Ode aan de sticker


Er is lev­en op straat. Vaak jong lev­en. Rebels, getal­en­teerd en divers. De muren van Gent spreken boekde­len.  Wat een stick­er inter­es­sant maakt is de tijdelijkheid ervan. Het niet-per­ma­nente karak­ter van een stuk papi­er met lijm. De spam van de straat is veel mooier dan wat we online vin­den. Een stick­er is een kleine reclame­cam­pagne maar…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/03/2021 – 8:37 door Pieter-Jan Frees

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Er is lev­en op straat. Vaak jong lev­en. Rebels, getal­en­teerd en divers. De muren van Gent spreken boekde­len. 

Wat een stick­er inter­es­sant maakt is de tijdelijkheid ervan. Het niet-per­ma­nente karak­ter van een stuk papi­er met lijm. De spam van de straat is veel mooier dan wat we online vin­den. Een stick­er is een kleine reclame­cam­pagne maar kan uit­groeien tot iets veel grot­er, tot com­posi­ties zoals een stick­er bomb. Op die manier kan elke paal in een heus graf­fi­tis­traat­je veran­deren. Bewon­der maar eens de vier pilaren die aan de brug tegen­over het Graven­steen de lucht in schi­eten, of de regen­pijpen van het Design Muse­um of Luca School of Arts.

Stick­ers zijn post-its die een bepaalde bood­schap dra­gen. Een bood­schap die impli­ci­et ver­dra­gen wordt door iedereen die deze niet ver­wi­jdert. Elke stick­er die op straat zicht­baar is, hangt er omdat iedereen besloten heeft hem te lat­en hangen. Of omdat nie­mand hem heeft opge­merkt: de meeste stick­ers gaan spi­jtig genoeg onopge­merkt, tot ze door de stad wor­den wegge­haald.

Toch loont het de moeite om in Gent eens te let­ten op welke plaat­sen stick­ers hangen. Zo werd een ‘make Vlaan­deren great again’ in een zijs­traat aan het Graven­steen weggekrast, waar enkele meters verder een ‘nobody is ille­gal’ trots en onaangeroerd op ooghoogte bleef paraderen. Ik zie dit als de puurste vorm van pub­liek dis­cours. Een dis­cours waar graf­fi­ti niet aan deel­neemt. Op som­mige vlakken vind ik het democ­ra­tis­ch­er dan sociale media − of zelfs dit eigen­ste artikel. Iedereen is vrij om een mening op te hangen en die te delen met elke voor­bi­j­ganger, maar iedereen is net zo vrij om deze bood­schap te ver­wi­jderen. We geven arti­esten een eerlijke trade-off. Een vrij podi­um waar elk lid van het pub­liek een veto kan stellen nadat de per­soon is uit­ge­spro­ken. Het suc­ces van je bood­schap is niet alleen een kwest­ie van hoeveel stick­ers je plakt, maar ook van hoeveel er bli­jven hangen. 

Stick­ers kleven is echter ille­gaal. “In ver­zorgde ste­den horen ille­gale graf­fi­ti, wildge­plak­te affich­es en zelfk­levers niet thuis”, hoor je wel eens. Ver­zorgde ste­den zijn geen plaats voor een stick­erde­bat. Wat een dystopisch beeld, mocht­en we elka­ars mening in het gezicht wor­den gewreven.

Stick­ers lenen zich niet tot een for­maat zoals het graf­fi­tis­traat­je. Elke stick­er, zelfs deze met het­zelfde ontwerp, draagt andere infor­matie. Het is net de inter­ac­tie met de omgev­ing die stick­ers inter­es­sant mak­en. Ze horen over­al rond te kleven en als ruis uit ons zicht wegge­fil­terd te wor­den tot een­t­je onze blik vangt. En daarom bli­jven we plakken. Ver­bod of niet, van­daag plakken er stick­ers aan de muren. En in de tijd dat een stick­er mag bli­jven hangen, vertelt die iets over de mensen in deze stad.