Ode aan de angst


Kinderen zijn bang van monsters, bij mensen op leeftijd breekt het angstzweet uit tijdens het wachten aan de kassa en rechtenstudenten krijgen het doodsbenauwd van de Blandijn. Iedereen heeft angsten. Dat is normaal. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/05/2022 – 21:12 door Han­nah Boen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Angst is een inge­nieus uitge­dok­terd defen­siemech­a­nisme dat ons helpt gevaren te herken­nen en onszelf te gepas­ten tijde in vei­ligheid te bren­gen. Voor som­mige mensen – waaron­der mezelf – is angst echter iets dat con­stant aan­wezig is. Men noemt het graag een angst­stoor­nis. Het houdt in dat het gedeelte in de herse­nen dat ver­ant­wo­ordelijk is voor angst nogal krakkemikkig in elka­ar zit. Het zit dan alti­jd geniepig in een hoek­je van het bewustz­i­jn te gnif­fe­len, wach­t­end om genade­loos toe te slaan als het daar de kans toe kri­jgt. 

Ik heb onder­von­den dat angst uit­leggen aan mensen met een goed werk­end angst­mech­a­nisme een tita­nen­werk is en daarom heb ik de ‘vlieg­tu­ig­method­iek’ uitgedacht. Het is een method­ol­o­gisch meester­w­erk dat me in staat stelt het nogal fuzzy con­cept dat angst is, begri­jpelijk te mak­en. Stel je voor: je staat in een lange rij bij de secu­ri­ty in de luchthaven. Het is jouw beurt om aan de stugge bewak­er je iden­titeit­skaart en vliegtick­et te tonen. Je zoekt in je tas … Niets. Je kijkt in je jaszak … Niets. De span­ning sti­jgt. Je hebt er vast gewoon over gekeken. Je zoekt fanatiek in je tas, maar nog steeds niets. Je kijkt ijzig in je jaszak, niets. Druk op je borst. Vreemde blikken. Waterige ogen. Zenuwachtig voetengetik. Opbor­relde paniek. Bloed suist. Snel. Sneller. Kort­sluit­ing. Dat is angst.

Yanne De Frenne

Dat gevoel is alti­jd sluimerend aan­wezig. Soms barst het uit, soms is het er eerder in flar­den. Meestal met een reden, af en toe zon­der aan­lei­d­ing. Maar het is er alti­jd. Het stopt soms, maar het komt ook steeds weer terug. Het wordt alleen maar erg­er en erg­er, tot je denkt dat je nu wel echt gek bent gewor­den en dan gaat dat kna­gende gevoel zo snel als het opkwam ook weer liggen. Zo kabbelt het lev­en verder. Golf na golf die zacht­jes deint op het ritme van gedacht­en.

Het wordt alleen maar erg­er en erg­er, tot je denkt dat je nu wel echt gek bent gewor­den

En toch is dit een ode aan de angst. Frap­pant genoeg begin ik ein­delijk te aan­vaar­den dat ik angstig ben. Ik accepteer de angst­gol­ven, respecteer dat ze zo nu en dan deel van mij zijn; dat ze steeds zullen terugkomen en nooit echt volledig weg gaan. Dat is oké. Een wed­erz­i­jds vre­despact dat rust en duidelijkheid geeft. Angst de zee, ik het zeil­boot­je. Rustig deinend op een bij­na rimpel­loos waterop­per­vlak, dan weer ste­vig heen en weer gezwierd op wild schuimende dijken. Het is goed op die manier.

Dus daarom een ode aan de angst. Maar ook een ode aan alle ban­geriken met hun min­is­teekgevecht­en tegen een eeuwig onzicht­bare vijand. Je doet dat goed met je onophoudende rebel­lie. Opspat­tend water lei­dt vaak tot gol­ven, maar niet getreurd: ook gol­ven zijn maar tijdelijk.