Ode aan… Sint-Pietersplein


Voor sommigen is het 'the stairway to Overpoort', voor anderen een saai, fauna- en floraloos plein. Voor mij is het Sint-Pietersplein een plek van warme herinneringen, kennismakingen en een beetje thuis.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2022 – 16:36 door Jules De Bruy­ck­er

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is een warme dins­da­gavond. Voor mij pronkt de Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieterskerk, fel belicht en massief als alti­jd. Voor het gebouw zit­ten enkele groep­jes stu­den­ten van de laat­ste zonnes­tralen te geni­eten ter­wi­jl ze een fri­et­je bin­nen­steken. Ik kom net van de super­markt en drink mijn dagelijkse fris­drankje op enkele trap­pen nabij het plein. Plichts­be­wust neemt er een nieuw groep­je plaats in één van de gekalk­te cirkels op de kas­seien plein­vlo­er. Het leeft alti­jd een beet­je, hier op het Sint-Pieter­splein.

Ent­hou­si­ast kom ik van de les terug, de zon brandt door mijn kleren heen en ik besluit om straks iets lichters aan te trekken. Onder­weg naar kot haal ik in de super­markt enkele pin­t­jes. Ik voel dat ze nog maar net in de fri­go gesto­ken zijn, want ze voe­len nog lauw aan. Achter mij staat een groep even ent­hou­si­aste medestu­den­ten te drin­gen, iedereen wil iets te drinken te pakken kri­j­gen. Met mijn pin­t­jes en lichtere kleren vertrek ik richt­ing het Sint-Pieter­splein, rech­tover mijn deur. Ik zie mijn vrien­den al zit­ten. De stad heeft cirkels op de grond gekalkt waarin we van­wege de coro­n­a­pan­demie met max­i­mum vier mogen zit­ten. Het plein zit vol, van over­al komt muziek. Ik trek mijn blik­je open. Ein­delijk mag het terug. Ik denk dat ik mor­gen weer terug kom.

Het leeft alti­jd een beet­je, hier op het Sint-Pieter­splein

Het is vri­jda­gavond, ik sta op de stoep van het Vooruit­ge­bouw, samen met enkele klasgenoten na een ver­plichte voorstelling voor een the­ater­vak. Het acad­e­mie­jaar is nog maar een dikke week bezig, we ken­nen elka­ar nog maar amper en stil­let­jes mom­pe­len we wat smalltalkklassiek­ers tegen elka­ar. De voorstelling was goed. Straks ga ik niet naar huis; ik heb zin in een feestje. Langzaa­maan vertrekt iedereen één per één om hun laat­ste week­endtrein huiswaarts te nemen tot ik met een eras­musstu­dente uit Argen­tinië achterbli­jf. We besluiten naar haar kot te trekken. Haar kot kijkt uit over het Sint-Pieter­splein door een groot breed raam. We trekken een fles wijn open en begin­nen te prat­en met elka­ar, ik over mijn geliefde thuis­stad Oos­t­ende, zij dan weer over haar lev­en in Argen­tinië. Uitein­delijk bli­jf ik eten, met de gezan­gen van één of andere stu­den­ten­doop en de sil­hou­et­ten van het Sint-Pieter­splein achter me.

Op een gehaast tem­po fiets ik terug van een drukke winkeldag met in mijn rugzak kaarsen, grondzeilen, oli­jven, wijn­f­lessen, bek­ers en een box. Ik zoek de meest geschik­te cirkel uit op het plein en begin deze vol te stouwen met mijn aankopen. Kaarsjes op de lijn van de cirkel en op de hoeken van de zeilen, de box aan de zijkant met de muziek op per­fect het juiste vol­ume. Langzaa­maan stromen de vrien­den van mijn lief toe en ook zij lev­eren hun deel van het werk. “Waar ben je?”, stu­urt mijn vriendin. “Op het Sint-Pieter­splein. Doe iets warms aan”, antwo­ord ik. Niet veel lat­er komt ze de trap­pen af. Alles staat klaar voor een fijn ver­jaardags­feest.

Ik neem de laat­ste slok van mijn blik­je. Tijd om weer naar kot te gaan. “Het leeft alti­jd een beet­je, hier op het Sint-Pieter­splein”, denk ik.