Mondmaskers ontmaskerd


In de Schamperlab ondernemen wij om de twee weken een volledig wetenschappelijk onderzoek. Deze week bieden wij u een antwoord op de vraag of mondmaskers echt een impact hebben op onze verstaanbaarheid.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/10/2020 – 15:06 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Samen met hoofd­doeken en burge­meester­sjer­pen zijn mond­maskers het nieuw­ste lid van de niet-al-te-eli­taire club stukken stof waarover mensen uren kun­nen dis­cus­siëren. De ene ziet het als de zoveel­ste stap in het meester­plan van Bill Gates, de ander als een aflei­d­ings­ma­n­oeu­vre zodat Hillary Clin­ton de poli­tie kan afschaf­fen.

Er zijn ook meer gere­specteerde huis-tuin-en-keukenopiniemak­ers met een sterke mening over het mond­masker. Zo is het veilig om te stellen dat de gemid­delde pro­fes­sor geen grote fan is van het lap­je stof. De maskers, zo hoor je wel vak­er in een monoloog tij­dens de les, zouden ervoor zor­gen dat stu­den­ten en pro­fes­soren min­der ver­staan­baar zijn.

Mondige kritiek

Bij nadere inspec­tie blijkt dat er twee pop­u­laire claims zijn over de impact van mond­maskers op onze ver­staan­baarheid. De eerste bew­er­ing stelt dat de aan­wezigheid van de lap stof zorgt voor onver­staan­baarheid. Deze eerste claim is zeer alge­meen en de exacte for­mu­ler­ing varieert van prof tot prof. De tweede, spec­i­fiekere, claim is dat het moeil­ijk­er oplet­ten is door­dat we niet meer in staat zijn elka­ars lip­pen te lezen.

Om bei­de claims te testen, besloten wij twee strikt objec­tieve en water­dichte exper­i­menten uit te voeren.

De eerste claim: een heuse maskerade

De algemene ver­staan­baarheid bleek de makke­lijk­ste claim om te testen. Aangezien die bij een gemond­maskerde stu­dent opval­lend lager zou liggen dan een­t­je zon­der, vertrokken wij vanu­it de aan­name dat je duidelijk het ver­schil tussen de twee zou moeten kun­nen horen. Voor dit exper­i­ment las een lief­tal­lige vri­jwilliger enkele Wikipediapagina’s voor, ter­wi­jl enkele proe­fkoni­j­nen in de kamer ernaast moesten noteren of de sprek­er wel of geen mond­masker aan­had.

Net als de gemid­delde aan­deel­houd­er, moesten onze proe­fkoni­j­nen jam­mer genoeg con­clud­eren dat er geen water­dichte manier is om dit te bepalen. Ze gaven aan te focussen op zak­en zoals de echo, de uit­spraak van klanken zoals de ‘s’ en ‘z’ en de ademhal­ing. Alle deel­ne­mers moesten con­clud­eren dat het in ieder geval een ontzettend moeil­ijke taak was. Er was ook geen con­sis­ten­tie in de kwaliteit van de resul­tat­en, wat erop lijkt te wijzen dat de meesten gegokt hebben.

De tweede claim: de maskers vallen af

Om de claim over het liplezen te achter­halen besloten we een klein dictee te houden. Eerst werd het woord één keer voorgelezen met of zon­der mond­masker en dan moeten de deel­ne­mers het woord zo cor­rect mogelijk neer­schri­jven. Er werd uit­er­aard voor acad­emis­che woor­den geopteerd zoals alka­limet­al­en en par­al­lellepipedum.

Ook hier bleken de mond­maskers geen grote impact op de ver­staan­baarheid te hebben. Het vol­ume en de mate waarin een woord werd inges­likt bleken zeer belan­grijk, het zien van de lip­pen daar­ente­gen niet.

We kun­nen con­clud­eren dat, zolang het woord met een vol­doende groot vol­ume duidelijk geartic­uleerd wordt, pro­fes­soren zon­der enige prob­le­men de Wikipedi­apag­i­na van erwten en soep kun­nen voor­lezen. Ook deze ver­halen over mond­maskers, blijken dus een fabelt­je.