfde ruimte slaagt hij erin om de toeschouw­er heen en weer te lat­en lopen tussen gelijkaardi­ge schilder­i­jen. De gri­jskleurige werken ‘Door­gang’ en ‘Twee gri­jstin­ten naast elka­ar’ zien er bijvoor­beeld bij­na het­zelfde uit, maar beelden respec­tievelijk de slui­tende deuren van een lift en twee lang­w­er­pige ver­ti­cale rechthoeken af. Richter heeft voor bei­de werken gri­js gebruikt, een kleur die hij steev­ast asso­cieert met de afwezigheid van beteke­nis en van de pre­cieze waarheid. Door­dat ze naast elka­ar ophangen, wordt de bezoek­er ged­won­gen om na te denken over de manier waarop hij of zij de werke­lijkheid waarneemt en indeelt.

Te mid­den van de schilder­i­jen is een glaswerk gek­lemd tussen de vlo­er en het pla­fond. ‘4 Ruiten’ is de eerste glass­culp­tu­ur die Richter ooit gemaakt heeft en veran­dert naarge­lang het stand­punt van de bezoek­er voort­durend het beeld van zichzelf en de andere werken in de zaal. Naast de per­spec­tiefver­schuiv­ing staat het werk ook garant voor zelf­con­frontatie. Richter beschouwt het glas immers als een soort koud ‘niets’, een leegte waarin enkel ons spiegel­beeld ver­schi­jnt wan­neer we een afbeeld­ing had­den verwacht. En óf dat soms con­fron­terend kan zijn.

Tot geboetseerde kleuren

Ook in de tweede zaal staat een glazen con­struc­tie cen­traal: ‘7 Ruiten (Kaarten­huis)’, een sculp­tu­ur die als het ware elk moment in elka­ar kan vallen. Even­wel roept de ruimte een volledig ander gevoel op. Gri­jze tin­ten en wazen moeten ruimen voor de acht kleur­rijke en nooit eerder ver­toonde abstracte schilder­i­jen die bij het bin­nen­wan­de­len op de bezoek­er wor­den afge­vu­urd. Op het eerste gezicht doet de col­lec­tie denken aan het abstract expres­sion­isme van Jack­son Pol­lock, van nader­bij blijkt ze echter uniek door het reliëf dat de werken ver­to­nen. Richter heeft ze als het ware geboet­seerd: door laag over laag te schilderen en ver­vol­gens met verf­bors­tels en messen over de kleuren te schrapen en te gli­j­den, heeft hij de onder­la­gen bloot­gelegd.

De acht abstracte schilder­i­jen staan in sterk con­trast met zijn ‘Strip Paint­ings’ op de vol­gende muur, een samen­stelling van dig­i­taal her­berek­ende en geprinte frag­menten van een vroeger schilder­ij. In tegen­stelling tot de met de hand gemaak­te abstracte werken, stelt het niet meer voor dan een har­monieus ogende, dig­i­tale index waarmee de kun­ste­naar een blik werpt op de virtuele maatschap­pij die de actuele kun­stvor­men steeds meer dom­i­neert.

Kor­tom, Richters ‘Over Schilderen’ biedt de toeschouw­er een con­tin­ue zoek­tocht naar de dialo­gen die de werken met elka­ar lijken aan te gaan. Door die inter­ac­tie vormt zijn erg veelz­i­jdi­ge oeu­vre toch een coher­ent geheel waar de toeschouw­er langer dan gemid­deld oog voor heeft.