Ode aan het knuffelbeest


De volkswijsheid mag dan wel luiden 'de hond is de mens zijn beste vriend', toch kan ik je verzekeren dat dat niet geldt voor ieder kind. Mijn hondje kwam namelijk in de vorm van een knuffelbeest. En van hem… hou ik het allermeest. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/04/2022 – 9:46 door Nette De Schri­jver

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lieve Foemp, al trouw aan mijn zijde vanaf de allereer­ste dag

Jij was getu­ige van mijn eerste tra­nen, stap­jes en eerste lach

Ik was piep­klein en jij gigan­tisch groot

Maar ik voelde me zo veilig in alle warmte die jij me bood

Zon­der troos­t­ende woor­den of stre­lende hand

Gleed ik elke nacht in je armen richt­ing dromen­land

We speelden, giechelden en had­den ongelooflijk veel plezi­er

Voor mij was je zo veel meer dan enkel een knuffeldier

Je kende al mijn geheimen, hoe diep en donker ze ook waren

Maar je zei nooit iets terug, je bleef gewoon staren

Samen beleef­den we de meest gekke avon­turen

De fan­tasiebron was onu­it­put­telijk, dus de nacht­en bleven duren

Wilde ik wel cool zijn als ik jou moest ver­liezen?

Je zat alti­jd knus in een hoek­je van mijn bed, hele­maal op je gemak

Toe te kijken hoe ik soms stiekem mijn Nin­ten­do in mijn boeken­tas stak

In mijn fort van kussens en met mijn pyja­ma aan

Vertelde ik je in geuren en kleuren hoe mijn dag was gegaan

Mijn vriend­jes op school wer­den langza­am vol­wassen

En zei­den dat knuffels niet bij coole kinderen passen

Het maak­te me tri­est want ik wilde niet kiezen

Wilde ik wel cool zijn als ik jou moest ver­liezen?

Ik ben er nog steeds rotsvast van over­tu­igd dat knuffels kun­nen spreken

Maar dat wij het gewoon niet mogen horen en dat ze het daarom weg moeten steken

Af en toe sloop ik zacht­jes van de trap om daar­na stil­let­jes mijn kamer weer bin­nen te stap­pen

In de hoop dat ik daar een stel­let­je pra­tende knuffels zou betrap­pen

Mensen kun­nen gemeen zijn, of aardig of te luid of te stil

Ter­wi­jl ik soms eigen­lijk gewoon graag een knuffel wil

De meerder­heid heeft − hoop ik − het beste met je voor

Maar iedereen heeft wel eigen prob­le­men dus wat als ik hen stoor

Dan verkies ik het om gezel­lig en warm onder mijn dons te kruipen

En met Foemp veilig en wel gek­lemd tussen mijn armen de dromen zacht­jes te lat­en bin­nensluipen

Nu ben ik twintig jaar en mijn beste vriend

Is nog steeds dezelfde als die van mij als kind

Ik heb knuffels op kot en ik zeg het zon­der gêne

Jouw bed is veel min­der gezel­lig dan het mijne