Ode aan de introvert


Introverten. Nee, ze zijn niet gesloten en afstandelijk. Verlegen allerminst. Wel voelen ze zich vaak misbegrepen, en dat in een wereld op maat van extraverten. Hoe ik dat weet? Omdat ik zelf ook introvert ben.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/05/2023 – 15:52 door Hele­na Noppe

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

“Ik heb het gevoel dat je niet veel durft te zeggen in de les. Je moet wat min­der ver­legen zijn.” Ik kijk mijn leerkracht ver­twi­jfeld aan en weet niet goed wat zeggen. Kom op, denk ik in mezelf, zeg dan iets. Ik probeer de juiste woor­den te vin­den, maar zie ze net zo snel weer ver­vagen. 

HB

Nu, zo’n tien jaar lat­er, kijk ik terug op dergelijke sit­u­aties en leer ik ze steeds beter begri­jpen. Ook van­daag voel ik me vaak nog ver­legen, stil, zelfs aso­ci­aal. Alleen weet ik nu dat die gevoe­lens niet gegrond zijn. En toch wor­den ze vaak toegeschreven aan intro­verte mensen. Zoals ik.

Het is een, toch voor mij, belan­grijke mis­vat­ting die ik al te graag de wereld uit wil helpen. Want ja, ik kan volop geni­eten van soci­aal con­tact en wel uren vullen met gepraat. Alleen kosten sociale sit­u­aties mij energie. En daar schuilt nu net het ver­schil met extraverten: we laden op een andere manier op. Niet omgeven door mensen, maar alleen, in stilte, zon­der prikkels. 

Ik moet wel toegeven dat het lang niet alti­jd sim­pel is om intro­vert te zijn. En al hele­maal niet in een extraverte wereld waar de luid­ste per­soon in de ruimte steev­ast het woord lijkt te kri­j­gen. Dan voel ik me wel eens klein, en niet geho­ord. Doe dan je mond open, hoor ik die stem in mijn hoofd me al toe­fluis­teren. Maar daar zit het hem juist. Want heel eerlijk, soms heb ik gewoon geen zin om te prat­en. Soms wil ik even alleen zijn, zodat ik de hec­tiek van de buiten­wereld rustig kan lat­en neerdalen. Dan hoef ik de leegte ook niet op te vullen met smalltalk, maar kan ik ze gebruiken om naar mijn eigen gedacht­en te luis­teren. En mijn bat­ter­ij, die laadt zo stil­let­je­saan weer op.

Intro­vert zijn, dat is kracht kun­nen vin­den in de stilte. En dat is best wel bij­zon­der.

Ik ben graag alleen, dat geef ik toe. Maar, ben ik dan niet graag bij anderen? Nee, hele­maal niet. Intro­ver­sie en extra­ver­sie zijn trouwens twee uitein­den van een spec­trum. Zelf neig ik eerder naar de intro­verte zijde, maar een zwart-witver­haal is het dus aller­minst. Ik spendeer even graag tijd met fam­i­lie en vrien­den. Alleen lopen mijn bat­ter­i­jen wel vaak leeg na zo’n lange dag vol soci­aal con­tact. Dan ben ik min­der spraakza­am en lijk ik wat naar de achter­grond te verd­wi­j­nen. Net dan steken ook weer diezelfde twi­jfels de kop op. Straks vin­den mensen mij niet leuk. Of denken ze dat ik hen niet leuk vind.

Ik heb intussen wel geleerd – en probeer het nog steeds – om vrede te nemen met mijn intro­verte karak­ter. Er hangt zelfs een gouden rand­je aan. In deze intense en soms ron­duit chao­tis­che wereld waarin we lev­en, kan ik rust vin­den bij mezelf. Ik moet af en toe wat tijd alleen spenderen, en leer dat ook toegeven. Dan denk ik: “laat mij maar op mijn manier opladen, met een lege agen­da en lekker bankhangen.” Daar is hele­maal niets mis mee. Intro­vert zijn, dat is kracht kun­nen vin­den in de stilte. En eerlijk, dat is best wel bij­zon­der.