“Mijn ex was een utilitarist”


De volgende lezersbrief werd ons opgestuurd door een bezorgde lezer die wenst anoniem te blijven.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/03/2019 – 16:13 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Beste Scham­per

 

Sinds jaar en dag is uw mag­a­zine een waar voor­beeld voor ieder die houdt van het vri­je woord, een ago­ra voor de mening van de Gentse stu­dent. Vele serieuze onder­w­er­pen zijn hier reeds bespro­ken, van abor­tus tot de posi­tie van de kerk in onze maatschap­pij. En ja, u heeft zelfs het taboe der taboes dur­ven door­breken. In uw mag­a­zine durft men serieuze gesprekken te hebben over seks en relaties en dat roert mijn hart­je zeer. Daarom dat, toen ik ein­delijk besloot mijn bezorgdhe­den neer te schri­jven, ik niets liev­er wilde dan dat dit op jul­lie mooie, gere­cy­cleerde papi­er zou gedrukt wor­den.

Soms zijn er gekke rede­nen waarom we ons aan onze part­ner kun­nen erg­eren. De wegen van de liefde zijn ondoor­gron­delijk, maar die van de break-up even­zeer. Ik heb al een relatie afge­bro­ken omdat mijn ex een egoïstis­che zak was, maar ook wel een beet­je omdat ze hum­mus at met een lep­el. Voor bei­den is geen plaats in een geciviliseerde beschav­ing. Maar ik zou het graag over een eigen­schap willen hebben die nog onaantrekke­lijk­er dan het ople­pe­len van brood­be­leg is, en zwaar onder­be­licht in ons nation­aal debat.

De eerste weken was er geen wolk­je aan de lucht. Dat heb je wel eens met prille liefde. Het duurde echter niet lang tot ik mij realiseerde dat er iets mis was. Eerst waren er de vroege sig­nalen. Een nogal mis­plaat­ste opmerk­ing. Haar soms ver­dacht lib­erale uit­sprak­en. Haar antwo­ord op het trol­ley prob­lem. Ik wuifde ze alle­maal weg. Zei tegen mezelf dat ik para­noïde was. Dat ik spo­ken zocht waar er geen waren.

Na een maand had­den we dan toch ein­delijk hét gesprek. “Ik moet je iets beken­nen,” zei ze, “ik ben een util­i­tarist.”

Na een maand had­den we dan toch ein­delijk hét gesprek. “Ik moet je iets beken­nen,” zei ze, “ik ben een util­i­tarist.”

Dat mijn wereld instortte is een under­state­ment. Diep van­bin­nen weet je wel dat zo’n mensen bestaan. Ik had er zelfs al eens een­t­je ont­moet. Maar je hoopt toch alti­jd dat zoi­ets niet gebeurt met mensen die je kent.

Eerst heb ik geprobeerd om me aan te passen. “Dat is een fase, dat gaat wel over,” zei­den de meeste van mijn vrien­den, “nie­mand is lang een util­i­tarist.” Soms waren er momenten dat je het bij­na niet merk­te, als je het niet wist. Maar dan kwam het naar boven. Dan voelde ze de nood om te zeggen dat Mar­garet Thatch­er zo slecht nog niet was of wou ze even con­trol­eren of onze maalti­jd wel het meeste goed voor de meeste wezens zou creëren. De hedo­nis­tis­che cal­cu­lus werd te pas en te onpas boven gehaald en als ik het woord ‘altruïsme’ zei werd ze boos.

Maar het erg­ste was de seks. Niet alleen moest ieder stand­je alweer de cal­cu­lus doorstaan, wat het hele pro­ces onn­odig kon rekken, maar ook moest ik haar steeds gerust­stellen dat ik écht enkel seks had om mijn eigen lus­ten te bevredi­gen en niet omdat ik van haar hield of zo. Tot over­maat van ramp hing er een gigan­tisch portret van John Stu­art Mill op haar kot, dat me steeds aanstaarde ter­wi­jl wij ons ding deden.

Ik heb het uit­ge­maakt, maar er bevin­den zich nog alti­jd duizen­den mensen over heel de wereld in relaties met util­i­taris­ten. Vaak weten ze het niet van hun part­ner als ze aan de relatie begin­nen. Het is tijd dat we hier als maatschap­pij een open debat over kun­nen houden en dat we een einde mak­en aan deze bar­baarse toe­s­tand. Ikzelf heb veel moeten lij­den onder deze filosofisch ondraaglijke toe­s­tand. Al kan ik me troost­en met de gedachte dat ze in ieder geval geen kan­ti­aan was.

 

Met vrien­delijke groeten

een bezorgde stu­dent.