$ op doek


Ik nam mijn oma mee naar het Groeninge­mu­se­um opdat ze zou begri­jpen waarom ze zich door hordes toeris­ten een weg moet banen naar haar weke­lijkse gebraden kip­pet­je van de markt. Voor Van Eycks ‘Madon­na met kanun­nik Joris Van der Paele’, het pièce de résis­tance van het muse­um, riep ze: “Mô zuk ne lèlike joengers!” (Vrij ver­taald: “Maar…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/09/2017 – 22:21 door Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ik nam mijn oma mee naar het Groeninge­mu­se­um opdat ze zou begri­jpen waarom ze zich door hordes toeris­ten een weg moet banen naar haar weke­lijkse gebraden kip­pet­je van de markt. Voor Van Eycks ‘Madon­na met kanun­nik Joris Van der Paele’, het pièce de résis­tance van het muse­um, riep ze: “Mô zuk ne lèlike joengers!” (Vrij ver­taald: “Maar wat een lelijk kind!”) Het leverde haar een woe­dende blik op van de sup­poost en mijn instem­mende gemom­pel dat Maria inder­daad eerder bezocht leek door een koboldachtig wezen dan dat er sprake zou geweest zijn van een onbevlek­te ont­van­ge­nis. (Wat mij eve­neens kwade blikken opleverde, dit keer zow­el van de sup­poost als van mijn oma.) Lat­er vol­gden nog opmerkin­gen als “wien­der moest’n ook azo sjchriev’n” (bij Broodthaers) en “min grotvoad­er at ook zukke poll’n van ‘anden” (bij Per­me­ke). Het was het meest ver­fris­sende muse­um­be­zoek ooit, los van elk dog­ma over wat we horen te beschouwen als ‘goede kun­st’.

Maar wat is goede kun­st? Wat is de waarde van kun­st? Geen mens lijkt het nog te weten. De strenge regels van de Académie Française zijn al enkele eeuwen achter­haald en de tijd waarin filosofen als Kant, Schopen­hauer en Niet­zsche de waarheid in pacht leken te hebben ligt ook al even achter ons. Als we de reg­uliere media mogen geloven, dan is de kwaliteit van een kunst­werk vooral recht evenredig aan de kost­pri­js ervan. De weinige keren dat bericht­en over kun­st ontsnap­pen aan de gespe­cialiseerde pagina’s, gaat het vooral over recordbedrag x dat Chi­nees y heeft neer­geteld voor schilder­ij z of over de hal­lu­ci­nante waarde die geschat wordt voor een opgezet zeed­i­er. In de hele dis­cussie rond het al dan niet ver­bran­den van Tuy­mans’ ‘The Swamp’ wer­den de geldelijke argu­menten breed uit­ges­meerd, ter­wi­jl de andere ver­loren raak­ten tussen de vele dol­larteken­t­jes.

Kun­st lijkt van­daag wel een speelt­je te zijn van mil­jar­dairs die de Poké­monkaarten ont­groeid zijn en zich in de plaats daar­van bezighouden met het ver­han­de­len van peper­dure mobiles en schilder­i­jen. De spec­u­laties op de kun­st­markt, gretig in de hand gew­erkt door veil­inghuizen als Sotheby’s en Christie’s, dri­jven de verzek­er­ing­spremies tot exu­ber­ante hoogtes, waar­door het bij­zon­der moeil­ijk wordt voor (kleinere) musea om inter­es­sante ten­toon­stellin­gen samen te stellen. De doorsnee toerist heeft geen flauw idee waarom hij of zij nog een muse­um bin­nen­stapt, ten­z­ij het is voor de spec­tac­u­laire archi­tec­tu­ur die het goed doet op Insta­gram, of om even uit te blazen na de over­do­sis cafeïne waar koffiebar zeven schuldig aan is. 

Kun­st lijkt van­daag vooral een speelt­je van mil­jar­dairs

Ik wil geen holle frasen genre ‘kun­st is voor iedereen’ verkondi­gen, want er zullen alti­jd mensen zijn die geen bal geven om likken verf op doek, net zoals de zoveel­ste match van de Rode Duiv­els som­mi­gen Siberisch koud laat. Elk zijn meug. Maar als enkel de economis­che waarde van kun­st nog de voorpagina’s haalt, dan is er wel degelijk een prob­leem. De waarde van kun­st is meer dan alleen een reeks cijfer­t­jes. Het is ambacht, het is poli­tiek, het is cre­atie, en het is bove­nal emotie.

De waarde van kun­st is meer dan alleen een reeks cijfer­t­jes