Ode aan mijn mama’s


Dit is een ode aan mama en moeke. De twee personen die van vier muren en een dak de warmste thuis maken die ik me kan voorstellen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 11/12/2022 – 18:39 door Nette De Schri­jver

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lieve mama, lieve moeke, ik zie jul­lie doo­d­graag. Ik zeg het niet genoeg, maar ver­domme, ik meen het. Hoe ik nooit iets te kort ben gekomen, hoe ik alti­jd een warme en veilige thuis had om naar­toe te gaan, hoe jul­lie onvoor­waardelijk van mij houden … het is prachtig. Jul­lie zijn prachtig. De meest oprechte en goed­har­tige per­so­n­en die ik ken.

Ik hou van jul­lie oogrol wan­neer ik weer een ver­haal ver­tel dat ik beter voor mezelf had gehouden. Ik hou van jul­lie sterke gevoel voor recht­vaardigheid. Ik hou van de gezel­lige thuis waar jul­lie alti­jd voor zor­gen, hoe jul­lie mij en mijn broers alti­jd op de eerste plaats zetten, hoe er plek is voor elke traan of glim­lach die we mee­bren­gen, hoe iedereen alti­jd met open armen wordt ont­van­gen … het is hartver­war­mend.

(Deze ode is nu al zo extreem klef … Ik zou sor­ry kun­nen zeggen, maar eigen­lijk maakt het mij absolu­ut niet uit. Ik meen elk woord dat ik hier neer­pen.)

Mama en moeke, ik kan mij geen lev­en meer inbeelden zon­der jul­lie. Dat wil ik ook hele­maal niet. En hoewel ik elke vri­jdag mop­perend thuiskom na een week stressen over alles en niets, ben ik blij dat ik mijn week­ends bij jul­lie door­breng. Ik zou de belache­lijke mop­jes en de absurde uit­sprak­en van Josse op zondag voor geen geld van de wereld willen mis­sen. De occa­sionele tik op mijn vingers als ik mijn schoe­nen in de gang laat staan en mijn jas over de eerste de beste stoel gooi, neem ik er met alle plezi­er bij. Sor­ry dat ik mijn kamer alti­jd zo rom­melig achter­laat. Dat is waarschi­jn­lijk een eigen­schap van de donor. Toch?

Vrouwt­jes, ik hou van jul­lie

Ik besef maar al te goed dat ik en mijn broers met ons gat in de bot­er zijn gevallen. Er zijn weinig gezin­net­jes die zo ranzig per­fect zijn. Ik was dan ook ongelofe­lijk blij toen jul­lie ein­delijk gin­gen trouwen. Dat was één van de mooiste dagen van mijn lev­en. Jul­lie vertrouw­den mij jul­lie rin­gen toe. Ik heb me nog nooit zo trots en belan­grijk gevoeld als op die prachtige dag, twaalf jaar gele­den. Jul­lie zijn de reden dat ik nog steeds steev­ast geloof in ware liefde.

Vier­jarige Nette werd alti­jd razend als ze op een for­muli­er de namen van haar mama en haar papa moest invullen. Dan nam ze een Sta­bilovulpen en kraste ze agressief ‘papa’ door om het te ver­van­gen door ‘moeke’. Zeven­tien jaar lat­er lacht ze nog steeds uit frus­tratie als ze doc­u­menten moet invullen die aan de aars van de maatschap­pelijke norm likken.

Mama en moeke. Aparte Anneleen en Gekke Ger­da. Vrouwt­jes, ik hou van jul­lie. Hele­maal tot aan de maan en terug.