On the Origin of


Eeuwenlang waren Gent en de textielnijverheid sterk met elkaar verwoven. Een welbepaalde Gentenaar veroorzaakte een revolutie op dit vlak: Lieven Bauwens. Hij bracht het industrieel type weefgetouw naar Gent, maar dat verliep niet geheel koosjer.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 28/09/2017 – 15:52 door Aari­cia Lam­brigts

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Bauwens werd op 14 juni 1769 geboren in de Waais­traat te Gent, vlak­bij de Vri­jdags­markt en het Edward Anseele­plein. Zijn vad­er die leer­looier was, stu­urde hem naar Enge­land om daar de nieuw­ste tech­nieken van het vak aan­geleerd te kri­j­gen. Machines waren echter alti­jd al zijn groot­ste passie, en tij­dens zijn leer­jon­gen­schap leerde hij de nieuw­ste soorten ken­nen. Door deze ken­nis uit Enge­land mee te nemen, kon hij suc­cesvol de zaak van zijn vad­er voorzetten en zelfs de con­cur­ren­tie met Groot-Brit­tan­nië aan­gaan.

Tij­dens de Franse bezetting in 1794 mocht het bedri­jf van Bauwens het leg­er van tex­tiel voorzien. Toen ook werd het met een katoen­wev­er­ij uit­ge­breid, hoewel de Engelsen op dit gebied al een stuk verder ston­den. Zij had­den immers een nieuwe machi­nale spin ont­wor­pen waarmee het spin­nen veel sneller en met min­der han­denar­beid kon ver­lopen.

Al gauw besloot Bauwens dat deze tech­nol­o­gis­che ken­nis geïm­por­teerd moest wor­den. De Engelsen wilden echter niet zomaar hun voor­sprong opgeven, dus moest hij slinks te werk gaan. Zo smokkelde hij gedurende 32 reizen naar Groot-Brit­tan­nië onderde­len van zow­el de nieuwe spin als van andere katoen­ma­chines naar het vaste­land. 

Ondanks het feit dat hij tij­dens een van zijn laat­ste reizen verk­likt werd, had hij vol­doende onderde­len gesmokkeld om zelf aan de slag te gaan en het weefge­touw te analy­seren. De hulp van Enge­land had hij niet meer nodig. In 1800 begon hij deze machines dan ook in Gent op te bouwen. Met het ontstaan van een kan­toen­spin­ner­ij duurde het niet lang tot de stad een grote rol speelde in de katoen­han­del. Om die reden werd Bauwens in 1800 tot burge­meester van Gent benoemd, maar die func­tie hield hij maar een jaar vol.

Toen de Franse uit­brei­d­ing tot een einde kwam, ver­loor ook Bauwens zijn macht. Na zijn fail­lisse­ment probeerde hij zich nog op vlas toe te leggen, maar hij slaagde er niet in goede han­delscon­tacten te leggen. Hij stierf in Par­i­js toen hij 52 jaar was, en kreeg een rust­plaats op het kerk­hof Père Lachaise. Deze plaats was echter niet eeuwig; een per­ma­nente plek kon de fam­i­lie Bauwens zich niet veroorloven.

Vereeuwigd is hij wel in zijn stand­beeld dat je van­daag kan bewon­deren op het Lieven Bauwen­splein, op de kruis­ing van de Vlaan­deren­straat en de Reep.