Ode aan de puberpoëzie


In het middelbaar schreef ik veel gedichten. Niet omdat ik grote, artistieke dromen had, maar omdat ik het gebruikte als goedkope therapie. Toch ben ik trots op mijn flauwe creaties.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/05/2025 – 8:38 door Joppe Frans

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Er is niets zo cliché als puber­poëzie. Je lev­en zou com­pleet naar de kloten zijn omdat jouw vrien­den­groep het niet eens is over een of ander banaal dra­ma, of nog erg­er, omdat het tegen­z­it in de liefde.

Toch heb ik alti­jd respect gehad voor mensen die zich wagen aan poëzie schri­jven. Het vraagt een enorme open­heid en reflec­tiev­er­mo­gen om je emoties op papi­er te zetten. Ook al is niet iedereen daarom de vol­gende Her­man de Con­inck, kan het beoe­fe­nen van kun­st je wel helpen je gedacht­en te orde­nen.

In het mid­del­baar vol­gde ik voor­dracht en dra­ma aan de kun­sta­cad­e­mie. Ik droeg daar ver­schil­lende gedicht­en voor. Rond het derde mid­del­baar leerde ik ook zelf gedicht­en schri­jven.

Toen ik in het vierde mid­del­baar zat, brak de coro­n­a­pan­demie uit. Dit was een zware peri­ode voor mij. Ik had het gevoel dat ik net uit mijn schulp kwam en net op dat moment viel alles stil. Ik voelde mij geï­soleerd, van zow­el mijn vrien­den als mijn toekomst. Het duurde niet lang voor de eerste duis­tere gedacht­en begonnen bin­nen te komen. Het kon makke­lijk een andere kant opgaan, maar in plaats van mezelf of anderen pijn te doen besloot ik mijn gevoe­lens van me af te schri­jven. Als puber kon ik mijn emoties niet alti­jd goed uit­leggen, dus liet ik mijn vrien­den mijn gedicht­en lezen. Hier­door kon ik moeil­ijke con­ver­sa­ties met hen aan­gaan, zon­der dat ik alles in con­crete woor­den moest uit­leggen.

Het kon makke­lijk een andere kant opgaan, maar in plaats van mezelf of anderen pijn te doen besloot ik mijn gevoe­lens van me af te schri­jven

Op een bepaald moment ging de pan­demie weer liggen, maar mijn pen bleef ik ste­vig vasthouden. In mijn laat­ste twee jaar op de mid­del­bare school schreef ik vooral over veran­der­ing. Ik was immers van school veran­derd en keek ook met enige schrik naar hoe de toekomst na het mid­del­baar er zou uitzien.

Ik moet toch zeggen dat puber­poëzie mij meer­maals, op ver­schil­lende manieren, uit de onzek­er­heid heeft gered. Veel zak­en waar ik van­daag de dag nog steeds mee wors­tel, heb ik voor het eerst leren ver­wo­or­den met mijn gedicht­jes. Aan de uni­ver­siteit leerde ik gedicht­en schri­jven helaas een beet­je af. Het leerde me wel mijn inner­lijke denkw­ereld op een duidelijke manier te com­mu­niceren naar de buiten­wereld toe. Dat heeft mij op veel moeil­ijke momenten geholpen.

Toch lukt het niet alti­jd, en dan ver­lang ik toch ergens weer naar die momenten waar ik om mid­der­nacht volop aan het werken was aan een flauw gedicht. Miss­chien zit de echte pracht van puber­poëzie niet in de tekst, maar in de pogin­gen die we als mensen doen om begrepen te wor­den.